In het nationale voetbalecosysteem speelde Ajax donderdag een bekerwedstrijd tegen een Utrechtse club uit de derde divisie, USV Hercules uit 1882. De amateurs wonnen, in Stadion Galgenwaard voltrok zich een sprookje. De reus ging onderuit en de man die de grootste stunt in 124 jaar bekervoetbal had georkestreerd, Hercules-trainer René van der Kooij, zei na afloop hossend dat hij het niet onverdiend vond – de meedogenloze genadeklap voor de gevallen grootmacht uit Amsterdam.
De verhalen stroomden binnen. Een student rechten, Tim Pieters, werd dankzij twee doelpunten de Jaan de Graaf (IJsselmeervogels - AZ’67, 1975) van de 21ste eeuw. Zijn huisgenoten in het studentenhuis harkten dankzij weddenschappen (winst Hercules, doelpunt Pieters) 11 duizend euro binnen. In de studio van ESPN werd onthutst vastgesteld dat Ajax in de winterstop snel maar weer eens een paar spelers moest kopen.
Het was een bewogen dag, met nog een andere sensatie. ‘s Ochtends was bekend geworden dat het Europees Hof van Justitie had vastgesteld dat de Europese voetbalbond Uefa een Super League niet mag verbieden. Er was een bom ontploft, concludeerden de media wereldwijd.
De uitspraak zou de weg vrijmaken voor een nieuwe internationale clubcompetitie die, zo gaat dat nu eenmaal, de rijken rijker zou maken. De armen zouden misschien niet armer worden, maar zeker niet rijker. De rechters in Luxemburg hadden amper gesproken of er verscheen een filmpje van A22 Sports Management, het consortium dat de aanval op het monopolie van de Uefa had ingezet.
Topman Bernd Reichart legde uit wat de bedoeling was. In het model van de Super League is plaats voor drie divisies, ster, goud en blauw. Ik was er meteen klaar mee. De belangrijkste boodschap was voor de fans, zei Reichart, alsof die mensen ooit iets is gevraagd. Hij stelde meer spanning en meer opwinding in het vooruitzicht en sprak zalvend over de ‘Europese voetbalfamilie’, slijmerige woorden die mij er helemaal van overtuigden dat dit een ontzettend slecht idee is.
De KNVB was er snel bij om het initiatief te veroordelen. Ik ontdekte nog ergens een positieve kant – het monopolie van de corrupte uitvreters van de Uefa zou worden doorbroken – maar de bond zag alleen maar ellende opdoemen. Door een Super League zou ‘het gehele voetbalecosysteem’ in Nederland onder druk komen te staan, aldus de KNVB in een verklaring.
Zo had ik ons voetbal niet eerder bekeken, maar ik ben gek op het Nederlandse voetbalecosysteem. Ik voel me op geen enkele manier verbonden met de Europese voetbalfamilie, een kring die alleen (kortstondig) tot de verbeelding spreekt als Nederlandse clubs zich in de strijd mengen.
Doe mij het bord op schoot maar, met samenvattingen van wedstrijden van Vitesse, Go Ahead en Heerenveen en een sprookje in Utrecht, in plaats van de voorspelbare en zouteloze reeks in de huidige Super League, de Champions League.
Amateurs van het vierde niveau die op een regenachtige donderdagavond in de tweede bekerronde de grootste en meest succesvolle club van het land verslaan, en niet eens met veel geluk, daar kikkert in de Nederlandse voetbalfamilie menigeen van op.
Het is de onvoorspelbaarheid, natuurlijke binding en de ontelbare verhalen van pakweg de afgelopen zeventig jaar die dit ecosysteem zo aantrekkelijk maken. Eigen competitie eerst, de rest is bijzaak. Zelfs de Keuken Kampioen Divisie spreekt meer tot mijn verbeelding dan een Super League.
Het verhaal van 2023 is de totale ineenstorting van Ajax, een ondergang die niemand had voorzien en in de geschiedenis van het voetbal zijn weerga niet kent. Drie trainers eruit gewerkt, even achttiende in de eredivisie, totale paniek en op de valreep gevloerd door een student rechten en zijn maten – het kan allemaal gewoon, in Nederland.
Over de auteur
Paul Onkenhout was jarenlang voetbalverslaggever en is columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.