Atleet Femke Bol is op het Sportgala in Utrecht verkozen tot Sportvrouw van het Jaar. 2024 staat voor haar in het teken van de Olympische Spelen. Hoe bereidt ze zich voor? ‘Als ik eerlijk ben, lig ik op trainingskamp het liefst zoveel mogelijk op mijn bed.’
Tijdens de gemengde estafette 4x400 meter op de WK in Boedapest in augustus leek alles te kloppen. Na een ijzersterk begin van de eerste drie lopers kon Femke Bol als eerste vertrekken voor de slotronde. Kat in het bakkie. Maar toen, een paar meter voor de finish, verzuurde ze, raakte ze haar techniek kwijt én dook de Amerikaanse atleet Alexis Holmes naast haar op. Daar schrok ze zo van dat ze tegen de baan smakte. Er ging een golf van ontzetting door het stadion – nog maar twintig minuten ervoor was Sifan Hassan tijdens haar 10.000 meter hetzelfde overkomen.
Drie maanden later denkt Femke Bol (23) toch vooral terug aan de twee gouden medailles die volgden, de individuele op de 400 meter horden en die op de vrouwenestafette 4x400. ‘Ik heb het voor elkaar gekregen om mezelf bijeen te rapen en de medaille te winnen die ik het liefst van allemaal wilde, de individuele op 400 meter horden’, vertelt ze opgewekt via Zoom vanuit een trainingskamp in Zuid-Afrika.
Voor aanvang van het WK leek dat goud een zekerheid, maar na die val leek even niets meer wat het was. Ineens was de grote vraag of Bol zowel mentaal als fysiek zou weten te herstellen om de finale te kunnen lopen.
Eenmaal voor de startblokken, op die gedenkwaardige avond van 24 augustus, slaat ze zichzelf op haar bovenbenen. Het stadion houdt de adem in. Het enige wat Bol moet doen is wat ze altijd doet, met veertien passen tussen elke horde en een ongekende eindsprint naar de finish rennen. En ze doet het – grandioos, superieur, stijlvol, met die prachtige lange passen. ‘Nederland kan eindelijk juichen’, luidt het commentaar. Bol slaat de handen voor haar ogen. Met een tijd van 51.70 seconden is ze met afstand de snelste. Even zoekt ze een moment voor zichzelf, op haar hurken, met de Nederlandse vlag om haar heen. Maar dan staat ze op, lacht haar stralende lach en laat zich in haar ererondje toejuichen door een uitzinnig publiek.
‘Ik voelde me na de val heel schuldig, omdat het niet om mijn eigen resultaat ging, maar om dat van het team. Maar ze hebben het me geen moment kwalijk genomen, ze waren er voor me en vroegen of ze iets voor me konden doen. Dat laat de kracht van onze groep zien. Het goud op de vrouwenestafette op de laatste dag van het toernooi was ook om die reden zo mooi.’
‘Ik was echt óp toen ik begon aan de warming-up voor die finale. Het was mijn (telt hardop) drie, vier, vijf... zevende 400 meter in die week. Tijdens de race gaven mijn drie teamgenoten zoveel, dat haalde iets bijzonders in mij naar boven. Op zo’n moment loop je voor je land, voor je team, niet voor jezelf. Toen ik de Jamaicaanse voor me zag lopen dacht ik: oké Fem, dit keer blijf je goed doorlopen, je passen raken en dan inhalen.’
‘Je had Jamaica niet hoeven inhalen, grapte hij, je hebt immers al een gouden medaille. Hij feliciteerde me en vond dat ik geweldig had gelopen. Dat hij mij kent, van mijn bestaan weet, dat vind ik zo’n gek idee!’
In het hooggelegen Potchefstroom zoomt ze via haar databundel, want de wifi is nogal slecht. Het is er warmer dan ooit – elke dag meer dan 35 graden. ‘We zijn sprinters, dus we houden wel van een beetje warm’, merkt ze op. ‘Dan herstellen de spieren goed en snel.’ De atleten bereiden zich voor op de Olympische Spelen, die van 26 juli tot en met 11 augustus 2024 worden georganiseerd in Parijs. ‘Dat zit altijd wel in mijn hoofd, maar tegelijkertijd weet ik dat het nog heel lang duurt voordat het zover is en probeer ik te denken dat het een jaar is zoals elk jaar. We gaan niet ineens anders trainen, hebben dezelfde voorbereiding als andere seizoenen. En wat we doen gaat goed. Dus ik moet de druk niet te groot maken.’
Dat de sfeer in het team goed is blijkt ook tijdens de voorbereiding van dit gesprek. Collega-atleet en amateurfotograaf Ramsey Angela heeft de foto’s bij dit interview gemaakt, sprinter Lieke Klaver maakte, net als vroeger voor de wedstrijden, de vlechten in haar haar – hoewel Bol het inmiddels zelf kan (‘tijdens corona had ik genoeg tijd om te oefenen’). Maar nu zitten ze extra mooi en strak. Van de Britse 800-meterloper Keely Hodgkinson leende ze kleding. ‘Zij houdt van mode. Ze traint hier ook, en omdat ze iets later naar Zuid-Afrika kwam dan ik, kon ik aan haar vragen of ze iets voor me mee wilde nemen voor de fotoshoot. Anders had ik met Ramsey naar de mall gemoeten, maar als ik eerlijk ben lig ik op trainingskamp het liefst zoveel mogelijk op mijn bed.’
‘Onze coach komt al vijftien jaar op deze plek, bij het koppel dat dit guesthouse runt. We zijn een soort kinderen voor ze. We ontbijten om 8 uur, en bij een late training om 9 uur. Er staan altijd havermout en eieren klaar. Na het ontbijt ga ik terug naar mijn kamer, om me om te kleden en klaar te maken voor de training. En dan gaan we met de auto naar de baan. Op maandag, woensdag en vrijdag doen we twee trainingen, looptraining en krachttraining, op de andere dagen één. ’s Middags ga ik geregeld naar de fysio. Verder doe ik echt niks anders dan de trainingen, hooguit een koffietje met mijn teamgenoten of een boodschap. Tijdens een trainingskamp van drie weken gaan we meestal twee keer met z’n allen uit eten. Zondag is hersteldag, dan hebben we rust.’
‘Heel goed. Tijdens trainingen ga ik tot het uiterste, daarom moet ik goed herstellen. Op zondag en tussen de trainingen lig ik graag op mijn bed te bellen met familie en vriendinnen en natuurlijk met mijn vriend (de Belgische polsstokhoogspringer Ben Broeders, red.). Ik kijk ook veel Netflix, Gossip Girl heb ik al vier of vijf keer gezien. Undercover vond ik ook leuk. Nu is de nieuwe uit, Ferry. Maar ik kijk ook dingen als Love Island of Selling Sunset, daar kan ik bij in slaap vallen en dan heb ik toch niks gemist. Verder maak ik sudoku’s en schrijf ik in mijn schriftjes.’
‘Ja! Ik vond vooral de eerste twee afleveringen heftig, over de invloed van de media, hoe het hele land tegen hem was. Zijn zelfvertrouwen en de liefde voor de sport hielden hem overeind, dat vond ik prachtig om te zien.’
‘Ik probeer me ervoor af te sluiten. Het kost me tijd en energie en het geeft indirect druk, omdat ik me dan realiseer hoe hoog de verwachtingen zijn. Daar heb ik niet om gevraagd, ik wil gewoon sporten. Maar ik snap het, zelf kijk ik ook graag sport, ik geniet ervan. Dat mensen dat nu ook bij mij hebben, vind ik heel bijzonder. Maar ik ben niet veranderd en ook niet beter dan een ander. Ik ren gewoon hard.’
‘De baan is mijn plek, daar voel ik me zelfverzekerd en sterk. Ook op een groot toernooi ervaar ik dat zo. Ik geniet ervan om mijn rondje zo hard mogelijk te rennen, tegen de besten van de wereld, in grote stadions en met alle ogen op me gericht. Zodra ik voor het startblok sta weet ik wat ik moet doen, hoe ik het moet doen en dat ik het kan.
‘Tijdens de warming-up en in de callroom, waar je twintig minuten van tevoren moet zijn om je spikes en startnummer te laten checken, ben ik zenuwachtiger. Maar dat is nodig voor extra scherpte en adrenaline.
‘Mijn vader en moeder hebben meer stress dan ik, want zij kunnen alleen maar toekijken. Als ik bij horde 8 ben, weten zij niet of ik me sterk genoeg voel voor de laatste meters. Ik wel, en ik weet ook hoe ik het kan oplossen als het anders gaat dan gepland.’
Bol groeide op in Amersfoort. Haar ouders ontmoetten elkaar op de voetbalclub, waar haar moeder in een vrouwenteam speelde. Topsport was geen doel, maar oudere broer Jeroen zat op atletiek en dat leek Femke ook wel wat. Ze werd lid van AV Altis en bleek talent te hebben. Rond haar 15de ging ze meer trainen en kookten haar ouders op verzoek van Femke steeds vaker gezond in plaats van friet. Haar lichaamsbouw erfde ze van haar vader (‘lange sterke benen, geen armspieren’), van haar moeder de discipline en misschien ook de nuchterheid.
‘Na de Olympische Spelen van Tokio 2020 ben ik gestopt met mijn studie communicatiewetenschappen aan de Wageningen Universiteit. Mijn moeder gaf de voorzet, ze vroeg zich af of de combinatie topsport en studeren niet teveel was. Toen kwam ik erachter dat ik met het halen van zesjes niet wezenlijk iets opstak. Als ik iets doe, doe ik het goed, en dat lukte niet met studeren. Op de middelbare school vond ik leren leuk. Het perfecte plaatje was voor mij dat je na het vwo netjes gaat studeren en daarna gaat werken.’ Lacht: ‘Het is anders gelopen. Maar studeren kan altijd nog.’
‘Nog niet. Maar ik schrijf elke dag. Ik krijg veel opschrijfboekjes cadeau, omdat iedereen weet dat ik van boekjes houd. Ik vind die van Moleskine heel mooi of van Paperblanks, met goudkleur.
‘Ik heb een trainingsboekje, dat is heilig. Daar staan alle tijden en alle trainingen in en tips van de coach. Dan heb ik mijn agenda, die ik zorgvuldig bijhoud. Ik heb een wedstrijdboekje, maar dat is inmiddels minder uitgebreid geworden omdat ik zoveel wedstrijden loop. In het begin schreef ik alles over elke wedstrijd op. En ik heb een dagboek, waarin ik schrijf hoe ik me voel en wat ik die dag heb meegemaakt. Ik heb vijf of zes boekjes mee naar dit kamp. Ik werk met kleurtjes, zodat ik alles in één oogopslag zie en duidelijk heb. Ik schrijf als ik me goed voel, als ik me niet zo goed voel, ik kan altijd schrijven.’
‘Als ik mijn gedachten opschrijf ben ik het kwijt, dan is het uit mijn hoofd omdat het op papier staat. Zeker voor een groot toernooi, als de spanning toeneemt, werkt dat goed.’
‘Waarschijnlijk dat het een ultiem slechte avond was. Maar ook dat ik nog sterk was en dat het niet mijn toernooi hoefde te bepalen. Dat ik gewoon kon gaan slapen en de volgende dag aan een nieuwe dag kon beginnen. Gelukkig was de fysieke schade niet zo groot, en had ik een rustdag om fysiek en mentaal bij te komen.’
‘De killer in mij komt naar boven zodra ik op de baan sta. Ik heb weleens aan een bokser gevraagd – een superaardige jongen – hoe het kan dat hij iemand kan slaan in een wedstrijd. Ik kwam erachter dat bij mij iets vergelijkbaars gebeurt: op de baan ben ik onherkenbaar, sla ik mezelf, pep ik me op. Ik kan heel hard zijn, omdat ik de sport zo leuk vind en er zo graag goed in wil zijn. Ik zeg dan geen sorry meer, vraag niet meer aan anderen hoe het gaat en ben alleen met mezelf bezig.’
‘Ik ben gewoon wie ik ben. En ik vind het belangrijk om dat uit te stralen. Ik werk niet mijn puistjes weg – straks denken jonge meisjes nog dat niemand puistjes heeft. Mijn vlechten horen bij een wedstrijd en bij belangrijke trainingen, op gewone trainingen draag ik een staart. Als mijn haar gevlochten is, ben ik klaar voor de wedstrijd. Dan doe ik ook mijn bliksemoorbellen in. Ik doe hooguit een beetje mascara op en oogschaduw, want verder weet ik helemaal niet hoe dat allemaal moet, met make-up. Als ik concealer had gekocht zei mijn moeder altijd: wat heb je daar nou aan. Bovendien is het bijna altijd bloedheet en dan loopt alles maar uit en dat voelt niet lekker, daar wil ik niet mee bezig zijn.
‘Vroeger dacht ik dat ik in zo’n bikinibroekje moest gaan lopen als ik goed werd, want dat dragen bijna alle sprintvrouwen. Nu ik zelf goed ben realiseer ik me dat het helemaal niet hoeft: ik voel me fijner in een kort broekje. Met hordelopen beweeg je alle kanten op en dan kruipt zo’n bikinibroekje omhoog.’
‘Heel veel mensen vinden mijn WK-medailles magisch, omdat ik de eerste dag ben gevallen, vervolgens individueel goud won en de laatste dag afsloot met de teammedaille. Maar voor mij is dat verhaal nog steeds niet leuk, ik was liever niet gevallen.
‘Verhalen maken topsport mooi. En ja, als je soms ziet waar mensen vandaan komen, is dat heel inspirerend. Maar als ik tegen iemand moet die een mooi verhaal heeft, wil ik nog altijd winnen.’
23 februari 2000 Geboren in Amersfoort.
2019 Eerste titel: Nederlands indoorkampioene 400 meter.
2020 Olympische Spelen Tokio: brons op 400 meter horden.
2020 Europees talent van het jaar.
2023 Wereldrecord 400 meter indoor.
2023 WK Boedapest: goud op 400 meter horden.
2023 WK Boedapest: goud op 4x400 meter vrouwen.
2023 Sportvrouw van het Jaar.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden