"Er is sprake van een constante achteruitgang en de resultaten in 2023 passen dus goed in die trend", schrijft de stichting.
Al sinds 1990 verzamelt de Vlinderstichting gegevens over de dagvlinderstand. Daarvoor lopen meetteams tussen april en eind september één keer in de week zogenoemde telroutes door Nederland, om zo notities te maken.
Dit jaar lagen de aantallen waargenomen vlinders al direct bij de start van de telllingen lager dan in andere jaren. Begin juni werden er kortstondig juist net wat meer vlinders geteld. Maar in juli en augustus kwamen tellers gemiddeld 20 vlinders minder tegen tijdens hun wandelingen dan in de de periode tussen 1990 en 2022.
September bleek de enige uitschieter van het seizoen, met een fractie meer vlinders dan in voorgaande jaren. Volgens de Vlinderstichting waren vooral de grote en kleine koolwitjes vaak te zien, net als de dagpauwoog.
Als mogelijke oorzaken van de achteruitgang van vlinders in Nederland wijst de Vlinderstichting naar de teloorgang van natuurlijk gebied en de kwaliteit van de leefomgeving. Die staat onder druk door stikstof en ontwatering.