Het is minder gek dan het misschien klinkt: een telescoop lanceren met een ballon. Een ballon oplaten is immers goedkoper en sneller dan een telescoop met een raket richting ruimte lanceren. Bovendien is de kans op een catastrofale mislukking kleiner. Gaat het bij een raketlancering mis, dan ben je zo miljarden euro’s en talloze jaren ontwikkelingstijd kwijt. Gaat het mis met de ballon, dan kan de telescoop bungelend aan een parachute veilig terugkeren naar het aardse.
Nasa’s heteluchtballontelescoop Gusto drijft straks na lancering op een kilometer of 30 à 40 boven het aardoppervlak. Nog lang niet bij de ‘grens’ met de ruimte, maar wel voldoende hoog om minder last te hebben van waterdamp in de atmosfeer, dat straling uitzendt op precies die frequenties die Gusto wil meten.
Over de auteur
George van Hal is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart. Van Hal publiceerde boeken over alles: van het heelal tot de kleinste bouwstenen van de werkelijkheid.
Denk bij een telescoop die onder een ballon hangt overigens niet aan wiebelige touwtjes die je onder speelgoedballonnen kunt zien. Op grote hoogte is het relatief rustig en de ballon beweegt daar bovendien mee met de luchtstromen.
Eenmaal op de beoogde hoogte zal Gusto gedurende zijn missieduur van minimaal 55 dagen diep ons thuissterrenstelsel, de Melkweg, in turen. Bovendien zal het ons kleinere buurstelsel De Grote Magelhaense Wolk bekijken. Bij beide stelsels gaat de aandacht vooral uit naar het zogeheten interstellaire medium, het materiaal dat in de grote leegtes tussen de sterren dwarrelt, en de straling die zulke gebieden doordrenkt. Op die manier hopen astronomen meer te weten te komen over de manier waarop sterren ontstaan en waarop sterrenstelsels evolueren.
Hoewel Gusto een missie van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie Nasa is, zijn Nederlandse wetenschappers en ingenieurs nauw betrokken bij zowel de bouw als de wetenschappelijke analyse van de meetgegevens. ‘Ik ben de afgelopen periode vooral bezig geweest met alles checken – de detectoren, de elektronica, dat soort dingen’, zegt José Silva van het Nederlands ruimte-onderzoekinstituut Sron aan de telefoon vanuit Antarctica, waar Gusto op z’n vroegst op Eerste Kerstdag zal worden opgelaten. ‘Het is eigenlijk een beetje alsof je een auto aan het finetunen bent.’
Dat Gusto vanaf Antarctica wordt opgelaten, heeft meerdere redenen. Zo bevindt zich boven het continent nog minder waterdamp dan elders, is de zomer op Antarctica gunstig voor de stroomvoorziening – Gusto is voorzien van zonnepanelen – en zorgt de luchtstroom van de polaire vortex ervoor dat de telescoop langer boven het continent kan blijven. Plus: Gusto passeert er geen politiek gevoelige landsgrenzen, en bij een noodlanding belandt de telescoop niet per abuis op iemands huis.
Ondanks al die voordelen, biedt de barre omgeving echter ook veel praktische uitdagingen. ‘De ballonfaciliteit ligt bijvoorbeeld 15 kilometer van het kamp hier’, zegt hij. ‘Dat gebouw is trouwens 15 meter hoog. Wist je dat het daarmee het hoogste gebouw op heel Antarctica is?’, zegt hij lachend. ‘Dat is een feitje dat ik altijd graag met mensen deel.’
De reis naar dat gebouw van bescheiden recordhoogte bedraagt vanuit zijn verblijfplaats op Antarctica zo’n drie kwartier – geen abnormale reisduur voor de gemiddelde forens. ‘Alleen: er is daar verder echt helemaal niets. Toen ik net op Antarctica was, moest ik na een half uur alweer terug naar ons verblijf omdat er een heftige sneeuwstorm zou overtrekken en het in de ballonfaciliteit niet veilig zou zijn. Het bleek uiteindelijk loos alarm, maar zoiets kost je dan wel meteen een halve dag.’
Silva werkt al een paar jaar aan de detectoren van Gusto, ‘het hart van deze telescoop’, zoals hij het zelf omschrijft. ‘Daar gaat daarom ook de meeste aandacht naar uit. Werken alle pixels? Zijn ze gevoelig genoeg? Dat zijn mijn grootste zorgen’
Want hoewel een ballonlancering relatief goedkoop is, is het nog altijd niet mogelijk de telescoop zomaar even naar beneden te halen voor een reparatie, of om een ingenieur naar 40 kilometer hoogte te vliegen om een probleem ter plekke te verhelpen.
Een verzachtende omstandigheid is dat de telescoop straks gewoon ‘aan’ staat op het moment dat hij opstijgt. In het binnenste van een raket is zoiets vaak onmogelijk, zodat na lancering de spanning volgt of het aanzetten van alle instrumenten goed lukt. Die spanning is er hier alvast af.
Toch is de lancering zelf niet helemaal zonder technische uitdagingen, zegt Silva. ‘Onze detector moet bijvoorbeeld gekoeld worden tot 269 graden Celsius onder nul’, zegt hij. Die detector maakt namelijk gebruik van supergeleiding, dat pas bij zeer lage temperaturen plaatsvindt. ‘Zelfs 250 graden onder nul zou daarom al te warm zijn.’
Op het moment van lanceren is al die technologie overigens al ruimschoots getest. ‘We doen eerst een proef om te zien of alles het doet, waarbij we elk onderdeel van het instrument doornemen.’ Silva en collega’s hangen de telescoop daarbij aan een hijskraan en zetten hem aan. ‘Die test was eigenlijk het meest spannende moment –spannender dan de ballonlancering zelf.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden