Peter van Hugten maakte meer dan veertig jaar illustraties voor de Volkskrant en verzorgde omslagen en tekeningen voor honderden boeken, waaronder het Verzameld werk van Willem Elsschot. Zondag overleed hij, op 74-jarige leeftijd.
Wat had Peter van Hugten er de smoor over in toen de gulden verdween. Hij was verknocht aan het guldenteken, die cursieve f met zijn sierlijke staart. In zijn illustraties bij de verhalen over geld op de economiepagina’s van de Volkskrant kwam die ƒ mooi van pas. Was het niet in de rug van iemand die letterlijk krom lag door de hoge rente, dan wel in de vorm van een contrabas, bespeeld door een musicus die geen hypotheek kon krijgen.
Nee, dan dat stomme euroteken met die twee aanstellerige evenwijdige lijnen, foeterde hij met zijn stem als een bronzen klok, hoe moest hij daar in godsvredesnaam chocola van maken? Natuurlijk lukte het hem om ook de € spitsvondig te verwerken in tekeningen over fiscale aftrekposten en WAO-hiaten. Hij mocht, zo zei hij zelf, opdraven ‘als het niet met foto’s kan’.
Over de auteur
Bart Dirks schrijft voor de Volkskrant over kunst en cultuur. Eerder was hij onder meer verslaggever in Den Haag en Rotterdam en correspondent in Brussel.
Zijn personages dansen en deinen, zweven en rollen, zelfs als ze op een saai kantoor zitten, want ook bij verhalen over werk klopte de economieredactie bij hem aan. De computers in zijn tekeningen en gouaches zouden trouwens altijd bolle beeldschermen houden, want laptops waren maar suffe planken. Hij zocht altijd de kwinkslag en de fantasie, om de ernst en alledaagsheid af te zwakken.
Peter van Hugten, zondag op 74-jarige leeftijd overleden, was van 1974 tot 1976 politiek tekenaar bij NRC Handelsblad. Vanaf 1978 illustreerde hij ruim veertig jaar voor de Volkskrant. Aan een paar steekwoorden had hij genoeg om met penseel, droge naald of kroontjespen een speels beeld te verzinnen. ‘Hoe minder ik over het onderwerp weet, hoe beter ik mijn fantasie aan het werk kan zetten’, zei hij altijd aan de telefoon tegen de auteur van het artikel.
Op de redactie kwam hij zelden, maar het hoorde wel bij het ritueel om twee tot drie keer per week zijn werk af te geven bij de balie. ‘Het vak van tekenaar is een solitair bestaan’, zegt zijn zoon Mark van Hugten. ‘Het bezorgen van de tekening hoorde bij dat proces. Hij was altijd bijzonder chagrijnig als er een nieuwe portier zat, want dan moest hij zich weer voorstellen en kwam het die dag niet tot een praatje.’
De Amsterdammer begon serieus te tekenen toen hij 12 was en maandenlang in het ziekenhuis lag omdat een van zijn benen moest worden verkort. Hij keek uit op het Vondelpark en notuleerde al tekenend alles wat hij om zich heen zag. Zijn ouders brachten vers papier en potloden mee.
Hij leerde het vak op de grafische school, werd tekenleraar op middelbare scholen en gaf vervolgens les aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam (1980-1995) en de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag (1979-2000). Tot zijn verdriet werden de teken- en illustratievakken op de kunstacademies geschrapt – al was hij blij dat hij af was van dat gependel naar Den Haag. Aan de overstap op station De Vink, waar hij weleens vette saucijzenbroodjes at, dacht hij soms terug als hij zwaar had getafeld.
Als freelancer was hij intussen omslagontwerper bij Querido geworden voor de beroemde Salamanderreeks. Zijn grote doorbraak waren de omslagen voor de Nederlandse vertalingen van Simone de Beauvoir. Daar was hij bijzonder trots op. Hij illustreerde bovendien onder meer het prachtig uitgegeven Verzameld werk van Willem Elsschot en Tijl Uilenspiegel van Charles de Coster.
In 2022 bracht hij een boekje uit met cursiefjes van zijn jeugdvriend Frans Lasès, Het is gezien. Hij illustreerde de vorige maand verschenen bundel over Kees de Jongen: O, die jongen? Die heb ik ook gekend.
In 2010 verscheen een verzameling van zijn tekeningen onder de titel Bloot. ‘Peter zou Van Hugten niet zijn als hij niet aan de haal ging met eerstegraads erotiek’, schreef Philip Freriks in het voorwoord. ‘Als hij tekent, is hij de geneugten des vleses voorbij. Bij hem geen onverholen blik op het weelderige schaamhaar en bijbehoren van L’Origine du monde. Als we die vergelijking even doortrekken, is hij meer van Le déjeuner sur l’herbe met dat keurig picknickende gezelschap van strak geklede heren en een poedelnaakte dame. Dat werd destijds heel schandalig gevonden. Misschien wel omdat het zo prettig absurd was.’
Zijn grote helden waren de Franse kunstschilder en afficheontwerper Henri de Toulouse-Lautrec (1864-1901) en de Belgische schilder James Ensor (1860-1949). Zoon Mark kocht vorige week nog een poster van James Ensor voor zijn vader. ‘Ensor laat zich moeilijk in een hokje stoppen, dat sprak hem aan. Niet dat hij de stijl heeft overgenomen, het was een verwantschap in humor en absurdisme, het eigengereide.’
‘Ik voel mij soms net een klompenmaker of een rietdekker, zo iemand die je nog weleens op een braderie ziet.’
‘Eigenlijk had ik helemaal niet veel talent, maar ik wilde het zo graag. Eigenlijk ben ik een kloosterling, een monnik.’
‘Die vrouwen zijn weliswaar een beetje bloot, maar ze hebben allemaal iets relativerends. Ze zijn ontzettend aan het klungelen met hun beha, met hun broekje of met een steunkous.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden