Karel de Grote en Ivan de Verschrikkelijke kent iedereen wel, maar er zijn nog veel meer heersers met opvallende bijnamen. Bart Funnekotter stelt ze aan u voor. Deze week: de slechtste heerser uit de geschiedenis van Rome.
De Romeinse historicus Cassius Dio (155-229) ging er eens goed voor zitten. Natuurlijk, de details van het leven van deze keizer waren te walgelijk voor woorden, maar hij was het aan zijn lezers verplicht ze allemaal nauwgezet te boekstaven. Deze biografie moest een waarschuwing worden: zo hoort een Romeins heerser zich niet te gedragen!
Dio beschreef hoe aan de keizer eens een jonge atleet werd gepresenteerd wiens „edele delen veel groter waren” dan die van andere mannen. De sporter groette de keizer, die zich omdraaide, boog, hem een smachtende blik toewierp en zei: „Noem me geen Heer, want ik ben een Dame.”
Verderop noteerde Dio dat deze gruwel zijn arts had gevraagd of hij een incisie in zijn lichaam zou willen maken die als vagina dienst kon doen. De historicus Herodianus (170-240) wist daar nog aan toe te voegen dat het gezicht van de keizer „uitgebreider beschilderd was dan dat van een zedige vrouw” en dat hij „danste in luxe jurken en verwijfd was versierd met gouden kettingen”.
De man die aldus schaamteloos zondigde tegen de Romeinse mores, werd geboren in 204, waarschijnlijk in Emesa in het huidige Syrië. Hij heette Varius Avitus Bassianus. Zijn oma Julia Maesa was de schoonzus van de keizer Septimius Severus, zijn moeder Julia Soaemias de nicht van diens opvolger keizer Caracalla.
Toen die in 217 werd vermoord, verbande de nieuwe heerser Macrinus de hele clan naar Syrië. Daar vervulde de familie al generaties de functie van priester van de zonnegod El Gebal, wat hun veel prestige opleverde.
De beide Julia’s begonnen onmiddellijk samen te spannen tegen Macrinus. Moeder beweerde dat Varius Avitus eigenlijk een kind van Caracalla was, terwijl oma met geld strooide om de legioenen aan hun kant te krijgen. Dat lukte: een hoge militair riep de veertienjarige jongen uit tot keizer. Hij nam de namen Marcus Aurelius Antoninus aan, dezelfde als Caracalla. Macrinus’ troepen delfden het onderspit in een veldslag bij Antiochië en de gevallen keizer werd geëxecuteerd. De senaat legde zich neer met de komst van een nieuwe heerser.
Daar hadden ze al snel spijt van, want de jonge priester van El Gebal bleek niet alleen op seksueel gebied buiten de lijntjes te kleuren. Hij zette zijn god – die hij omdoopte tot Sol Invictus (de Onverslagen Zon) – bovenaan het Romeinse pantheon, nog boven Jupiter. Deze nieuwe oppergod werd in de vorm van een zwarte steen vereerd en op een verguld rijtuig door de stad gereden. Alsof dat nog niet erg genoeg was, trad de keizer in het huwelijk met een Vestaalse Maagd, een priesteres die nu juist niet mocht trouwen.
Toen hij hierna ook nog eens hoge posten uitdeelde aan wagenmenners, acteurs en slaven, had de keizerlijke garde genoeg gezien. Ze vermoordden hun baas en zijn moeder en dumpten hun lichamen in het riool. De liefde voor zijn god leverde Varius postuum de bijnaam Elagabalus op (de eerste bron waarin hij zo heet stamt uit de vierde eeuw). Als zodanig ging hij als de slechtste Romeinse keizer ooit de geschiedenis in.
Source: NRC