De beste clubs. De beste spelers. Elke week. Met die belofte werd op zondagavond 18 april 2021 de European Super League (ESL) aangekondigd. Zes Engelse, drie Spaanse en drie Italiaanse topclubs wilden het Europese voetbal op zijn kop zetten met een midweekse topcompetitie, waarvan vijftien clubs ‘permanent lid’ zouden zijn. In het weekend zouden ze in eigen land blijven spelen, maar het gevaar was duidelijk: de Super League zou alle bestaande competities kunnen overschaduwen en het einde betekenen van de Uefa Champions League.
Een paar dagen later was het plan bezweken onder de kritiek. De teneur: de ESL was een megalomaan idee van eliteclubs om nog meer macht en geld naar zich toe te trekken. Zonder risico te lopen, want degraderen konden de permanente leden niet. Vooral in Engeland reageerden fans furieus en Uefa-baas Aleksander Ceferin had het over ‘een oorlog’. Onder druk van de negatieve publiciteit en sancties trok de ene na de andere club zich terug. Alleen Barcelona, Real Madrid en Juventus bleven het plan steunen en het bedrijf achter de ESL spande een rechtszaak aan.
Over de auteur
Dirk Jacob Nieuwboer is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal. Hij was eerder correspondent Turkije en politiek journalist.
De Uefa heeft een dubbelrol: de organisatie is niet alleen toezichthouder en regelgever, maar organiseert ook de Champions League en andere Europese toernooien. En het verdient daar flink aan. Niet gek dus dat de Uefa zware sancties uitdeelde toen een concurrent op het toneel verscheen, iedere organisatie met een monopoliepositie wil die beschermen.
Maar is het toegestaan en wenselijk? Of moet er ruimte zijn voor concurrenten en onder welke voorwaarden? Grote clubs – niet alleen die betrokken waren bij de ESL – willen al veel langer meer zeggenschap en meer zekerheid over hun inkomsten. Het Europees Hof van Justitie moet bepalen of en in hoeverre ze dat krijgen.
De dubbelrol van de Uefa schuurt met het Europese mededingingsrecht, maar er kunnen goede redenen zijn om dat toch toe te staan. Een jaar geleden oordeelde Athanasios Rantos, een advocaat-generaal bij het Hof, dat de twee petten van de Uefa niet per se in strijd hoeven te zijn met het Europees recht. En dat de bond sancties mag opleggen aan clubs die meedoen aan andere competities.
De adviseur van het Hof wees daarbij op het belang van het zogenaamde ‘Europese Sport Model’, een piramide met amateursport aan de basis en profsport aan de top. Een open systeem, waarin clubs en sporters door prestaties op kunnen klimmen en afzakken. Een Super League – met permanente leden – zou de top van de piramide halen en de Uefa kan een nuttig tegenwicht zijn voor zulke ambities. Volgens Rantos mochten de clubs de ESL best oprichten, maar mocht de Uefa ze dan uitsluiten van de eigen competities. Ook in een andere zaak tegen de schaatsbond ISU, die optrad tegen alternatieve schaatstoernooien, koos Rantos de kant van de bond. Het Hof doet donderdag ook in die zaak uitspraak.
Nee, want een advies van een advocaat-generaal is weliswaar zwaarwegend, maar de vijftien rechters kunnen ervan afwijken. Bovendien speelt er nog een andere zaak, waarin een andere advocaat-generaal veel kritischer is op de Uefa. De Belgische club Royal Antwerp vecht de regel aan dat clubs minstens acht spelers uit eigen opleiding of land in hun selectie moeten hebben. Voor clubs uit kleine landen zou dat nadelig kunnen zijn, omdat ze uit een kleinere vijver kunnen vissen.
Advocaat-generaal Maciej Szpunar vindt dat die regel moet worden aangepast en stelt tegelijkertijd grote vraagtekens bij de machtspositie van de Uefa. Volgens de Pool zijn belangenconflicten ‘onvermijdelijk’ en zal de Uefa als het erop aankomt zijn eigen commerciële belangen laten prevaleren boven het publieke belang. Niet ideaal om het Europese Sport Model te beschermen. Het Hof doet nu in deze drie zaken uitspraak en zal naar verwachting één lijn trekken.
Het bedrijf achter de Super League heeft, na de storm van kritiek, het plan aangepast. De permanente leden zijn geschrapt en er zouden zo’n zestig tot tachtig clubs mee moeten doen, die in meerdere divisies zouden spelen, waaruit ze kunnen promoveren en degraderen. De deelnemers zouden minstens veertien Europese wedstrijden spelen, veel meer dan de huidige zes. En net als nu zouden ze zich kunnen plaatsen via de nationale competities.
Er ligt dus een opzet, die meer in lijn is met het Europese Sport Model, maar er zijn nog veel vragen over. Zoals hoe moeilijk of makkelijk het wordt om toe te treden. Omdat er meer clubs bij betrokken zijn, zijn er ook meer conflicterende belangen. Bovendien: het eerste plan heeft veel kwaad bloed gezet, dus het is de vraag of de initiatiefnemers nog worden gepruimd.
Tegelijkertijd: de wens om een Super League op te richten leeft al decennia, één mislukking verandert dat niet. Als het Europees Hof ruimte geeft, kan het zomaar weer in een stroomversnelling raken.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden