Home

Magie volgens Babs Gons, Dichter des Vaderlands: ‘Met maar één zin schep je een heel universum’

Was 2023 een goed jaar voor dichter Babs Gons? Nee, want haar vader overleed en ze hoorde dat ze kanker heeft. Maar toch ook weer wel, want dankzij een vroege opsporing werd haar leven gered. Ze voelt de verantwoordelijkheid ingrijpende gebeurtenissen terug te brengen tot de menselijke maat: roer je/maak een vuist/laat je horen.

Op een wand in de Amsterdamse woning van dichter en schrijver Babs Gons (52) hangt haar ‘bestralings-aftelkalender’. Na elk ziekenhuisbezoek scheurt Gons een papiertje weg. Morgen, een maandag halverwege november, mag ‘nog 13 te gaan’ eraf. Opgewekte toon: ‘Je moet het wel een beetje leuk maken.’

Onder de kalender hangt een print van het gedicht Schoon van de Zwolse stadsdichter Bauke Vermaas. Hoe het was kun je vergeten/ook al ben je schoon verklaard/de vlekken in je leven gaan er niet meer uit/daar helpt geen wassen tegen

Gons kreeg het onlangs van de dichter bij een van haar optredens. Vermaas had Gons’ bericht op Instagram gezien. Daags voor haar inauguratie als nieuwe Dichter des Vaderlands schreef ze daar: ‘Een op zeven vrouwen, we weten het ondertussen allemaal wel. Ik schreef jaren geleden een gedicht over vrouwen met borstkanker en ik had geen idee dat ik er zelf een paar jaar later in zou rondlopen, maar zo is het precies.’

Bij het bericht plaatste ze een opname waarin ze haar gedicht We kennen de verhalen voordraagt. ‘Hoe velen van ons/onze borsten toevertrouwen/aan vreemde handen/en glasplaten./Hoe we halverwege willen opstaan,/uit onderzoeken en operatietafels/en onze borsten weer van ons willen maken.’

Ze schrok, bij herlezing, hoe precies haar ervaring nu overeenkomt met wat ze zich destijds had ingebeeld, vertelt ze, met de benen in kleermakerszit onder een dekentje op haar tweezitsbank. Haar huis is als een echo van haar persoon: vol kleur, flora, kunst en boeken. Het interview zou eigenlijk voor de zomer al plaatsvinden, naar aanleiding van haar benoeming als vaderlandse dichter – een door NRC in 2000 in het leven geroepen erefunctie, geïnspireerd op de Angelsaksische evenknie poet laureate – een functie die ze per september zou overnemen van Lieke Marsman. Maar Gons had het druk, holde van optreden naar optreden. ‘Kan het later?’, mailde ze. Later werd een omineuze diagnose, een verloren vader, vele onderzoeken, de start van een behandeling en een aantreden in haar ereambt later.

‘Dat is de moeilijkste vraag die je me kunt stellen. Het gaat goed en ook niet goed. Ik ben rustig en onrustig. Ik heb nooit een kabbelend bestaan, maar dit is toch wel een uitzonderlijk jaar. Soms heb ik het gevoel dat ik op een kruispunt sta, waar alle grootse dingen van het leven voorbijkomen: de dood, ziekte. Ik heb afgelopen zomer niet alleen de diagnose gehad, mijn vader is ook overleden. Het is veel tegelijkertijd, maar er zijn ook mooie en fijne dingen, ik heb een leuke relatie en het gaat goed met mijn zoon (ze wijst omhoog, waar Cuba, van 16, op zijn kamer zit te leren). Dus ik kan niet zeggen: het gaat slecht, want ik heb kanker, of ik ben in rouw. Dat is ook het leven natuurlijk, al die lagen.’

Na een stilte: ‘Soms heb ik drie uur geen kanker.’

‘Net nog, ik heb opgeruimd en schoongemaakt, terwijl ik een podcast luisterde. Toen had ik geen kanker. Ik heb heel vaak geen kanker. Totdat ik opeens denk: ik heb kanker.

‘Deze ziekte is zo abstract. Ik was niet ziek, voelde niets. Ik had een uitnodiging liggen voor het bevolkingsonderzoek, die krijg je vanaf je 50ste. Ik had het uitgesteld, omdat ik in januari al wat ziekenhuisbezoeken en een flinke operatie aan mijn baarmoeder erop had zitten. In de zomer dacht ik: toch even die afspraak maken. Ik ging op 2 augustus voor de mammografie. Een dag later belde de huisarts, dan weet je dat het niet goed is.’

Na het telefoontje van de huisarts volgde een punctie. Een goed bericht vlak na het slechte: geen uitzaaiingen. Ga maar gewoon op vakantie, zei de arts, dan gaan we daarna verder. Dus vertrok ze naar het huis in Portugal dat voor drie weken was gehuurd. Daar was het fijn, en onwerkelijk, alsof ze ‘de kanker in Amsterdam had achtergelaten’.

Uiteindelijk brak Gons de vakantie toch af. Het ging steeds slechter met haar zieke vader, die inmiddels in een hospice verbleef. Op de dag dat ze terugvloog, overleed hij. Thuisgekomen ging ze eerst naar het ziekenhuis voor verder onderzoek, twee dagen later was de uitvaart van haar vader. ‘Ja, het was wel een ander soort zomer dan ik me tevoren had voorgesteld.’

Wat ‘ziek zijn’, afgezien van de praktische dingen, nou eigenlijk betekent, weet ze niet goed. Ze schreef het al in haar gedicht Personeelstekort, over de ontbrekende handen aan de ziekenhuisbedden, ook hier in de taal/kom ik handen tekort/en komen de woorden/wellicht te laat/voorrijden

Nu zegt ze: ‘Ik dóé het maar gewoon, zoals nu een maand elke dag een bestraling.’

‘Er zijn genoeg mensen die me zouden willen brengen. De afgelopen weken regent het zo hard. Ga ik weer, denk ik dan. Het klinkt tegenstrijdig, maar op de een of andere manier maakt die fietstocht het wat draaglijker. Het geeft me het gevoel dat ik iets doe, denk ik.

‘Ik begin het effect van de bestraling inmiddels wel te voelen. De moeheid, die ze al hadden voorspeld. Ik hoop dat ik het kan volhouden met de fiets.’

Ze moet wennen aan het niet weten, aan het afwachten. Zat ze weer klaar, bij de arts, met haar agenda. ‘Oké, vertel maar hoe en wat. Maar zo werkt het natuurlijk niet.’ Er volgt sowieso nog vijf jaar hormoontherapie, dat weet ze wel. Of eigenlijk: antihormoontherapie. Een behandeling waarbij eenderde van de vrouwen afhaakt, vanwege de ernstige bijwerkingen. Toen ze dat hoorde, zakte de moed haar wel even in de schoenen. Verder probeert ze niet te veel te verwachten of te anticiperen. Dat lukt redelijk. ‘Alleen voor de mensen om me heen vind ik het zo erg. Voor mijn zoon, voor Peter. Daar heb ik het meest last van.’

Gons is de enige dochter van haar Afro-Amerikaanse vader en Nederlandse moeder. Ze groeide op zonder haar biologische vader, maar vanaf haar 4de met een stiefvader wiens achternaam ze nog altijd draagt en die nog steeds deel uitmaakt van haar leven. Ze vat haar ‘familiestructuur’ samen als ‘bijzonder’. In het kort: ze heeft zes broers en zussen, drie bij haar moeder, drie bij haar vader. Eén zus leeft niet meer, ze heeft met iedereen goed contact. Eén broer ontmoette ze bij toeval, in een Amsterdams café waar hij als dj draaide. Haar ‘afwezige’ biologische vader kwam via deze broer, op haar 32ste, weer in haar leven. En ook in dat van haar moeder: de twee hertrouwden en bleven tot zijn overlijden deze zomer bij elkaar.

Gons begon drie decennia geleden als podiumdichter en performer van spoken word, de voordrachtkunst waarmee ze in de jaren negentig in aanraking kwam in New York. Ze wordt een van de aanjagers van het genre in Nederland genoemd. Ze organiseerde jarenlang avonden voor jonge talenten in onder meer het Amsterdamse poppodium Paradiso.

Pas de laatste jaren brengt ze haar poëzie ook uit op papier. In 2021 debuteerde ze met de dichtbundel Doe het toch maar. De columns die ze schreef voor Het Parool zijn gebundeld onder de titel Alles wat je liefhebt wordt mooi (2022). In 2021 schreef ze het Boekenweekgedicht Polyglot.

Ze heeft twee keer getwijfeld of ze wel moest aantreden als Dichter des Vaderlands. Direct na haar diagnose, maar ook na het eerste telefoontje van de selectiecommissie. ‘Je treedt op als ambassadeur van de poëzie, dat klonk zo groots. Het lijkt misschien tegenstrijdig, maar van nature ben ik ingetogen, een beetje een kluizenaar. En toch voel ik me op het podium senang. Ik kan als een vaatdoek in de kleedkamer zitten, en dan betreed ik het podium en kom ik tot leven, het is bijna magisch. Ik ben opener geworden door op het podium te staan, makkelijker in het aanspreken van mensen. Uiteindelijk dacht ik aan mijn eigen gedicht, aan een aansporing die ik vaker nodig heb: doe het toch maar.’

De commissie noemde Gons bij haar benoeming eerder dit jaar ‘een van de meest aansprekende dichters die Nederland nu heeft, met een stem vol vuur, brandend en warm, zowel op het podium als op papier. Een dichter die bevlogen en betrokken woorden weet te geven aan wat er leeft in deze tijd (...).’

In haar functie schrijft Gons onder meer gedichten bij de landelijke actualiteit. Haar eerste gedicht, Wie zijn we morgen, droeg ze voor tijdens de landelijke slavernijherdenking op 1 juli, we stellen ons graag de vraag/wie we geweest zouden zijn/zouden we in het verzet hebben gezeten/waren we abolitionist geweest/held/toezichthouder of toeschouwer/verstotene van het menszijn/gevangene van de tijd?

Haar jongste gedicht, Er zou een gedicht moeten zijn, over mantelzorg, stond 10 november in NRC. Over een dochter die tijdelijk haar intrek heeft genomen/in het ouderlijk huis om haar moeder twee keer per dag/om te kunnen draaien en haar vingers zachtjes te masseren/als ze zich benauwd voelt

‘Ik ben de dagen erna echt overladen door reacties, van mensen die zich gezien en gehoord voelen. Ik ben er een beetje stil van. Niet dat het om die reacties gaat, maar... Ik durf bijna niet meer te zeggen wat ik eerder over mijn poëzie heb gezegd.’

(Lacht) ‘Ja, dat. Een gedicht hoeft absoluut niet functioneel te zijn. Maar ik hou er wel van. Het is een weinig poëtisch woord en dekt de lading misschien ook niet. Mijn gedichten zijn een soort lampjes. Dan voel ik: hier moet ik licht op schijnen. Ik heb gedichten over moeders, stiefouders of kinderen die in twee huizen opgroeien, zoals mijn eigen zoon. Iedereen verdient een ode. Behalve massamoordenaars.’

‘Dat klinkt wel erg heroïsch, hoor. Maar wat ik doe, of het nu als columnist, schrijver of op het podium is, is contact maken met mensen. Met mensen die ik niet ken. Omdat ik over dingen dicht die mensen zo aangaan, krijgen ze al snel een soort band met me. Ik ben nogal benaderbaar.’

‘Tien dagen ervoor was de tumor uit mijn borst verwijderd. Maar ik had dit gewoon in mijn hoofd. Het leek me zo heerlijk, en dat was het ook. Het was echt van alles door elkaar, van professioneel tot huis-tuin-en-keuken, verlegen dichters, uitbundige dichters, serene dichters. Er heerste een soort verbondenheid.

‘Op veel plekken trof ik mensen die mij persoonlijk iets wilden geven. Die stonden dan in een hoekje te wachten met een handgeschreven brief. Ik heb zoveel kaartjes, gedichten en boeken gekregen. Daar werd ik stil van. Het klinkt misschien wat zijig, maar ik vond het echt ontroerend.

‘Toen ik op de een na laatste dag van de tour een nacht thuis sliep, is de wond opengegaan en gaan bloeden. Ik dacht alleen maar: gelukkig ben ik niet in een hotel met van die witte lakens. Ik heb meteen de arts gebeld en het kon snel opgelost worden. Ik kon de tour afmaken, maar ik kreeg wel een waarschuwing, dat ik het daarna even iets rustiger aan moest doen.

Na een stilte: ‘Ergens dacht ik ook: als ik dit nou maar doe, dan heb ik in elk geval iets gedaan. Want het dichten lukt op dit moment niet goed.

‘Soms denk ik: ik zou er goed aan doen om alles neer te leggen. Maar het zit niet in mij om dat te kunnen. Gelukkig maken mensen op het moment ook af en toe de keuze voor me. Dat ze me bellen en zeggen: we lazen het in de krant, je komt waarschijnlijk niet hè? Veel optredens zijn geannuleerd, vanwege de intensieve behandeling. Dus ik doe wel degelijk rustiger aan.’

‘Ik geloof dat je mensen de ruimte moet laten om zelf tot inzicht te komen. Ik houd een spiegel voor, laat zien wat het effect van woorden kan zijn. Zoals in Zou je woensdag zwart willen zijn? Hallo/wij willen je uitnodigen/op ons podium als vrouw /zou je woensdag zwart willen zijn bij ons programma/wij hebben een voorstelling en zoeken mensen zoals/jij/jullie/bij onze show/op ons platform/in ons tijdschrift/bij ons debat’

‘Heb ik dat ooit gezegd? Wat een goeie. (Lacht) Dat is het! Hoe meer je invult, hoe meer afstand je creëert. Als iemand voor jou invult wat je moet voelen, ga je op slot, het werkt averechts. Ik schrijf vaak vanuit verontwaardiging, maar ik probeer altijd lucht in mijn boosheid te brengen. Ik bezie de wereld met mededogen, zonder te ontkennen dat hij ook hard, lelijk en rot is.

‘Kunst en literatuur geven je mededogen. Er zit veel onhandigheid in het leven, goedbedoelende mensen die onhandige dingen doen of zeggen. Daar kun je heel boos om worden, maar wat levert dat op? Ik probeer te kijken wat iemand beweegt, ook bij racisme wil ik weten hoe het ontstaat.’

In Ga terug naar je eigen land dicht Gons: Draag je land/altijd binnen handbereik (...) weet je eigen land/altijd vlak achter je ogen/opgevouwen net onder je borstkas/tussen duim en wijsvinger/wees nooit een vreemdeling/want dit alles is jouw eigen land

‘Dat hoor ik vaak. Ik begrijp het wel hoor. Mijn poëzie is niet ontoegankelijk. Sommige poëzie kan dat wel zijn. Ada Limón, een Amerikaanse Poet Laureate zei tegen me: ‘I don’t write for other poets, I write for people’. Zo voel ik dat ook.

‘Soms wordt met toegankelijk bedoeld: niet gelaagd, niet intelligent. Het hangt een beetje samen met het beeld dat sommige mensen hebben van spoken word, dat poëzie voor het podium simpel en eenvoudig is. Of het nou poëzie voor het podium of het papier is, het moet altijd goed zijn. Een slecht geschreven tekst gepassioneerd de zaal in slingeren, werkt heus niet.

‘Ik betreur de eenkennige poëziemeetlat die soms wordt gehanteerd. Waarom moet iedereen altijd maar vergeleken worden met Rutger Kopland of Gerrit Kouwenaar? Fantastische dichters, maar er zijn nog zoveel meer dichttradities en mooie dichters met andere achtergronden, stijlen, uit andere tijden, werelden.

‘Ik zeg het vaak tegen jonge mensen, we rusten op schouders en treden in voetsporen. Lang voordat mensen besloten poëzie aan het papier toe te vertrouwen, voordat er überhaupt papier of schrift bestond, bestond de kunst van het gesproken woord al. Elke cultuur kent zijn eigen lofzangers, troubadours, barden, griotten en rederijkers.

‘Spoken word wortelt in de jazz, gospels, de Harlem Renaissance, de Beat Poets, de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Poëzie en verzet gaan hand in hand. Ken je de Jamaicaanse dub poetry? Linton Kwesi Johnson? Hij maakte in de jaren tachtig messcherpe gedichten over politieke misstanden, fascisme, rassenrellen in Engeland – radicale poëzie. In Braziliaanse favela’s zijn poetry slams voor veel mensen het enige podium waarop ze hun stem kunnen laten horen.’

‘Poëzie is een taal die je op andere manieren bereikt dan via je hoofd. Het heeft een andere resonantie, net als muziek en beeldende kunst. Het spreekt je zintuigen aan, roept een beeld op, een gevoel, sfeer. En het is niet alleen de taal, maar ook de ruimte ertussen, het wit, de stilte, en de toon, hoe je de woorden neerzet.

‘Je hoeft soms maar één zin te hebben, om een heel universum te scheppen. Neem de zin van de Amerikaanse dichter Lisa Furmanski: All sons sleep next to their mother, then alone, then with others. Het is een simpele zin, maar de woorden, op deze manier gerangschikt, vertellen een heel leven. Die ene zin roept zoveel bij mij op, ik vind dat magisch.’

Een paar dagen na het interview stuurt Gons een berichtje. Ze heeft nog nagedacht over de vraag hoe 2023 voor haar is (geweest) en las in een artikel dat jaarlijks het leven van achthonderd tot duizend vrouwen gered wordt dankzij bevolkingsonderzoek. ‘Wow, ik ben een van die vrouwen, dacht ik toen, dit jaar is gewoon mijn leven gered. Eigenlijk is het dus een geweldig jaar.’

Twee weken later – Gons zit inmiddels in haar laatste bestralingsweek – spreken we elkaar weer. Met de verkiezingsuitslag als aanleiding. Ze voelt een verantwoordelijkheid als vaderlandse dichter om erop te reflecteren. Op Radio 1 heeft ze dan al een passage uit een van haar gedichten voorgedragen, ‘om mensen te sterken trouw aan zichzelf te blijven’ en ‘als pleidooi voor menselijkheid’, doe het toch maar/ook al is de verleiding soms groot/ om je stil te houden (...) omdat je denkt dat/ niemand je ziet/ blijf het doen/ roer je/ maak een vuist/ laat je horen

Ze noemt het ‘haar primaire reactie’ om hoopvol en bemoedigend te willen zijn. Om indrukwekkende gebeurtenissen terug te brengen naar het medemenselijke. Maar de reacties op de verkiezingswinst van de PVV waren zo uiteenlopend, ‘van wanhoop tot euforie’ dat ze inmiddels denkt: eerst maar eens zien hoe het landschap eruitziet als de rook is opgetrokken.

‘Een knuffel is wel het laatste wat we nodig hebben’, hoorde ze een vrouw zeggen. Die woorden bleven hangen. ‘Ik vond het ook wel exemplarisch voor deze tijd. We zijn er snel bij om iets te liken, hartje, ‘ik stuur je een knuffel’ terwijl het echt gaat om levens, die wankel zijn, of op de tocht staan.’

Een nieuw gedicht zit er even niet in, de vermoeidheid van de bestralingen speelt haar parten. ‘Ik kan bijna niets meer, behalve op de bank liggen.’ Daar op haar bank lag ze te wensen: ‘was ik maar een vogel, voor even. Zodat ik me grenzeloos kon bewegen, het land ontstijgen, het van bovenaf bezien. En dan neerdalen op een tak en een mooie brief schrijven aan alle Nederlanders, waar die zich ook bevinden.’

13 augustus 1971 Geboren in Utrecht.
1990-1991 Au pair in Barcelona.
1994-1998 Studeerde Talen en Culturen van Latijns Amerika in Leiden, waarvan een jaar in Salvador da Bahia in Brazilië.
1997-heden Podiumdichter.
2000-2009 Organiseerde Palabras, maandelijks podium in Paradiso voor jonge dichters en schrijvers.
2007-2014 Mede-oprichter en artistiek leider van Poetry Circle Nowhere, landelijk platform voor ‘schrijvende performers en performende schrijvers’.
2018 Black Achievement Award in de categorie kunst en cultuur.
2019 Samensteller bundel Hardop, een overzicht van de spokenword-scene in Nederland met teksten van haarzelf, en onder andere Akwasi, Siham Amghar, Gershwin Bonevacia, Sandy Bosmans en Elten Kiene.
2017-heden Babs’ Woordsalon, onregelmatig verschijnende literaire show met Gons als gastvrouw.
2019-2022 Wekelijkse column voor Het Parool.
2020-2021 Vrije Schrijver aan de Vrije Universiteit Amsterdam, publicatie Ik draag mijn tong in mijn borst: een kleine wandeling door het landschap van de gesproken poëzie.
2021 Debuut op papier met dichtbundel Doe het toch maar.
2021 Schreef het Boekenweekgedicht Polyglot en won een Poëziester voor haar gedicht Precies Goed.
2021 Kinderboek Het begint met een droom.
2022 Alles wat je liefhebt wordt mooi, een gebundelde selectie van columns.
2022 Won De Johnny, een oeuvreprijs voor podiumpoëzie.
2023 Dichter des Vaderlands, tot september 2025.
Babs Gons woont met haar zoon Cuba (16) in Amsterdam.

Foto’s: Valentina Vos, visagie: Alexander van der Heide (House of Orange).

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next