In de donkere dagen voor Kerst sprak ik met wat Nederlanders die al jaren in Engeland wonen. Zij vertelden dat ze hun best deden om niet te ‘verengelsen’, en dat ze bij bezoekjes aan Nederland zo weinig mogelijk Engelse woorden gebruikten, om vervolgens te moeten constateren dat hun Nederlandse nichtjes ‘unicorn’ zeiden in plaats van ‘eenhoorn’. Waar ging het heen?
Aangezien ook inheemse Nederlanders zich soms zorgen maken over invloeden van buitenaf, ben ik hier om bij wijze van kerstgedachte te verkondigen: een woord uit een andere taal voegt vaak iets toe. Neem ‘unicorn’. Daarmee bedoelen de kinderen van tegenwoordig een lief wit gehoornd paardje, met regenboogkleurige/blauwe/roze manen. Een realistisch wit paard met een hoorn op het hoofd heet nog steeds een eenhoorn. Welk een verrijking!
Natuurlijk worden sommigen van u nu woedend, want zo kent u er nog wel een paar, maar probeer die woede nu eens weg te zingen, bijvoorbeeld met Hoe leit dit kindeke.
Source: Volkskrant