Hoe anders zit Norah Verheugd (19) aan de eettafel dan vier jaar geleden. Toen ze als 15-jarige haar overleden moeder al drie jaar moest missen, en het thuis bij haar vader en op de mavo gewoon niet meer ging. Ze was angstig, depressief. Gelukkig voor haar was er plek in Het Dagelijks Bestaan, de Zutphense opvang voor jongeren die het om wat voor reden dan ook op school, thuis of op hun werk niet redden zonder hulp. Omdat ze psychisch vastlopen of geen veilige thuissituatie hebben.
‘Ik kwam binnen met mijn hoofd naar beneden, stil, ik sprak niet’, zegt Norah in de gezamenlijke huiskamer. Nu zit ze ontspannen achter de zelfgemaakte pompoen-linzensoep, een voet op haar stoel, waardoor haar knie nonchalant boven tafel uitsteekt. En lacht ze haar witte tanden bloot als tafelgenoten grappen dat ze de ‘guest of honor’ (eregast) is, omdat ze normaal ‘het liefst in bed ligt op dit tijdstip’ of anders ‘naar slechte muziek luistert’.
Het is aan deze tafel waar Norah en vele anderen leerden ‘zichzelf te durven zijn’. Want samen tafelen, daar draait het voor een belangrijk deel om bij Het Dagelijks Bestaan. In de woorden van bestuurder Ingrid Enderink: ‘Eten is een verbindend middel om iets leuks van de dag te maken.’ Want van samen koken leer je samenwerken, en door samen te eten leer je elkaars verhalen kennen. De vijftien tafelgenoten geven elkaar voor aanvang een hand en dan klinkt het: ‘Eet smakelijk allemaal.’
De woongemeenschap in Zutphen is een plek voor jongeren om hun ‘talenten te ontwikkelen’, te ontdekken waar ze ‘blij van worden’ en ‘wat ze nu écht willen’. Het zijn de clichétermen die vaker vallen bij dit soort initiatieven, maar voor Norah en veel anderen werkt de methode om richting te vinden in hun leven.
Norah begon als een van de tien jongeren die vanuit huis meedeed aan het dagprogramma. Inmiddels is ze een van de dertien die permanent ‘beschermd woont’ in hun eigen appartementje. Op het terrein met moestuin, werkplaats, sportfaciliteiten. En ook wat ze ‘buren’ noemen; om dicht bij de samenleving te blijven, staan er in de leefgemeenschap dertien huizen voor mensen en gezinnen zonder prangende hulpvraag.
Dean Sparrow is als kok een spilfiguur in de gemeenschap. Hij leert de jongeren tussen 14 en 27 jaar niet alleen koken en andere horecavaardigheden, hij is voor velen ook een disciplinerende mentor. ‘Hij is heel belangrijk voor me geweest’, zegt Norah. ‘Als knuffelbeer, maar ook iemand die me corrigeert. Ik droeg in het begin vaak een masker en deed me vrolijker voor dan ik was. Daar prikt iemand als Dean zo doorheen.’
Sparrow moest haar aanvankelijk ‘de keuken in trekken’, zegt Norah. Ze kon zich weinig spannenders voorstellen dan eten bereiden dat anderen vervolgens moesten opeten. Sparrow had door dat Norah een duidelijke taak nodig had; dat hij haar steeds hetzelfde te doen moest geven. Er bleek een uitstekende broodbakker in haar te schuilen. ‘Door samen te koken heb ik geleerd over mijn faalangst heen te komen.’ Toen men haar brood bleek te waarderen, werd variëren de uitdaging. ‘Gewoon brood werd krentenbrood of met kaas en ui.’
Als het loopt volgens plan, slaagt Norah volgend voorjaar alsnog voor het mavo/vmbo-t. Dan breekt voor haar ook een leven aan buiten Het Dagelijks Bestaan. De ogen die eens naar beneden waren gericht, zien nu vergezichten. ‘Ik hoop voor een jaar naar Portugal te gaan, daar heb je leuke gemeenschappen waar je kunt wonen en werken.’
Pieter Hotse Smit
Door de open keuken van buurtkamer De Bijenkorf in Amsterdam-West schalt de schaterlach van de tengere Rachida (55). Ze is een van de tien Marokkaans-Nederlandse vrouwen uit de buurt die er elke donderdagmiddag een overvloedige maaltijd koken voor wie maar wil aanschuiven.
Rond het middaguur liggen er dertig al voorgegaarde kippen klaar om nog even de oven in te gaan. Ondertussen voegen de vrouwen, uitbundig kletsend, de laatste kruiden toe aan een goudgele saus in een enorme soeppan.
‘Wij zijn één grote familie’, zegt Samira (57), beige hoofddoek, spijkerjurk, terwijl ze aan de lange houten tafel bosuitjes snijdt voor de salade. Ook Samira is al jaren vaste vrijwilliger bij de wekelijkse maaltijd van Stichting Samen Sterk Vrouwen West. ‘Wij koken hier met liefde. Een glimlach van degene die onze maaltijd eet, dat is de grootste beloning.’
Darifa Benhadhoum (51) vertelt dat de kippen de avond ervoor zijn gewassen met zout en citroen en vervolgens zijn ingesmeerd met een marinade die een hele nacht is ingetrokken. Met Nora Aamour is zij de drijvende kracht achter deze stichting, die sinds 2010 vrouwen uit de buurt gezelschap biedt. Het gezelschap dat Benhadhoum miste toen ze als jonge, net getrouwde vrouw uit Marokko naar Nederland kwam. Zo eenzaam voelde ze zich aanvankelijk in een vreemd land waarvan ze de mores niet kende, dat ze in een depressie raakte.
Gelukkig ontmoette ze Aamour op het schoolplein, tijdens de zwemlessen van hun kinderen raakte ze aan de praat en samen besloten ze vrouwen zoals zijzelf op weg te helpen. Nu organiseren ze onder meer taalles, fietsles en een inloopspreekuur voor alle mogelijke vragen. In april zijn ze voor hun inspanningen geridderd.
De maaltijd die hun stichting elke donderdagmiddag verzorgt is een warme samenkomst van tientallen vooral Marokkaans-Nederlandse vrouwen, die niet allemaal even goed Nederlands spreken. Iets na tweeën wordt de eerste tafel voorzien van een grote schaal met hele kippen, drijvend in een saus met groene olijven.
‘Wat is het toch lekker geworden’, zegt vrijwilliger Samira, zichtbaar genietend van de maaltijd waaraan ze zelf een bijdrage heeft geleverd. ‘Ik proef de kurkuma, de knoflook, gember, peterselie, uien, saffraan, de citroen… Wat een rijkdom aan smaken.’
De 28-jarige Raja die naast haar zit, knikt instemmend. De vrouw in een grijs trainingspak is nog maar kort in Nederland na haar bruiloft en oogde bij binnenkomst wat bedeesd. Nu praat ze in haar moedertaal honderduit met Samira, ze lachen uitbundig. ‘Ik zou me zo veel eenzamer voelen als ik deze groep vrouwen niet had leren kennen’, zegt ze.
De vrouwen eten met hun handen, het brood dopen ze in de saus, een eigen bord is niet nodig. ‘Het is ook veel lekkerder om met je handen te eten, dan voel je het eten echt’, zegt Aisha (63), terwijl ze een stukje vlees van het kipkarkas afscheurt.
Aisha vertelt hoeveel baat ze heeft bij deze samenkomst in moeilijke tijden. Ze kampt met nierproblemen en is aan het bekomen van een ingrijpende medische behandeling. Vaak ging ze na haar afspraak in het ziekenhuis rechtstreeks naar de gezelligheid van dit buurthuis, zo verdreef ze haar zorgelijke gedachten. Ze is ervan overtuigd dat de gezamenlijke maaltijden hebben bijgedragen aan haar herstel.
Dan krijgt Aisha een ferme knuffel van Marga (76), die als vrijwilliger bij de stichting fietslessen en taallessen geeft. ‘Dit bedoel ik nou’, zegt Aisha. ‘Dit doet me zo goed.’
Charlotte Huisman
Als nieuwkomer in Batenburg leer je snel genoeg waar je moet zijn om dorpsgenoten te ontmoeten, zegt Bart Koenis (56) onder de luifel van Francesco’s Pizzabus: hier, op het pleintje in de Kerkstraat, bij de waterpomp. ‘Dit is de enige plek waar het bijna jammer is als je pizza klaar is.’
Batenburg, aan de Maas in Gelderland, heeft ongeveer 660 inwoners. Geen supermarkt, wel een kroeg waar je ook wat kunt eten. Onder de vorige café-eigenaren werd één barkruk bezet gehouden door een kip. ‘Ik heb Duifje haar laatste ei zien leggen, op die kruk’, zegt Anki Rodermond (70), pizzaklant van het eerste uur. Het was een windei.
Er is een voetbalvereniging, er zijn twee kerken. En er is dus iedere zondag de gele bus van Francesco Lai (66) en Hannie Hendriks (70), een Iveco 35S9 met een kleine ingebouwde gasoven.
Zijn pizza’s worden bereid op ‘Francesco’s manier’, de ‘echte Italiaanse manier’, aldus Lai, die opgroeide in Atzara, op Sardinië. Het is niet zo druk op deze natte tweede zondag van december, toch wordt er druk gewacht.
‘Kan ik jullie een glaasje wijn aanbieden? Rood of wit?’ Lai en Hendriks schenken bij zolang het wachten duurt. Koenis: ‘Het duurt soms verschrikkelijk lang. Maar dat geeft helemaal niet.’ De ongeschreven regel is dat je er bij het afrekenen een paar euro bovenop doet, zegt Rodermond.
Zij was het die Francesco’s Pizzabus dertien jaar geleden deze kant op haalde, nadat ze ’m had ontdekt in buurdorp Hernen – daar staat de bus elke vrijdag.
Rodermond maakt onderscheid tussen halers en ouwehoerders. De halers geven bellend of append hun bestelling door. De ouwehoerders komen niet alleen voor pizza, maar ook voor elkaar. Op warme zomeravonden nemen ze tafeltjes en stoeltjes mee.
Waar ze het over hebben? ‘Over de toestand in de wereld, wat denk je! Maar we staan ook te ouwehoeren in het luchtledige, over scheidingen en verbouwingen. Geen kwaadspreken hoor.’
Koenis is sinds augustus een huis aan het bouwen op een stuk land dat hij van Rodermond kocht. Hij komt net van het dak af – vandaar dat hij z’n oranje klusjas nog draagt.
Batenburg leerde hij kennen toen hij een boot had gekocht, een zalmschouw die hij van Werkendam naar huis in Malden moest varen. Hij maakte hier een tussenstop, met alle gevolgen van dien. Om zich heen wijzend, naar de witgepleisterde huizen, de grote kerstboom, de pizzabus: ‘Dit spreekt toch voor zich?’
Tot hun huis af is, bivakkeren zijn vrouw en hij in een caravan. De mensen die hij op zondag pizzadag leerde kennen, komen geregeld kijken hoe de bouw vordert. ‘Met dit vieze weer is het al zeker zes keer voorgekomen dat we werden uitgenodigd om een hapje te komen eten.’
Hendriks: ‘Lusten jullie nog wijn? Ank, jij nog?’
Rodermond: ‘Kijk, daar komt Kees, die de stroom levert. Ik zag hem altijd wel in zijn studeerkamer zitten, maar Kees is niet zo heel erg, hoe zeg je dat, outgoing, dus we spraken elkaar pas toen we hier samen stonden te wachten. Hai Kees!’
Onder zijn aanvoering doorbreekt de harde pizzakern op Oudejaarsdag de donkere dagen met een borrel. ‘Dan zijn er pizzapunten, Italiaanse kerstliedjes, vuurkorven en serveert Kees glühwein uit het raam.’
De pizza Siciliana van Anki Rodermond ligt intussen dampend in een kartonnen doos, na een uur. Ze draait zich nog even om op het pad dat langs de kerk richting haar huis loopt. ‘Hé, als jullie zo nog koffie willen, dan kunnen jullie langskomen hoor!’
Gidi Heesakkers
Yalem Tesfa Kabede (52), een Ethiopische oorlogsvluchteling die in de jaren negentig naar Nederland is gekomen, heeft vanavond een beetje pech. ‘Mijn lievelingseten is boerenkoolstamppot’, zegt de vaste gast van buurtontmoetingsplek Buuf & Co aan de multiculturele Mathenesserweg in Rotterdam-West. Verwachtingsvol kijkt de goedlachse Ethiopische, die met een trauma kampt en een psychotische stoornis heeft, toe hoe begeleider en gelegenheidschef Lynda de borden uitserveert. Vanavond op het menu: een geurig gekruide Surinaamse roti kip masala (cruciale ingrediënten volgens Lynda: birambi chutney, pimentkorrels en een klein deel van de aardappelen prakken om de saus in te dikken).
Yalem valt even stil, een glimp van teleurstelling in haar ogen. Die blijkt van korte duur. Enkele ogenblikken later schuift Yalem de roti enthousiast naar binnen, ondertussen kletsend met een zestal tafelgenoten.
Een paar dagen in de week eet Yalem bij ‘inlooplocatie’ Buuf & Co. Hier komen voornamelijk ‘eenzame mensen met een krasje’, aldus eindverantwoordelijke (‘inloopcoach’) Iris. ‘Veel van onze gasten hebben sociaal-psychische problemen, een licht verstandelijke beperking of kampen met een medicijn- of alcoholverslaving.’ Bij Buuf & Co, dat van top tot teen is versierd met kerstverlichting, mogen zij ‘zijn zoals ze zijn’, aldus Iris.
Ze heeft last van de enorme tekorten op de arbeidsmarkt. Laatst vertrok er wéér een kok, het bezorgde haar een slechte nacht slaap. Iemand opperde voorzichtig om dan maar te stoppen met de vaste maaltijd. Dat is elke dag opnieuw, zeven dagen in de week, een tijdrovende bezigheid. ‘Geen sprake van’, aldus Iris. ‘Door samen te eten, komen deze mensen bij elkaar. Anders zitten ze ook maar in hun flatjes, helemaal alleen.’
Yalem knikt. ‘Dit is mijn huiskamer’, zegt ze. Ze heeft hier veel vrienden gemaakt. ‘Half Rotterdam kent mij’, zegt ze fier.
Buuf & Co ligt in Bospolder-Tussendijken, een van de armste wijken in het land. Veel vaste gasten kampen met financiële problemen. En dat is zichtbaar, zegt Iris. ‘Ze dragen soms dagen achter elkaar dezelfde, kapotte kleding.’
Yalem heeft al twintig jaar bewindvoering en moet rondkomen van 80 euro per week. De inflatie en gestegen energiekosten hakken er flink in, zegt Iris. ‘Dat is hier het gesprek van de dag.’ Het biedt uitkomst dat de maaltijden in het buurtcentrum slechts drie euro vijftig kosten.
Bij Buuf & Co komen de paradijsvogels van de wijk samen eten. Geanimeerd en liefdevol bespreken Iris en Lynda de vaste gasten. Eén man met pathologische verzamelwoede had twee garages afgehuurd om ze vol te kunnen stoppen met op straat gevonden spullen, in de hoop daar later rijk van te worden. Toen een van de begeleiders – toch nieuwsgierig geworden – een kijkje ging nemen, trof hij twee garages vol met schroot, kapotte fietsen en andere waardeloze rommel.
Een andere vaste gast, een onlangs overleden vrouw, stal ook de harten van de leiding. ‘Zij was meestal enorm lief, alhoewel ze vet kleptomaan was’, zegt Iris. ‘Dan hadden we rozen in vazen op de tafels gezet, maar die waren dan ineens allemaal verdwenen.’
En dan is daar natuurlijk nog Yalem. Nu ze haar dessert – een tiramisu (van supermarkt Lidl, om de kosten te drukken) – op heeft, wil ze de Volkskrant-verslaggever nog iets op het hart drukken. ‘Kun je opschrijven dat ze de bewindvoering moeten afschaffen? Ik krijg te weinig geld.’
Abel Bormans
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden