In de coronacrisis zijn de sociale en gedragswetenschappen onvoldoende serieus genomen vergeleken met zogeheten ‘hardcore’ wetenschap. Dat stellen 72 onderzoekers in een opvallende studie in Nature. Universiteitshoogleraar Naomi Ellemers is een van hen.
‘Het is eigenlijk simpel’, zegt Naomi Ellemers: ‘Wij laten zien dat de voorspellingen tijdens de covidpandemie klopten. Dat wij onze claims hard kunnen maken.’
Wij, dat zijn twee teams van in totaal 72 sociale en gedragswetenschappers uit ruim twintig landen, die via een meta-onderzoek in het nieuwste nummer van Nature opkomen voor hun discipline. De sociale en gedragswetenschappen zijn volgens hen onvoldoende serieus genomen naast de wetenschap met een meer ‘hardcore’ imago.
Over de auteur
Margriet Oostveen schrijft voor de Volkskrant over sociale wetenschappen, geschiedenis en maatschappij. Eerder trok ze tien jaar als columnist door Nederland.
En dat heeft gevolgen. In Nederland constateerde bijvoorbeeld de Onderzoeksraad voor de Veiligheid in zijn onderzoek naar de aanpak van de coronacrisis dat, ondanks het oprichten van een ‘gedragsunit’ bij het RIVM, de sociale en gedragswetenschappen onvoldoende serieus zijn genomen.
Zo werd de gedragsunit volgens dit rapport door het OMT ten onrechte buiten de eigen aanbevelingen gehouden en ook buiten vrijwel al het relevante overleg. ‘Volgens de modelleurs waren hun data minder geschikt om in de modellen te gebruiken’, aldus het rapport.
Ook premier Rutte zei bij persconferenties niet naar sociologische verklaringen te willen zoeken. En voorzitter Jaap van Dissel van het OMT schakelde nogal eens over op de zin ‘ik kan niet in een kristallen bol kijken’, als tijdens persconferenties vragen over sociaal-wetenschappelijke kwesties zoals depressie en isolement werden gesteld.
Het versterkte onbedoeld de indruk dat de sociale wetenschappen er maar een slag naar slaan. Ten onrechte, stelt de Onderzoeksraad: ‘De positie van sociaal- en gedragswetenschappelijke kennis kan verder versterkt worden.’
Dat is precies de bedoeling van de 72 auteurs van het nieuwe Nature-artikel, die nu negentien gedragskundige aanbevelingen tegen het licht houden die tijdens de pandemie zijn gedaan. De aanbevelingen stammen uit een publicatie in Nature Human Behavior die drie jaar geleden veel stof deed opwaaien.
De titel was ‘Sociale en gedragswetenschappen gebruiken ter ondersteuning van de aanpak van de covid-19-pandemie’. De aanbevelingen gingen onder meer over toen nog cruciale zaken als hoe je mensen zover krijgt vaker hun handen te wassen, een mondmasker voor te doen of afstand te houden. Maar ook over het effect van isolatie op eetgedrag, over zelfdoding en over werken op afstand.
Sociaal en organisatiepsycholoog Naomi Ellemers was een van de coauteurs van dat eerste artikel. Bij de faculteit sociale wetenschappen van de Universiteit Utrecht is ze universiteitshoogleraar, een soort erefunctie voor hoogleraren die tot de besten in hun vakgebied worden gerekend.
Als tweede Nederlandse toponderzoeker was VU-hoogleraar sociale psychologie en Oxford-fellow Paul van Lange daarbij betrokken.
Beiden werden voor het nieuwe Nature-onderzoek ingedeeld in een team van 33 onderzoekers. Het tweede team bestond uit 39 wetenschappers die geen enkele bemoeienis met het vorige artikel hadden.
Beide teams onderzochten al het relevante onderzoek dat sinds de pandemie naar alle beweringen uit het eerste artikel is gedaan. Data uit 747 wetenschappelijke artikelen die in bijna vier jaar over de achttien claims zijn verschenen, werden daarvoor via een speciale onderzoekswebsite samengebracht, geanonimiseerd, verdeeld over de onderzoekers en door ieder afzonderlijk beoordeeld.
‘We publiceerden het helemaal in het begin van de covidcrisis, voorjaar 2020. Net als epidemiologen en medisch onderzoekers in de hele wereld toen hun krachten bundelden, beschreven wij in dat artikel hoe je volgens ons een aantal zaken zou moeten aanpakken.
‘Dat artikel kreeg veel aandacht van zowel wetenschappers als beleidsmakers. Onze aanbevelingen zijn gepresenteerd door de Wereldgezondheidsorganisatie WHO. Maar er was ook harde kritiek. Ook binnen ons eigen vakgebied zeiden wetenschappers: hoe kun je dat nou doen? Onze wetenschap is nog helemaal niet ver genoeg om hier beleidsaanbevelingen op te baseren.’
‘Sommigen vreesden dat onze aanbevelingen ook de omgekeerde effecten konden hebben van wat ze beoogden, omdat hiervoor nog geen hard bewijs in de praktijk was verzameld.’
‘Daar ben ik het dus niet mee eens en ik denk dat onze benadering dat ook ondersteunt. Met de benadering die wij kozen, was te onderzoeken wat de meer algemene mechanismen waren, processen waarvan we door experimenten ook vrij goed weten wat de oorzaak-gevolgrelaties zijn. Daarnaast zijn er sociale wetenschappers die ook in de praktijk gedrag tijdens eerdere virusuitbraken hebben bestudeerd, zoals de ebola-epidemie in Afrika.’
‘Neem mijn deel van dit onderzoek, over wat we het ‘bron-effect’noemen. Daarover was in experimenten, maar dus ook rond ebola, al eens door onderzoekers vastgesteld dat het voor gedragsverandering niet alleen uitmaakt welke informatie mensen over de ziekte krijgen, maar ook van wie ze die krijgen. Wie de bron is dus. Of ze die personen vertrouwen. En dat is in allerlei populaties als een robuuste bevinding aangetoond. Dan kun je zeggen: dat zal dan in deze pandemie ook het geval zijn.’
‘Dat deden we ook, maar we verschillen daarin niet van de epidemiologische onderzoekers die vaak ook nog geen informatie hadden over de effectiviteit van hun maatregelen tegen covid. Zij gingen ook extrapoleren op grond van eerder onderzoek naar andere ziekten.’
Naomi Ellemers moest voor het nieuwe artikel veertig onderzoeken evalueren over het genoemde bron-effect. Zowel Ellemers als de onderzoekers uit team twee stelden vast dat het inzetten van vertrouwde personen uit de gemeenschap in de covidpandemie beter werkte om ervoor te zorgen dat mensen aanbevolen gedragsregels volgen, dan voorlichtingscampagnes die zulke personen niet inzetten.
‘Door zo breed mogelijk op te halen. Iedereen is gevraagd in te sturen. Ook de data van ongepubliceerde studies zijn onderzocht. We begonnen met zo’n drieduizend studies. De 747 onderzoeken die uiteindelijk overbleven, en die vaak meerdere studies uit die drieduizend combineerden, gingen daadwerkelijk over achttien van de negentien aanbevelingen. De negentiende bleek een aanbeveling waarnaar tijdens de pandemie niemand onderzoek heeft gedaan.’
‘Dat was de claim dat je het beter kunt hebben over ‘physical distancing’ in plaats van ‘social distancing’.’
‘Vermoedelijk omdat we nog zo gescheiden van beleidsmakers moesten opereren en daardoor niet altijd de vragen stelden die hen bezighielden. Daarom zeggen we nu dat onderzoekers en beleidsmakers elkaar beter op de hoogte moeten houden: wat willen we weten, en wat weten we al?
‘Maar op die ene bewering na dus vonden de onderzoekers voor alle achttien aanbevelingen voldoende bewijs. En het belangrijkste: er is geen één aanbeveling geweest die, zoals werd gevreesd, tijdens de pandemie een tegenovergesteld effect opleverde.’
‘Ik wil daar niet alles aan ophangen, maar er is toen wel iets geknakt. Terwijl fraude in de wetenschap veel meer voorkomt in de biomedische wetenschapstakken, waar ook de grote industrieën zitten en mensen er financieel belang bij hebben om onderzoeksresultaten te vervalsen. Getalsmatig is de psychologie niet de grootste boosdoener op dit gebied.’
‘Maar wij doen bijvoorbeeld ook metingen naar hersenactiviteit, of naar veranderingen in hartslag en bloeddruk die mensen vertonen als wij ze in bepaalde experimenten laten meedoen. En je kunt bijvoorbeeld keihard aantonen dat sociale isolatie slecht is voor het immuunsysteem.’
‘Je kijkt bijvoorbeeld eerst naar sociale contacten van gezonde vrijwilligers, voordat ze in isolatie worden geplaatst en met een verkoudheidsvirus worden besmet. Zo kun je vaststellen dat mensen die meer met sociale netwerken verbonden zijn minder snel ziek worden, en ook zien hoe dit precies in het lichaam werkt.
‘Door dit soort onderzoek weten we ook dat vaccins minder goed werken bij ouderen die sociaal geïsoleerd zijn. Zelfs als je, zoals Rutte, aanvankelijk niet geïnteresseerd bent in het mentale welbevinden, maar alleen in medische statistieken is dit belangrijk.’
‘Sommige collega’s vinden het moeilijk zich in het publieke debat te mengen. Ze zijn het wantrouwen zat en denken: bekijk het maar, ik doe gewoon mijn onderzoek en ik schrijf het allemaal wel op in wetenschappelijke tijdschriften.’
‘Meer dan de helft van de onderzoekers had niets met de onderzochte beweringen van doen. Dat noem ik bepaald geen wc-eend.’
‘Ik herinner me nog goed hoe dat artikel uit 2020 bij iedereen rondging’, zegt gedrags- en communicatiewetenschapper Bas van den Putte. ‘Heel mooi dat er vanuit de sociale wetenschappen ook een bijdrage aan het bestrijden van de covidcrisis werd geleverd.’
Van den Putte is hoogleraar gezondheidscommunicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in theorieën en modellen over gezondheidsgedrag en adviseert onder meer het RIVM en ministeries. Van den Putte zit in een onderzoeksgroep die de data analyseert uit de pandemie van de gedragsunit van het RIVM.
Hoe weegt hij het nieuwe Nature-onderzoek, waarbij hij zelf niet betrokken was? ‘Dat ze twee gescheiden teams van onderzoekers gebruikten, is uniek. Dat heb ik zelf althans nog niet gezien. Meestal ben je al blij als je één team bij elkaar krijgt om alles te bekijken. Op hoofdlijnen hebben ze dat keurig gedaan, al had ik ook graag gezien wat de losse conclusies van de twee teams waren – die zijn nu voor het artikel samengevoegd tot één geheel.
‘De onderzoeken die ze nu onder de loep nemen, zijn het best beschikbare bewijs. Maar ze zijn natuurlijk niet perfect, die onderzoeken zijn vaak in grote haast tijdens de pandemie gedaan. Iedereen deed toen enorm zijn best om zo snel mogelijk informatie boven tafel te krijgen. Daardoor is het onderliggende bewijs vaak van te laag wetenschappelijk niveau om sterke conclusies te trekken. Hoog kwalitatief onderzoek kost veel meer tijd en geld.
‘Vaak gaat het in deze onderzoeken bijvoorbeeld om correlationeel bewijs, maar er zijn nog geen harde aanwijzingen voor causaliteit. Het is in het Nature-onderzoek ook niet altijd duidelijk of het bijvoorbeeld om een representatieve steekproef gaat, of dat er wat mensen van de straat zijn geplukt. Er zijn dus nog steeds alternatieve verklaringen mogelijk voor de beweringen die zijn onderzocht. Maar dit is vaak een probleem van de sociale wetenschappen als geheel. Het kost veel meer tijd en geld om dit soort zaken echt goed te onderzoeken.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden