Media in binnen- en buitenland verbaasden zich afgelopen weekeinde over wat er gebeurde op de zon. ‘De grootste uitbarsting op de zon die sinds september 2017 is vastgelegd’, schreef de NOS bijvoorbeeld. ‘Het is alsof je naar sciencefiction kijkt, maar dit is vandaag echt gebeurd’, sprak een presentator op CNN op verbaasde toon.
En inderdaad: de zonnevlam die afgelopen weekeinde van onze moederster vertrok, was een flinke. Radioamateurs in Amerika konden elkaar plots niet meer verstaan. En gevaarlijker: ook sommige piloten maakten melding van communicatieproblemen.
Zonnevlammen zijn explosies van licht, röntgenstraling en supersnelle deeltjes met de verzamelde kracht van miljarden waterstofbommen. En de vaak met zulke vlammen gepaard gaande deeltjesuitbarstingen waarbij plasma uit de zon naar buiten vliegt, zijn gerust miljoenen kilometers breed.
Indrukwekkend, dus. Maar is wat afgelopen weekeinde gebeurde nou zo uitzonderlijk? Ja en nee. Deze zonnevlam viel met kracht X2.8, zoals astronomen dat zeggen, in de allerhoogste lettercategorie (die loopt van ‘A’ tot en met ‘X’), maar is daarin verder geen uitschieter.
In 2003 barstte de krachtigste zonnevlam ooit gemeten uit, van kracht X28. Ik weet niet hoe het met u zit: maar ik kan me niet herinneren dat het onheil van boven destijds rap op ons neerdaalde. De zonnevlam van afgelopen weekeinde komt in de top-50 sinds juni 1996, toen men begon met meten, binnen op plek 43.
De komende maanden zullen we bovendien wel meer sterke zonnevlammen zien. Op dit moment beweegt de zon richting het maximum van haar cyclus, en neemt haar activiteit dus toe. Dat maximum zelf staat ergens volgend jaar of in 2025 op de planning.
De zon heeft overigens een cyclus van ongeveer elf jaar. Sinds die laatste krachtige uitbarsting in 2017 leefden we vooral in een zonneminimum. Nogal wiedes, dus, dat het alweer zo lang geleden was.
Maar begrijp me niet verkeerd: zonnevlammen kunnen soms heus heel heftig worden. Beroemd is het zogeheten Carrington Event, een zonnevlam en bijbehorende deeltjesstorm die in september 1859 over de planeet raasden. De exacte kracht daarvan is onbekend, metingen vonden destijds niet plaats. Maar de gebeurtenis was sterk genoeg om de telegraafmachines die men toen gebruikte in de fik te laten vliegen. En dat was voordat de halve planeet was volgebouwd met elektronica.
Gebeurt zoiets nu, dan moet je denken aan gevolgen als stroomuitval, en storingen van internet en overige moderne communicatiemiddelen. Zeer extreme zonnevlammen kunnen mogelijk zelfs mutaties veroorzaken in dna en daardoor het aantal gevallen van kanker laten toenemen.
Gelukkig is de kans op zulke extremen klein. Zonnevlammen die onze technologie kunnen platleggen, komen op sterren vergelijkbaar met de zon om de paar duizend jaar voor. Als we voorlopig slechts exemplaren zoals die van afgelopen weekeinde voor de kiezen krijgen, kunt u dus gerust gaan slapen.
Over de auteur
George van Hal is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart. Van Hal publiceerde boeken over alles van het heelal tot de kleinste bouwstenen van de werkelijkheid.