Het akkoord dat de ministers van Financiën woensdagavond bereikten is het resultaat van een jarenlang gevecht tussen noordelijke begrotingshaviken (aangevoerd door Nederland en Duitsland) en zuidelijke landen met een hoge staatsschuld (Italië, Frankrijk, Spanje). Uiteindelijk vonden ze elkaar in het besef dat het bestaande Stabiliteitspact alle geloofwaardigheid heeft verloren omdat het maar zeer ten dele wordt nageleefd.
Over de auteur
Marc Peeperkorn is sinds 2008 de EU-correspondent voor de Volkskrant. Hij woont en werkt in Brussel.
Minister Sigrid Kaag van Financiën sprak over stevige onderhandelingen. ‘Het is belangrijk dat er nu met duidelijke regels een stevig fundament onder nationale begrotingen wordt gelegd en dat iedereen zich daaraan houdt.’
Het voornaamste verschil met het bestaande Stabiliteitspact is de grotere flexibiliteit bij de afbouw van een te hoge staatsschuld (meer dan 60 procent van het bruto binnenlands product). Volgens de huidige regels moeten landen zo’n excessieve schuld met jaarlijks 5 procent verlagen, voor Italië (schuld: 140 procent van het bbp) en Frankrijk (110 procent) zou dit tot forse bezuinigingen leiden in tijden dat ze moeten investeren in de vergroening en digitalisering van hun economie en defensie.
In plaats daarvan kiezen de eurolanden nu voor een geleidelijk pad naar gezonde overheidsfinanciën zonder hard einddoel. Wel moet – een Duitse eis – de schuld met minimaal 1 procentpunt omlaag gaan bij een staatsschuld van meer dan 90 procent. Voor landen met een schuld tussen de 60 en 90 procent is de verplichte schuldafbouw 0,5 procent per jaar.
Een tweede ‘vangrail’ om financiële ontsporingen te voorkomen (mede op verzoek van Nederland) is dat alle landen een begrotingsbuffer opbouwen. Landen met een hoge schuld moeten koersen op een financieringstekort van maximaal 1,5 procent, de rest (ook Nederland) mag een tekort van 2 procent hebben. Nu ligt de tekortgrens op 3 procent, daarboven zijn bezuinigingen vereist.
De Europese Commissie houdt nauwlettend de overheidsuitgaven in de gaten. Die moeten zo behoedzaam zijn dat na vier jaar de schuld omlaag gaat of op een houdbaar niveau zit en het tekort onder de 3 procent zit en blijft. Die termijn kan worden opgerekt tot zeven jaar als een land aantoonbaar investeert en hervormingen uitvoert die de economie en financiële situatie ten goede komen. De zuidelijke wens voor algehele uitzondering voor investeringen (niet meetellen bij de staatsschuld en tekort) werd door Den Haag en Berlijn tegengehouden.
De Duitse minister van Financiën Christian Lindner benadrukte dat de nieuwe begrotingsregels geen gatenkaas zijn. ‘Duitsland zou nooit instemmen met regels die niet strikt zijn. Dit is geloofwaardig voor de kapitaalmarkten.’ Zijn Franse collega Bruno Le Maire toonde zich eveneens ingenomen. ‘We hebben nu eindelijk een Stabiliteits- én Groeipact.’
De basis van het bestaande Stabiliteitspact dateert van 1997, toen de regeringsleiders tijdens de EU-top in Amsterdam de basis voor euro vastlegden. Toenmalig minister van Financiën Wim Kok zei dat de begrotingseisen (maximale schuld van 60 procent, maximaal tekort van 3 procent) ‘in marmer gebeiteld’ waren.
Dat bleek een misvatting. In 2002 opende voorzitter Romano Prodi van de Europese Commissie de aanval op de regels: hij noemde het pact ‘dom’ omdat de begrotingsdiscipline te rigide zou zijn. De versoepelingen en aanscherpingen (na de eurocrisis) die daarop volgden, hebben het pact bovenal ongekend complex en daardoor onuitvoerbaar gemaakt. Ondanks alle overtredingen van de regels heeft de Commissie nooit een euroland een sanctie opgelegd. Alleen Spanje en Portugal kregen in 2016 een symbolische boete van nul euro.
Het Stabiliteitspact was wel een voortdurende bron van politieke spanning tussen de noordelijke en zuidelijke eurolanden. De hoop is dat de nieuwe regels deze ergernis wegnemen. ‘Het nieuwe systeem werkt anticyclisch, zodat potentiële economische groei niet in de knop wordt gebroken. Daarnaast moeten regels ook beter worden nageleefd, want dat was maar al te vaak een probleem’, aldus Kaag.
Het Europees Parlement moet het akkoord nog goedkeuren. De parlementariërs willen meer ruimte voor investeringen. Omdat het compromis tussen de lidstaten met zoveel moeite is bereikt, verwachten diplomaten niet dat het parlement veel binnenhaalt.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden