Eerst had ze cliënten als Badr Hari en Dino S., nu strijdt advocaat Bénédicte Ficq tegen de grote jongens uit de industriële wereld. Ze knokt voor de slachtoffers van de tabaksindustrie en de omwonenden van Tata Steel en teflonfabriek Chemours. ‘Ik wil maar één ding: de ceo’s van deze grote bedrijven laten zien zoals ze zijn. Naakt.’
Het kantoor heeft nog steeds die praktische entree die zo geschikt was voor de cliënten uit haar vorige advocatenleven. Het pand waarin Bénédicte Ficq kantoor houdt, in een rustig deel van de Amsterdamse grachtengordel, heeft een inpandige parkeergarage waardoor bezoekers direct uit hun auto bij de voordeur kunnen komen zonder vanaf de straat te kunnen worden gezien. Die cliënten, soms uit het zware criminele milieu, zijn nogal op hun privacy en veiligheid gesteld.
Daarna moeten ze op een simpele bel drukken, een bel tussen de andere bellen van het bedrijfsverzamelgebouw. Geen gouden letters op de gevel, zoals glamouradvocaten als Bram Moszkowicz die wel hadden. Een simpel ‘Ficq & Partners’ op de knop. ‘Ik houd niet zo van uiterlijk vertoon’, zal ze in het gesprek zeggen.
Ze verdedigde prominente criminelen als Dino S., een kompaan van Willem Holleeder, kickbokser Badr Hari, en leden van de zogeheten mocromaffia, bekend van de dodelijke schietpartijen en afrekeningen in het afgelopen decennium. Nu neemt ze het op tegen de tabaksindustrie en bedrijven als Tata en Chemours, de staalfabriek in Velsen-Noord en de teflonfabriek in Dordrecht, die doden op hun geweten zouden hebben. Tegen beide bedrijven heeft ze aangifte gedaan. Tegen beide bedrijven is het Openbaar Ministerie in het afgelopen jaar strafrechtelijk onderzoek begonnen.
Tegenwoordig krijgt ze ook heel andere mensen op bezoek. Jeffrey Wigand bijvoorbeeld, de klokkenluider die de praktijken van de tabaksindustrie heeft onthuld in de Verenigde Staten – in de film The Insider gespeeld door Russell Crowe. En veel ‘gewone’ mensen. Geen mensen die iets verkeerd hebben gedaan of daarvan worden verdacht, maar mensen die niets meer hebben gedaan dan wonen op de verkeerde plek; in de buurt van een bedrijf dat de omgeving vervuilt, met alle gevolgen van dien.
‘Omwonenden’, zoals ze in de artikelen daarover worden genoemd. Dat zijn degenen die ze nu vooral vertegenwoordigt.
‘Ik ben altijd begaan geweest met het milieu’, zegt Ficq. ‘Maar ik vond wat er gebeurde met de natuur zo erg, dat ik mijn zorgen te lang heb verdrongen. Nu durf ik het pas onder ogen te zien. En maak ik er werk van.’
‘De tabakszaak. In 2016 heb ik aangifte gedaan tegen de sigarettenfabrikanten. Wegens moord. Dat was echt zo’n eyeopener.’
‘Als strafrechtadvocaat word ik al mijn hele leven geconfronteerd met mensen die op het verkeerde moment, in een bepaalde fase van hun leven, beslissingen nemen die grote gevolgen hebben. En dan bedoel ik beslissingen tussen aanhalingstekens. Je drinkt te veel, want je bent verlaten door je vrouw die het doet met je beste vriend, en rijdt dan iemand dood. Of je koppelt jezelf aan een criminele organisatie omdat je je laat verleiden door grote beloftes en grote verdiensten die daaraan vast zitten. Of omdat je niet de capaciteit, het vermogen hebt nee te zeggen. Wat doet het Openbaar Ministerie in al deze gevallen? Het onderneemt direct actie. En dat is volkomen terecht, want zij zijn de handhavers van het recht en zij zijn ervoor om de maatschappij te beschermen tegen mensen die gevaarlijke, onjuiste, beslissingen nemen met grote gevolgen. Maar vaak ligt de achterliggende oorzaak in deze rauwe zaken in tekortkomingen in het brein van de falende mens, of in de situatie waarin iemand is opgegroeid. Ik vond en vind het een uitdaging om mensen bij te staan die verstrikt zijn geraakt in zichzelf, die niet in staat waren grenzen te trekken, en die zich daarvoor tegenover de rechter moeten verantwoorden.
‘In 2017 kwam ik in die tabakszaak terecht en moest ik mij gaan verdiepen in de tabaksindustrie. Dat was voor mij verbijsterend. Dat dus mensen die superslim zijn, die op extreem hoge posities zitten, die alles lijken te hebben, niet één huis hebben maar waarschijnlijk tien en dan ook nog eens 27 auto’s, dat die mensen de meest doortrapte specialisten inhuren om zo veel mogelijk mensen aan het roken te helpen, terwijl ze weten dat de gebruikers er dood van gaan. Alleen al in Nederland sterven elke week 385 mensen door sigaretten. Elke week stort er een vol vliegtuig neer zonder dat er reuring over ontstaat. Dat is ongekend. Dankzij deze psychopaten in maatpak. Want zo noem ik ze gewoon.’
‘Ik vind dat wezenlijk anders. Deze nette tabaksheren en -dames maken namelijk willens en wetens een briljant samengesteld, superverslavend product dat – en dat hebben ze vast niet gewild, maar wel geweten – dodelijk is. Daar hebben ze vergaderingen over, die leiden tot besluiten. En deze besluiten worden echt niet op een zwak moment genomen.’
‘Bijvoorbeeld over wat ze toevoegen aan sigaretten. Wat is de normale reactie van het mensenlichaam op het inhaleren van rook? Hoesten. Dat weet iedereen. Als je boven een barbecue hangt of een brandend huis inloopt, doe je alles om je mond en je neus te bedekken. En wat is dus een belangrijk bestanddeel van de sigaret? Een anti-hoestmiddel! Dat doen ze er dus in om ervoor te zorgen dat nicotine, een van de meest verslavende drugs, zonder tegenreactie direct in je hersenen verdwijnt, waardoor al die jonge mensen verslaafd raken, met alle doden en zieken op de koop toe. Toen ik daarachter kwam, dacht ik: what the fuck? Mijn cliënten, die vaak door geestelijk onvermogen in een situatie terechtkomen van moord, doodslag, zware mishandeling, meedoen aan een criminele organisatie, die worden allemaal direct opgepakt, en deze criminelen lopen gewoon vrij rond. Die zaak is al een tijdje geleden, maar als ik eraan terugdenk word ik weer kwaad.’
‘De zaak is vooral gestrand op het feit dat de tabaksindustrie zich aan de regelgeving hield, en in zekere zin omdat geredeneerd werd dat je er zelf voor kiest om te gaan roken. Wij hadden juist betoogd dat jonge kinderen van hun vrije wil beroofd worden door de tabaksindustrie. Ze worden ertoe verleid en na twee weken zijn ze verslaafd. Roken is dan geen vrije keuze meer.’
‘Ik vind dat Chemours, wat vroeger DuPont was, wel in de buurt komt. Ook hun bestuurders hadden en hebben veel kennis en wetenschap over de ziekmakende uitwerking van de door hun bedrijf uitgestoten stoffen, pfas, en die kennis hebben ze onvoldoende overgebracht op de decentrale overheid, de provincie. De vergunningen die op basis van deze onvolledige informatie zijn afgegeven zijn door misleiding tot stand gekomen. Dat vind ik echt onvoorstelbaar.
‘Die Tata Steel-zaak heeft me nog een ander besef bijgebracht. Door die aangifte ging ik praten met huisartsen. Een van hen had patiënten in zijn bestand met beenmergkanker. Hij was ervan overtuigd dat die kankersoort met de uitstoot van Tata te maken had. Hij zei: dat komt doordat ze altijd buiten waren. Nou, mijn moeder in Zuid-Limburg is ook overleden aan beenmergkanker. Zij was ook altijd buiten. Grote wandelingen, buiten in de moestuin, buiten schilderen. In het gebiedje waar ik ben opgegroeid waren bovengemiddeld veel soortgelijke gevallen. Het is een zeldzame vorm van kanker en de mensen die daar wonen zijn noodgedwongen veel buiten. Om de doodeenvoudige reden dat het het platteland is.
‘Het ziet er allemaal heel mooi uit, Zuid-Limburg, maar het is smerig. Je hebt DSM, het Ruhrgebied en Luik, en daar ligt Zuid-Limburg middenin. Het is ongelooflijk ongezond. Mijn moeder is dus ziek geworden omdat ze altijd buiten was. Niet acceptabel. Het mag niet zo zijn dat industrieën die gericht zijn op winst en nog eens winst, de vrijheid krijgen én nemen om de publieke ruimte waarin mijn moeder vertoefde te vergiftigen. Dat is mijn drijfveer om achter die milieucriminelen aan te gaan. Ja, ik weet dat ze het totaal niet trekken als ik die term gebruik.’
‘Er is wel meer dan dat, wat Chemours betreft. Heb je de uitzending van Zembla gezien? Ze hebben in de VS wetenschappelijke onderzoeken gedaan waaruit blijkt dat pfas in potentie kankerverwekkend is en het immuunsysteem aantast. De top van het overkoepelende bedrijf, destijds DuPont, en ook die van de Nederlandse dochter waren daarvan op de hoogte. Het gaat om het achterhouden van essentiële informatie over de gevaren van pfas door het bedrijf naar de decentrale overheid. Daardoor, en dat heeft de civiele rechter inmiddels ook vastgesteld, hebben ze onrechtmatige vergunningen weten los te peuteren.’
‘Het gaat erom of er door de uitstoot gevaar voor de openbare gezondheid te duchten is. Het gevaar hoeft zich niet gerealiseerd te hebben.’
‘In de tabakszaak heb ik aangifte gedaan van misdrijven zoals moordpoging, moord, zware mishandeling, en poging zware mishandeling. Bij Tata en Chemours richt ik me op de opzettelijke ziekmakende vervuiling. De criminele vervuiling waardoor de openbare gezondheid in gevaar komt. Dat is artikel 173a, dat lag in het Wetboek van Strafrecht een beetje te verstoffen, maar dat is het strafbare feit waarnaar het Openbaar Ministerie nu onderzoek doet. Het is een behoorlijk pittig misdrijf dat de volksgezondheid beoogt te beschermen en waar 12 tot 15 jaar op staat. Dus dat is niet een overtredinkje of zo. En we hebben aangifte gedaan tegen de bazen. Dat vind ik belangrijk, want een bedrijf doet zelfstandig niks. Het zijn altijd mensen die aan de knoppen zitten.’
‘Ik ben empathisch voor de mensen die ik vertegenwoordig. Ik voel mee met mensen die er niet voor gekozen hebben om ziek te kunnen worden van uitstoot waarvan ze soms niet eens het gevaar hebben beseft. Gewoon omdat ze de groenten uit hun tuin opaten die met water uit de sloot waren besprenkeld. Inderdaad, ik voel niet zo ontzettend mee met de ceo’s die nu tranen met tuiten huilen en beweren dat ze zo hun best hebben gedaan.’
‘Nee, natuurlijk niet. Ik heb mensen verdedigd die verdacht werden van het doden van hun partner. Gruwelijk. Vreselijk voor het slachtoffer, voor de mensen rondom het slachtoffer. Maar ik vind georganiseerde onverschilligheid, dus iets doen terwijl je weet waar je mee bezig bent en terwijl je ook weet welke maatregelen nodig zijn om die gevolgen te vermijden, erger. Dat mensen die ergens wonen in goed vertrouwen denken dat het wel goed zit omdat dat bedrijf een vergunning heeft, en worden belazerd door een systeem dat niet functioneert.’
‘Ik heb nu te maken met het Functioneel Parket. Die doen de witteboordenzaken zoals fraude en milieucriminaliteit. Los daarvan ben ik niet een soort anti-OM’er hoor. Nooit geweest. Ik heb wel altijd geprobeerd de eerlijkheid in het strafproces in de gaten te houden. Natuurlijk probeert het OM in strafzaken opsporingsmethoden uit te breiden of tot de grenzen van het geoorloofde te gaan. Soms gaat het er overheen en dan is het voor mij als advocaat niet meer dan normaal dat ik dat in een verweer aan de orde stel, en vind dat daar consequenties aan zitten.’
‘Ik hoop het wel. Ik ben in die zin opportunistisch. Ik ben advocaat. En ook als mens, als burger vind ik deze zaken rond het klimaat, het milieu, biodiversiteit extreem belangrijk. Ik vind het dus ongelooflijk belangrijk dat het Openbaar Ministerie wat opsporing betreft de diepte in gaat om te achterhalen of hier sprake is van een gepleegd strafbaar feit of niet. Maar ik zal nooit bepleiten dat het OM grenzen overschrijdt.’
‘Ik heb zelf van mijn 14de tot mijn 40ste gerookt. Was echt een junk. Ik ben pas gestopt toen de kinderen begonnen te lezen wat er er op de pakjes stond. Maar iedereen is natuurlijk vrij om te doen wat hij of zij wil. Ik zie rokers wel als slachtoffer van de tabaksindustrie. Van het systeem, van alle middelen die in die sigaretten gestopt zijn om je nog verslaafder te maken. Dus misschien heb ik zoiets gezegd.’
‘Ik ben diep in mij altijd begaan geweest met het milieu. En met het klimaat. Maar ik kon het niet aan om de afbraak ervan te zien. Wanneer er zo'n onderwerp op het journaal was, zapte ik gewoon weg. Als ik daar nu aan terugdenk, dan schaam ik me daarvoor. Die angst heb ik van me afgezet. Ik durf er nu naar te kijken en ik durf nu ook te erkennen dat ik dat langdurig niet heb gedurfd. En sindsdien denk ik: oké, nu ga ik er ook all the way voor. Nu ga ik ook hándelen. En dat kan ik dan toevallig, als advocaat in dit soort zaken. Het is mijn vak. Ik ben getraind in spreken in het openbaar en in het overtuigen van anderen. Ik had er veel eerder aan moeten beginnen, vind ik nu, maar goed, het leven ontrolt zich zoals het zich ontrolt. Ik ben er in ieder geval nu wel mee bezig.’
‘Ik wil eigenlijk maar één ding en dat is de ontmaskering, de kleren van de keizer aftrekken. De ceo’s van deze grote bedrijven laten zien zoals ze zijn. Naakt, gewoon naakt. Ik hoop in die zin op een generaal preventief effect. Dat andere ceo’s ook gaan denken: wacht even, daar kom je niet meer mee weg. Daarom is het ook superbelangrijk dat het Openbaar Ministerie de aangifte tegen Chemours en Tata Steel zo in de etalage zet.’
‘Wacht, willen we die baten? Nee, sómmige mensen willen die baten. Niet iedereen. Mensen willen gewoon niet ziek gemaakt worden door de uitstoot van een vervuilend bedrijf. En als zij zich in die publieke ruimte rondom dat bedrijf bevinden, en geen keuze hebben zich daaraan te onttrekken, dan moeten zij erop kunnen rekenen dat overheden hen beschermen tegen gezondheidsschade. En als die overheid dat niet doet dan moet het Openbaar Ministerie dat doen. Daar rekenen de mensen in Wijk aan Zee en Dordrecht nu op. Die zeggen: nou staal, teflon, oké, maar alleen als dit schoon kan. En als dat niet kan, dan maar niet.’
‘Teflon kan hoe dan ook niet meer. Daarnaast kunnen we niet op deze voet blijven doorleven. Ongeremde productie en consumptie kan onze aarde niet aan. Dus ja, misschien is dat de consequentie.’
‘Mensen realiseren zich niet hoe erg de roofbouw is die wij plegen. Op de natuur, op onze leefomgeving. De aarde wordt leeggeroofd, kapot gemaakt om alle troep te kunnen produceren die geconsumeerd en verspild wordt. Ik zie gelukkig veel jongere mensen, zoals mijn kinderen en mensen hier op kantoor, die de problematiek heus wel zien. Maar op individueel niveau, wat gedrag betreft, zit er toch ook altijd een struisvogelcomponentje aan vast. Ze willen het liever niet te veel onder ogen zien. Ik herken het, want ik ben natuurlijk gewoon fokking 66 dus ik weet precies hoe het werkt op die leeftijd. Je wilt genieten, onbezorgd, lekker jong zijn. En als jij een bepaald welvaartsniveau gewend bent en je gaat van vakantie naar vakantie en een vakantie betekent automatisch ook dat je naar Schiphol loopt om in dat vliegtuig te kruipen, ja, dan is dat jouw leven, en dat wil je niet veranderen.’
‘Ik ben van nature niet materialistisch. Ik doe alles op de fiets. Of bijna alles, ik ga niet op de fiets naar de penitentiaire inrichtingen, want die zijn meestal op van die industrieterreinen waar je met het OV moeilijk komt. Maar ik doe in Amsterdam en omstreken alles met de fiets. Ik koop bijna nooit kleren. Ja, af en toe een broek als die versleten is door mijn fietszadel. Maar ik vind het niet helemaal fair om daar een beetje trots op te tamboereren. Het is mijn karakter. Ik ben opgegroeid in Zuid-Limburg, en daar moest ik lange stukken fietsen om op school te komen. Ik hield ervan, en ik hield van de natuur. Ik was als kind al niet materialistisch. Voorbeeldje: we waren met vier meisjes thuis. Als ik de afwas niet wilde doen – ik haatte de afwas – zei ik tegen een van mijn zussen: doe jij de afwas? Dan krijg je mijn radio. Boeide me totaal niet. Dus offers, nou nee.
‘Ik vlieg niet meer. Ik denk dat ik niet meer dan vijftien keer in mijn leven gevlogen heb. Nou, als je 66 bent is dat best weinig. Maar ik vind mezelf totaal niet representatief voor iemand die sober leeft omdat ik nou eenmaal gewoon sober ben.’
‘Vanaf een zeker niveau niet meer nee. In die zin heb ik makkelijk praten. Natuurlijk zijn er mensen die wel veel met materie hebben, cliënten bijvoorbeeld die eindeloos moeten zitten omdat het helemaal mis is gegaan en zij veel te lang rupsjes-nooit-genoeg zijn geweest. Dan vraag ik: wat zou je nou echt willen doen als je vrijkomt? Wat zou jouw grootste wens zijn? Dan kijken ze me aan en zeggen: gewoon een kopje koffie drinken in mijn oude kroeg in het buurtje waar ik ben opgegroeid. Nadat het fout is gegaan ontdekken ze de armoede van de overdaad.’
‘Mensen zullen beperkt moeten worden in hun consumptiegedrag en dat zal misschien toch door de overheid moeten gebeuren. Zo ging het ook met het roken van sigaretten. Toen dat werd verboden in de openbare ruimten, riep dat aanvankelijk veel weerstand op. Waar bemoei je je mee, was de reactie. Dat is toch mijn eigen keus? Nu vindt iedereen dat normaal. Maar er zal dus een strenge overgangssituatie zijn, die op veel onbegrip zal stuiten. Ik hoop dat iedere baby die nu wordt geboren, gewend raakt aan het idee dat het niet normaal is om iedere vakantie in een vliegtuig te stappen, iedere dag vlees te eten. Dat je met de trein op vakantie gaat, en dat dat een heel normaal vervoermiddel wordt, gratis. Daar zullen die kinderen echt niet ongelukkig van worden, integendeel.’
‘Ik denk niet dat dat hier een link zit. Mijn opa’s dood was natuurlijk een groot trauma voor zijn gezin, voor mijn vader. Een paar weken voor het einde van de oorlog is hij in het concentratiekamp Dachau overleden. Thuis werd daar nauwelijks over gesproken. Misschien te weinig. Ik heb wel de verhalen gehoord over hoe mijn oma iemand uit het dorp zag komen aanlopen, vlak voor de bevrijding. Als je die persoon uit het dorp richting jouw huis zag komen, dan wist je dat het foute boel was. Mijn vader heeft dat ook gezien. Hij heeft daar ontzettend onder geleden. We woonden vlak bij Duitsland, daar gingen we nooit heen.’
‘Wat ik nu al doe – dat is net begonnen. En ik hoop dat de Europese richtlijn wordt aangenomen die ecocide strafbaar stelt: het vermoorden van het milieu, van de ecosystemen. Dat wordt nog wat voor een bedrijf als Shell, gesteld dat zij gewoon doorgaan met het verrichten van activiteiten die dodelijk zijn voor milieu en klimaat. Als ik tenminste niet alsnog de rekening gepresenteerd krijg voor mijn dertig jaar nicotineverslaving.’
25 november 1957 Geboren in Goirle.
1986 Afgestudeerd in Rechten, Rijksuniversiteit Groningen.
1986 Begint bij Advocatenkantoor Van Asperen, De Roos en Pen in Amsterdam.
1992 Begint eigen kantoor: Meijering Van Kleef Ficq & Van der Werf.
1996 Verdedigt Jim T., die zijn moeder een balpen in het oog zou hebben geschoten met een kruisboog. Vrijspraak.
2007 Verdedigt Dino S., topcrimineel, die uiteindelijk wordt veroordeeld voor leidinggeven aan criminele organisatie en uitlokken van moord.
2014 Verdedigt kickbokser Badr Hari. Veroordeeld voor mishandeling.
2016 Aangifte tegen tabaksfabrikanten.
2017 Kantoor omgedoopt tot Ficq & Partners Advocaten.
2017 Documentaireserie De Verdediging, waarin Ficq en haar collega’s worden gevolgd tijdens hun werk.
2021 Aangifte tegen Tata.
2023 Gearresteerd bij klimaatprotest op de A12.
2023 Aangifte tegen Chemours.
Ficq heeft een relatie en heeft twee (volwassen) kinderen.
Foto’s: Jouk Oosterhof. Haar en make-up: Yvonne Nusdorfer, assistant: Laura van Mosselveld, locatie: De Bank, Amsterdam.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden