Home

Niet de woorden zijn sleets, maar de monden die ze uitspreken

Twee jaar geleden mocht ik de verzamelde fracties van GroenLinks en het Vlaamse Groen! toespreken in Den Haag. Ik had een essay geschreven over de eenzaamheid van de moderne mens en het ontbreken van vertrouwen in de goede afloop. Het interessantste deel vond wat mij betreft daarna plaats, in het gesprek met de zaal over de politieke gevolgen van eenzaamheid.

Eenzame, angstige mensen stemmen rechtser, vertellen de onderzoeken. Ze staan vijandiger tegenover de wereld naarmate ze er minder op vertrouwen dat ze steun zullen vinden bij hun medemens. Wie geen vertrouwen stelt in de ander en in de verwachting leeft dat die hem schade zal berokkenen, zal zich eerder wenden tot een sterke leider die hem beschermt en een plaats in de gemeenschap belooft. Dat maakt eenzaamheid tot een cruciale politieke factor, die inmiddels door radicaal-rechts wordt gekapitaliseerd. (Voor Hannah Arendt zijn afgezonderde, eenzame mensen zelfs de noodzakelijk te vervullen voorwaarde voor elk totalitair regime.) In zijn politieke memoires Een beloofd land vertelt Barack Obama hoe een Republikeinse senator hem toevertrouwt: ‘Hoe slechter de mensen zich voelen, hoe beter het voor ons is.’

Ik meende die middag in Den Haag dat het bestrijden van de epidemische maatschappelijke eenzaamheid een hoofdthema zou moeten zijn van linkse politiek. Waarom, vroeg ik, komt dat in jullie programma’s slechts zijdelings aan de orde? Valt een progressief en kosmopolitisch profiel niet te rijmen met saamhorigheid en de dringende vraag hoe samen te leven?

Over de auteur
Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

In het GroenLinks-programma van dat jaar werd het begrip solidariteit vooral gebruikt in internationale zin, en niet op het niveau van burgers onderling. Alsof agressief individualisme en naakt eigenbelang, de kroonjuwelen van het neoliberale denken, inmiddels ook tot de standaarduitrusting van de progressieve politiek behoren. Onweerstaanbaar krachtig is het neoliberale geloofsartikel dat mensen enkel concurrerende wezens zijn, slechts op eigen voordeel uit. In Nederland wordt die calculerende burger ook nog eens met argusogen bekeken door een overheid die haar burgers principieel wantrouwt en meedogenloze datasurveillancesystemen optuigt om ze te betrappen op fraude en misbruik. Er zijn maatschappelijke systemen stuk, dat had Omtzigt goed gezien, voordat hij zich bekeerde tot Wilders, die nog veel meer maatschappelijke systemen onklaar zal maken.

Veel van onze huidige kwalen zijn te herleiden tot een crisis van vertrouwen. Waar vertrouwen tussen burgers onderling en burgers en overheid omslaat in wantrouwen, wordt eenzaamheid geboren. In haar indrukwekkende studie De eenzame eeuw wijst Noreena Hertz op een Amerikaans onderzoek naar sociale inbedding. Op de vraag tot wie ze zich wenden in nood, antwoorden Trump-stemmers unisono: ‘Ik vertrouw gewoon op mezelf.’ Aan de andere kant van het spectrum wenden mensen zich eerder tot familieleden, vrienden of buurtgenoten. ‘Hoe meer we vervlochten zijn met de brede gemeenschap om ons heen’, concludeert Hertz, ‘en hoe meer we het gevoel hebben dat we mensen om ons heen hebben op wie we kunnen vertrouwen, des te minder kans is er dat we gevoelig zijn voor de fluit van de rechts-populistische rattenvangers.’

Gemeenschap, solidariteit, vertrouwen – begrippen die in de kolking van het neoliberale kapitalisme zijn ondergegaan. Maar het verlangen ernaar is niet verdwenen. De ondergang van links en de wereldwijde opkomst van radicaal-rechts zijn er mede door te verklaren.

‘Natuurlijk staan wij ook voor solidariteit en gemeenschapszin’, zei na afloop van de bijeenkomst in Den Haag een politiek adviseur van Jesse Klaver tegen mij. ‘Maar we gebruiken die woorden liever niet meer. Ze zijn versleten en impopulair. Kun jij geen betere verzinnen, als schrijver?’ Ik antwoordde dat het er niet om ging om nieuwe woorden te verzinnen, maar de oude weer betekenis te geven. Ze opnieuw te bezielen, want niet de woorden zijn sleets, maar de monden die ze uitspreken. Een nuttig gratis advies, leek me, dat gezien de afgelopen verkiezingscampagne helaas geen gehoor heeft gevonden.

Source: Volkskrant

Previous

Next