Home

We moeten artiesten als Janine Jansen niet voor lief nemen

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.

‘Je was er niet bij, toch?’, vroeg Janine Jansen. Ik had haar gevraagd hoe haar optreden met het Rotterdams Philharmonisch Orkest was gegaan. Ik had van meerdere bronnen gehoord dat het uitzonderlijk was, haar uitvoering van het Vioolconcert van Sibelius, en nu kon ik mezelf nog een keer voor mijn kop slaan.

Een zoontje van bijna 2, weinig slaap: ik ben de laatste tijd bij minder concerten dan ik zou willen. En Sibelius en ‘Janine’: we weten dat het een gouden combinatie is, we hebben vaker vastgesteld dat ze fantastisch speelt, maar de nieuwswaarde is minder groot dan wanneer we een splinternieuw stuk horen dat wordt uitgevoerd door iemand die we nog nauwelijks kennen. We besloten dit keer andere concerten voorrang te geven in onze recensieagenda.

Toen ik me voor klassieke muziek begon te interesseren, gold Jansen al als het grootste talent van Nederland. Het stond haast vast dat ze een wereldster zou worden. Dat is nu dus ook al een poosje geleden. Haar eigen Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht bestaat bijvoorbeeld alweer 20 jaar, en zo lang draait ze ook mee in de wereldtop. Geen andere Nederlandse solist had ooit een carrière van die orde. Ik vroeg aan Jansen of ze daar wel bij stilstaat. Niet echt, dus. Maar doen wij dat zelf dan wel?

Het gevaar is dat je zo iemand voor lief neemt; ze is er al zo lang dat je geneigd bent te denken dat die waanzinnige toon er altijd zal zijn, oproepbaar wanneer nodig. Wie een artiest van het kaliber Jansen hoort, kan de indruk krijgen met een bovenmenselijk wezen te maken te hebben, maar die cadens wordt toch echt door een mens gespeeld.

Preludium, het blad van het Concertgebouw en -orkest, had onlangs een prachtige cover met daarop een levendige illustratie van Liza Ferschtman, een van die andere grote Nederlandse violisten. Het was al 25 jaar geleden dat Ferschtman haar debuut maakte in die zaal. In een NRC-recensie uit 1999 werd ze Jansens rivale genoemd, wat vermoedelijk toch vooral projectie was. Ze zijn, als musici en persoonlijk, twee totaal verschillende typen, en de muziekwereld blijkt gelukkig groot genoeg voor allebei.

Mijn waardering is voor beiden buitengewoon. Aan Ferschtman bewonder ik hoeveel repertoire ze in een seizoen op zich neemt. Toen ze haar eigen kamermuziekfestival in Delft programmeerde, kon je altijd op verrassingen rekenen. Ik bewonder haar ijver om de componist altijd recht te doen, te doen wat er staat. Fijn voor een krantenmens is dat ze ook uitstekend op de muziek kan reflecteren. En ze heeft lef: gewoon álle solowerken voor viool (de sonates en partita’s) van Bach op één avond spelen. Ik hoorde het haar doen in TivoliVredenburg in Utrecht. Ze was in staat je te laten vergeten dat er door een geluidslek ook flarden van een metalconcert uit een andere zaal te horen waren – onbreekbaar.

Al die jaren zijn ze er voor ons, Liza en Janine. Wij hoeven alleen maar te komen luisteren. En af en toe eens te beseffen hoe bijzonder hun toewijding is.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next