Home

Niets is intiemer dan de menselijke blik, zegt schrijver Robert Seethaler, die leeft met zeer beperkt zicht

De romans van de populaire Oostenrijkse schrijver Robert Seethaler gaan steevast over ‘gewone mensen’ – een term waaraan hij trouwens een hekel heeft. Zo ook het nu vertaalde Het café zonder naam. ‘Er is maar één vraag die me interesseert: wat is een leven?’

‘Die vraag kun je gelijk wegsmijten.’ Robert Seethaler barst in lachen uit, terwijl hij met een been over de leuning van een zetel in een Weens hotel is gaan hangen. Hij is gekleed in een zwart-gemêleerde trui (‘ik heb het altijd koud’) en zwarte jeans en begint direct honderduit te vertellen. Niets van wat er over hem geschreven wordt – dat hij liever zwijgt dan praat, dat hij interviews haat, dat hij mensen liever uit de weg gaat – lijkt te kloppen. En nostalgisch – want dat was de vraag – is hij zeker ook niet. ‘Ik romantiseer helemaal niet. Ik kijk graag naar het verleden, maar ik verheerlijk het niet. Ik geloof niet dat er ook maar iets beter was in het verleden. Nostalgie verheft het verleden boven het heden, en dat doe ik juist niet. Ik ben blij dat ik in het heden leef.’

Seethaler schreef acht romans, die stuk voor stuk worden geprezen vanwege de heldere, empathische stijl. Beknopte romans, zoals Een heel leven, die hem een nominatie voor de International Booker Prize opleverde. Romans waarin hij op invoelende wijze het lot nagaat van gewone mensen (‘wat een verschrikkelijk woord’). Soms contrasteert hij het lot van deze mensen met dat van grote namen in de geschiedenis. Zo beschrijft hij Gustav Mahlers laatste overtocht vanuit New York terug naar Europa, of de vriendschap van een plattelandsjongen met Sigmund Freud.

Over de auteur
Geertjan de Vugt is literatuurcriticus bij de Volkskrant, gespecialiseerd in poëzie en Duitstalige literatuur.

Voordat Seethaler een van Oostenrijks meest geliefde auteurs werd, was hij al een bekend acteur. Hij stond op menige bühne in Europa en speelde in verschillende films, waaronder Youth van Paolo Sorrentino, was jarenlang de patholoog in de serie Ein starkes Team en vertolkte ook rollen in Tatort. De oorspronkelijk uit Wenen afkomstige Seethaler woont al jaren in Berlijn, maar was even terug in zijn geboortestad om de première van de verfilming van Een heel leven bij te wonen (‘ik heb de film niet gezien, ik kwam te laat’) en om voor te lezen uit zijn nieuwe boek.

Onlangs verscheen Het café zonder naam, het vijfde boek van Seethaler dat in het Nederlands is vertaald. Hierin beschrijft hij hoe een doodgewone dertiger in het Wenen van de jaren zestig besluit een café te openen, hoe hij daarmee succes beleeft én hoe het ten onder gaat. Het verhaal speelt zich af in Leopoldstadt, de wijk die voor de oorlog als Joodse buurt bekendstond en waar de nazi’s vreselijk tekeer zijn gegaan. Maar Het café zonder naam begint ruim twintig jaar na de oorlog. ‘Wanneer ik terugkijk is het eigenlijk altijd maar één vraag die me interesseert: wat is een leven? Wat was het leven?’

‘Als lezer voel je dat misschien zo, maar dat is niet waar het mij om gaat. Ik probeer de personages in mijn romans met een zo helder mogelijke blik te beschouwen. Laten we zeggen: met een naïeve blik, maar dan wel in positieve zin. Naïviteit betekent voor mij openheid: wie ben je? Dat is een open vraag. Als die mensen weemoed bij de lezer oproepen, dan kunnen noch zij, noch ik als schrijver daar iets aan doen. Hun blik is onbevooroordeeld.’

‘Van de wederopbouw.’

‘Een typische Wener.’

‘Tja, niet elk boek kan bol staan van de nazigeschiedenissen, toch? Er bestaat ook nog een andere wereld. En daarnaast wordt die geschiedenis wel degelijk gethematiseerd in mijn roman. Onder het wegdek, onder iedere kinderkop ligt een schedel, schrijf ik ergens. Dus die geschiedenis is aanwezig, alleen niet zo plat. In principe denk ik dat plekken en periodes waarover ik schrijf inwisselbaar zijn. Wat ik over Wenen schrijf, had ook in New York of Parijs kunnen plaatsvinden.

‘Ik ben geen historicus. Liever vergelijk ik de geschiedenis met een pastelkleurig decor. Wat werkelijk interessant is, is wat er zich op de voorgrond, op de bühne afspeelt. De menselijke strijd, het menselijke drama. Dat kan overal plaatshebben, of het nu in het Wenen van de jaren dertig is of in New York aan het einde van de 21ste eeuw.’

‘Dat zijn plekken waar veel mogelijk is, plekken waar mensen elkaar ontmoeten, maar ook mislopen. Men kan elkaar er aankijken, maar men kan er ook langs elkaar heen kijken. Het zijn potentiële plekken.

‘Dit heeft met mijn oogaandoening te maken. Ik werd geboren met zeer beperkt zicht: min 19. Zoals je nu zit, op een meter afstand, kan ik je nog zien. Zou je een halve meter naar achteren gaan, dan wordt het een waas. Wat ik me bij het schrijven telkens weer afvraag is: hoe ver kan men zien en wanneer bereikt de blik z’n grens en zien we niets meer?’

‘Het schrijven zelf niet. Maar persoonlijk kan ik wel veel vloeiender denken of spreken als ik mijn ogen sluit. Zodra ik ze open begint mijn taal, beginnen mijn gedachten te stotteren. Waarschijnlijk zie ik helderder met gesloten ogen. Dan ben ik als een leeg vat dat zich met beelden vult. Dan stromen er zogezegd direct beelden in mij.’

‘Ja, altijd.’

‘Nee. Ik weet niet of er überhaupt iemand is die dat kan. Er zijn er natuurlijk die dat beweren. Men kan iets bedenken en daar dan zelf in gaan geloven. Iets wat mooi klinkt.’

‘Mijn grootouders kwamen uit het grensgebied met de Bohemen. Zij werden daar verdreven en zijn vervolgens in Oostenrijk beland en wel precies daar waar Het café zonder naam zich afspeelt: in de Karmeliterwijk in Leopoldstadt. Daar liggen dus mijn wortels, in de meest armzalige omstandigheden. Mijn grootouders woonden in een kelder met een varken als buurman. Ondanks de grote weerstand hebben ze geprobeerd een plek te veroveren in die maatschappij. Mijn grootvader was stratenmaker, mijn grootmoeder waste borden in een volkskeuken. Mijn vader was installateur, een echt sociaal-democratisch arbeiderskind, en mijn moeder was secretaresse.

‘Ik ben opgegroeid in Favoriten, het tiende district. Dat stadsdeel was een echte arbeiderswijk, net als Leopoldstadt. Ook in de jaren zestig was dat nog een arme, harde omgeving. Het was meteen duidelijk dat ik beperkt zicht had, ik keek overal precies naast. Vervolgens heb ik een odyssee langs artsen en ziekenhuizen afgelegd en ben op een school voor blinden terechtgekomen. De geschiedenis van mijn ogen is dan ook allesbepalend in mijn leven. De blik tussen twee mensen is het intiemste wat mensen met elkaar kunnen uitwisselen.’

‘Ja, ik vind echt dat er niets intiemer is dan de menselijke blik. Dat is mooi, maar het kan ook verschrikkelijk zijn. De blik kan iets verscheurends, iets borends of iets beschamends hebben. Het gevoel gezien te worden kan mooi zijn – ieder mens verlangt daarnaar – maar ik zou dat niet per se eenieder toewensen. Gezien worden kan iets beschamends hebben. Vooral als je de blik niet kunt beantwoorden.’

‘Het kijken is ook een spel. Ik kan nu bijvoorbeeld wegkijken, naar iets anders staren. Jij kunt dat ook doen. En ik kan dan opstaan en gaan. Er zijn ook situaties waarin dat niet mogelijk is, waarin men uitgeleverd is aan de blik. Als klein kind bijvoorbeeld, of op de bühne. Wanneer je daar in de schijnwerpers staat en zelf niets ziet omdat je in een zwart gat staart, terwijl het publiek wel naar je kan kijken, kan dat behoorlijk beschamend of zelfs kwetsend zijn. Zelf heb ik het altijd ervaren alsof ik een open wond heb.’ Seethaler doet alsof hij met zijn handen zijn borstkas opentrekt.

De schrijver zwijgt even en gaat dan verder: ‘Het hoeft niet per se een wond te zijn. Ik ben een schaamtevol mens. Waar deze schaamte vandaan komt, weet ik niet. Het is een levensschaamte, een zeer elementair en archaïsch gevoel. Ik schaam me niet voor een gekreukelde broek of een scheve neus, maar voor het gehele zijn.’

‘Precies. Goede acteurs kunnen dat gevoel juist benutten. In De Weense sigarenboer laat ik Freud op een bepaald moment zeggen dat lust en schaamte als broer en zus zijn, die hand in hand door het leven gaan, als je ze maar vrijlaat. Als de lust er niet meer is – zoals in mijn geval, ik verloor al heel snel het plezier in het spelen – heeft het geen zin meer.’

‘Natuurlijk is het een narcistische zelfbevestiging. Maar bij mij gaat het om nog iets anders. Ik voel me het best wanneer ik bij mezelf kan blijven, wanneer ik me kan verstoppen. En ik had het kinderlijke idee dat ik me op de bühne, in de schijnwerpers, juist kon verstoppen. Dat kan ook: in je rol. Maar bij mij ging dat niet goed. Ik voelde me naakt.’

‘Daar schaam ik me niet voor.’

‘We hebben het dan over de jaren tachtig, toen lagen de zaken echt anders dan in de tijd waarin mijn ouders of mijn grootouders opgroeiden. Maar toegegeven: echt als werk werd het niet gezien, of hoogstens met tegenzin. Dat is een devaluatie van wie je bent en die ken ik goed. Mijn schaamte heeft hier echter niets mee van doen. Die heeft een oorsprong die veel dieper ligt en zelfs mij ontgaat.’

‘Mij interesseert de mens. En dit milieu ken ik nu eenmaal goed. Ik heb ook psychologie gestudeerd, zou over kunstenaarskringen kunnen schrijven, maar meestal kunnen hun problemen mij geen reet schelen.’

‘Die studie psychologie heb ik niet afgemaakt, omdat ik wilde schrijven. Ik heb veel verschillende dingen gedaan.’ Seethaler grinnikt. ‘Zo ben ik ooit begonnen als elektricien, al duurde dat niet langer dan een maand. Ik droomde alleen maar. Vervolgens werd ik babysitter, heb ik lp’s verkocht bij het Prater, heb in een sportwinkel gestaan en een half jaar in een kibboets gewerkt. Dat laatste had vooral met mijn literaire interesse te maken. Alles wat ik toentertijd las, was Joodse literatuur.

‘Vervolgens had ik mijn eerste oogoperatie en moest ik nadenken over een beroep dat ik ook zou kunnen uitoefenen als ik blind zou worden. Dus volgde ik een opleiding tot masseur. Ik heb zelfs de Oostenrijkse kampioen handbal nog behandeld. Een tweede oogoperatie volgde en daarna heb ik een jaar in een hotel op Cyprus gewerkt. Via omwegen werd ik acteur en daarna schrijver.’

‘In het milieu waarin ik ben opgegroeid, denk je daar niet eens over na. De intellectuele voedingsbodem ontbrak. Er was geen humus waarop zo’n kwetsbaar plantje kon bloeien. De achtergrond van mijn schrijverschap ligt niet in een intellectueel wereldbeeld, maar vooral in het bezweren van beelden.’

‘Je heerst over je eigen wereld. Dat is prettig, maar het is ook waanzinnig eenzaam. Er is geen hulp. Je kunt maken wat je wilt. Super. Maar het is ook schrikwekkend. Velen komen niet over deze drempel. De bladzijde is altijd leeg. Zelfs als je tweehonderd pagina’s hebt geschreven is het nog-niet-geschrevene er nog niet, haha.’

‘De dood brengt een fantastisch perspectief met zich mee. Het geeft een bepaalde richting aan de blik. Wat zou een dode vertellen? Wat zou jij terugblikkend vertellen? Wie ben je geweest?’ Seethaler denkt even na en komt dan tot de slotsom: ‘Grammaticaal gezien moet je de vraag anders stellen. De vraag waarom alles in mijn werk draait, luidt dan: wie zal je geweest zijn?’

Met zijn boeken, die in meer dan veertig talen zijn uitgegeven, behoort Robert Seethaler tot de populairste schrijvers van Oostenrijk. Hij werd in 1966 in Wenen geboren met, naar al gauw bleek, een zware zichtbeperking: min 19; hij ziet niet verder dan twee armlengtes. Aanvankelijk maakt hij naam als acteur op zowel het toneel als in de film. Thans verkiest hij het schrijven boven acteren, al zal hij een nieuwe filmrol altijd in overweging nemen (‘daarin kan ik, net als bij het schrijven, dichter bij mezelf blijven’).

In Nederland werd hij bekend met het dunne, maar daardoor niet minder verbluffende Een heel leven (vertaald door Liesbeth van Nes). Daarna verschenen nog vier vertalingen, waarvan Het café zonder naam de meest recente is. Als Seethaler niet schrijft (‘ik ben allesbehalve gedisciplineerd’) doet hij, zoals hij zelf zegt, ‘helemaal niets’.

Robert Seethaler: Het café zonder naam. Uit het Duits vertaald door Liesbeth van Nes. De Bezige Bij; 224 pagina’s; € 22,99.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next