‘Voetbal is vrij’, juicht het ene kamp. Volgens de initiatiefnemers van de Super League ligt de weg sinds donderdag open voor een nieuwe Europese topdivisie, waar de plannen al klaar voor liggen. ‘Ik hoop dat ze hun fantastische competitie snel starten met twee clubs’, reageert het andere kamp, de Uefa, met nauwelijks verholen minachting.
Naar de uitspraak van het Europese Hof van Justitie over de Super League is lang uitgekeken, maar een ding is er zeker niet door veranderd. Net als in april 2021 – toen de competitie werd gelanceerd en na een paar dagen al in elkaar stortte – staan de partijen diametraal tegenover elkaar. Wat wel is veranderd: het Hof schudt de verhoudingen in de Europese sport flink door elkaar en dat kan bijna niet zonder gevolgen blijven.
Over de auteur
Dirk Jacob Nieuwboer is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal. Hij was eerder correspondent Turkije en politiek journalist.
‘De Uefa heeft een tik op de vingers gekregen, een stevige vuistslag op de kin’, zegt Stefan van den Bogaert, hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Leiden. ‘Maar het Hof heeft niet gezegd: en daarmee kunnen we morgen de Super League starten.’
Uefa-voorzitter Aleksandr Ceferin denkt zelfs dat het nooit gaat gebeuren. ‘Het is voor mij moeilijk om te beslissen of ik geschokt ben of moet lachen’, zei hij in een reactie waar de arrogantie en het cynisme van afdruipt. Laat Barcelona en Real Madrid, de enige clubs die de Super League nog openlijk steunen, hun gang maar gaan, de rest van de voetbalwereld zal zich niet laten verleiden, is zijn boodschap.
Iets meer bescheidenheid was op zijn plaats geweest na een uitspraak waarin het Hof stelt dat de Uefa ‘misbruik van een dominante positie’ heeft gemaakt. De sancties die het oplegde aan de twaalf clubs die in 2021 de Super League oprichtten, zijn in strijd met het Europese mededingingsrecht.
Ook de schaatsbond ISU kreeg dat oordeel donderdag te horen, omdat ze in 2014 schaatsers verbood mee te doen aan de lucratieve Icederby in Dubai. Die zaak was aangespannen door de Nederlanders Mark Tuitert en Niels Kerstholt.
Zowel in de zaak van de ISU als de Super League draait het om de dubbelrol van sportbonden. Zij zijn regelgever én organisator van competities waar geld mee wordt verdiend, in het geval van de Uefa miljarden. Mogen zij concurrerende competities weren, omdat dat in het belang van de sport zou zijn?
Het Europese Hof zegt nu dat ze dat niet zomaar mogen doen. Er moeten ‘transparante, objectieve, non-discriminatoire en proportionele’ voorwaarden worden geformuleerd. Het gejuich van de initiatiefnemers van de Super League is dan ook begrijpelijk. De Uefa en andere sportbonden kunnen na deze uitspraak niet met een simpele pennenstreek concurrenten de deur wijzen.
Dat betekent ook weer niet dat ze alles hoeven te accepteren. De Super League werd in 2021 gelanceerd als een competitie met vijftien permanente leden. Het Hof laat zich niet expliciet uit over dat plan, maar wijst wel op het belang van het Europese Sport Model, een piramidestructuur met profs in de top en amateursport aan de onderkant. Open competities (met promotie en degradatie), sportieve prestaties en solidariteit van de top met de basis zijn daarin belangrijk. De originele Super League lijkt daarmee niet verenigbaar.
Dat plan is ook al lang van tafel, na alle kritiek die meteen na de lancering losbarstte. De initiatiefnemers kwamen gisteren met meer details over een nieuw voorstel met drie divisies: de Star League en de Gold League met ieder zestien clubs en de Blue League met 32.
Alle clubs spelen daarin minimaal veertien wedstrijden, waarna de besten de knock-outfase ingaan. Tussen de divisies zouden jaarlijks twee clubs promoveren en degraderen. En de onderste divisie wordt jaarlijks flink ververst: twintig clubs kunnen zich daarvoor via hun nationale competities plaatsen.
Dit voorstel is meer in lijn met het Europese Sport Model, maar heeft alsnog een enorme impact op de hele piramide. Nu plaatsen ruim negentig clubs zich via hun nationale competities voor de Champions, Europa en Conference League. Dat zouden er dus slechts twintig worden, waardoor de nationale competities een deel van hun aantrekkingskracht verliezen.
Net als in april 2021 regent het daarom afwijzende reacties. ‘De komst van een dergelijke competitie is in allerlei opzichten slecht voor het Nederlandse voetbal’, stelt bijvoorbeeld de KNVB. ‘De deur naar de Super League blijft gesloten’, zegt de Duitse kampioen Bayern München. ‘De nationale competitie blijft het belangrijkst.’
Zo lijken Barcelona en Real Madrid inderdaad alleen te staan, maar de vraag is hoe lang nog. Achter de schermen zijn meer clubs ontevreden over de huidige Europese competities. Vooral voor de winterstop worden er in hun ogen te weinig wedstrijden gespeeld die interessant zijn en dus weinig belangstelling trekken.
Ook de machtspositie van de Uefa is niet onomstreden, veel clubs willen meer zeggenschap over hun inkomsten. Deze uitspraak geeft ze een drukmiddel om zaken te veranderen.
‘Het gaat nu natuurlijk hard tegen hard’, zegt hoogleraar Bogaerts. ‘Maar als het stof is neergedaald, verwacht ik dat de partijen gaan kijken of ze er met elkaar uit kunnen komen. Dat is misschien ook het beste, maar de Uefa kan na deze uitspraak niet zeggen dat er niks is veranderd. Dat is onzin.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden