Home

Migratie terugdringen kan niet zonder pijn

Haalbaar? Zeer twijfelachtig

De asielstop is het belangrijkste programmapunt van de PVV, heeft Geert Wilders steeds gezegd. NSC gaat zover niet, maar wil een richtgetal voor een migratiesaldo van maximaal 50 duizend per jaar (in 2022 was het saldo ruim 220 duizend, onder wie 100 duizend Oekraïners). De BBB wil een asielquotum van 15 duizend per jaar (vorig jaar waren er ruim 46 duizend asielzoekers, dit jaar komt het aantal boven de 50 duizend).

Als extra voorwaarde stelt de BBB dat dat alleen mensen mogen zijn die om politieke en religieuze redenen vervolging hebben te vrezen. Wie vlucht voor armoede of oorlog, moet in de regio worden opgevangen. Volgens Wilders is een asielstop mogelijk door iedereen die over land naar Nederland komt (verreweg het grootste deel) terug te sturen naar België of Duitsland. Dat zijn immers veilige landen, waar zij eerder doorheen zijn gereisd. Grensbewaking wordt ‘in ere hersteld’.

Pieter Omtzigt gaat een eind mee in die richting. Zijn programma stelt vast: ‘Veel migranten verblijven in een veilig land voordat ze naar Nederland komen.’ Hij wil dat dit wordt meegewogen in de beoordeling van een asielaanvraag. NSC hoopt op betere Europese afspraken. De Dublin-verordening, die stelt dat mensen asiel moeten aanvragen in het land waar ze Europese grond betreden, werkt in de praktijk niet.

De Europese Unie praat al zeven jaar over een migratiepact, ook deze week weer. Nieuwe Europese regels moeten het reizen door Europa aan banden leggen. Mochten zulke regels uitblijven, dan verwacht Omtzigt heil van een ‘asiel-Schengen’ (het beschermen van de buitengrenzen van een beperkt aantal omringende landen).

De VVD wil in de asielopvang ‘niet ruimer zijn dan de landen om ons heen’. Ook de VVD zinspeelt op het wegsturen van asielzoekers ‘die worden aangetroffen bij controles aan onze grenzen’. Daarover moeten afspraken worden gemaakt met Duitsland en België. Bij ‘een overloop van asielzoekers’ moet het mogelijk worden om asielaanvragen in Nederland tijdelijk op te schorten. Nederland moet zorgen dat zo’n tijdelijke asielstop binnen de EU ‘juridisch mogelijk wordt’.

Staatssecretaris Eric van der Burg (VVD) heeft in Kamerdebatten steeds gezegd dat een beroep op ‘buitengewone omstandigheden’ (art. 111 Vreemdelingenwet) in de huidige situatie geen grond is om een asielzoeker te weigeren. Een asielstop acht hij gelet op internationale afspraken niet haalbaar.

Wilders zei vorige maand tegen de Volkskrant: ‘Met een beetje lef kun je veel meer bereiken.’ Laat Brussel en Berlijn maar eens flink boos worden als Nederland grensbewaking instelt en strikt de Dublin-verordening gaat toepassen. Dan zal nog moeten blijken of een Europese rechter daadwerkelijk een streep zet door zo’n handelwijze.

Willem van Schendel, voormalig vicepresident van de Hoge Raad, waarschuwde vorige maand in een rapport van de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) dat een asielstop ‘strijd oplevert met fundamentele mensenrechten en ook op gespannen voet staat met het rechtszekerheidsbeginsel’.

Haalbaar? Ja, maar alleen op lange termijn

Alle vier de partijen noemen de opt-out. Dat is het bedingen van een uitzonderingspositie binnen Europese regelgeving. Zoiets kan alleen worden bereikt in nieuwe onderhandelingen over Europese verdragen. Dat gebeurde bijvoorbeeld in het Verdrag van Maastricht (1992), waar het Verenigd Koninkrijk (toen nog EU-lid), Ierland en Denemarken een opt-out claimden op het vrije verkeer van personen, asiel en immigratie.

De PVV is simpelweg voor. De BBB heeft een toevoeging: ‘Bij het openen van Europese verdragen bedingt Nederland een opt-out op het gebied van migratie en natuurbeleid.’ Voor VVD en NSC is een opt-out een laatste middel. De VVD wil een opt-out bij een volgende verdragsherziening, als andere maatregelen ‘onvoldoende resultaat’ opleveren. Omtzigts NSC ziet er in het ‘uiterste geval’ de noodzaak van.

Ook hier geldt dat onder hoge druk alles vloeibaar kan worden. Toen het Verenigd Koninkrijk dreigde uit de EU te stappen, bleek opeens dat Brussel best bereid was om een noodremprocedure in te voeren om het aantal arbeidsmigranten naar Engeland te beperken. Die zou dan wel voor alle lidstaten moeten gelden. Uiteindelijk bleek de Brexit niet te voorkomen, maar concessies zijn kennelijk met dreigementen wel af te dwingen.

In het debat over de Europese top, vorige week, hebben de vier partijen meteen laten zien dat het hun menens is. Uitgerekend NSC-Kamerlid Caspar Veldkamp, oud-ambassadeur, diende een motie in die het kabinet verzoekt om bij verdragswijziging door uitbreiding van de EU, in te brengen dat Nederland een opt-out wil op het gebied van asiel en migratie. Behalve de vier partijen die goed zijn voor 88 zetels stemden ook SGP (3), FvD (3) en JA21 (1) voor.

Haalbaar? Nee, niet realistisch

De PVV wil het VN-Vluchtelingenverdrag uit 1951 opzeggen. Het internationale verdrag regelt de rechten van vluchtelingen. De BBB wil het in eerste instantie ‘vernieuwen’ en anders opzeggen. ‘Het vluchtelingenverdrag stamt uit 1951, is zeer gedateerd en nooit bedoeld voor de enorme aantallen zoals we die nu kennen.’

De VVD wil het verdrag ‘moderniseren’, met opvang in de regio als uitgangspunt. NSC noemt het vluchtelingenverdrag niet expliciet, maar zegt wel: ‘Samen met gelijkgezinde landen in de EU zetten we ons waar nodig in voor een herziening van internationale afspraken.’

De vraag of het verdrag nog wel bij de tijd zou zijn, is al onder het kabinet-Rutte III onderzocht door een commissie onder leiding van Piet Hein Donner en Maarten den Heijer. Zij concludeerden in hun verkenning Terechte zorg, verkeerd aanknopingspunt dat aanpassen alleen kan via de Algemene Vergadering van de VN. Alle verdragspartijen moeten dan akkoord gaan, wat een illusie lijkt.

Nederland kan wel uit het verdrag stappen, maar veel levert dat niet op: de Europese afspraken rond asiel zijn veel specifieker. En vanwege de verwevenheid met EU-verdragen zou het verdrag opzeggen in feite neerkomen op een Nexit. Zo’n Nexit wil alleen de PVV, en pas na een referendum.

Haalbaar? Ja, deels mogelijk

In Nederland zijn gemiddeld zo’n 225 duizend arbeidsmigranten (tijdelijk) aan het werk, per jaar gaat het om 800 duizend personen. Binnen de EU is er vrij verkeer van personen. Wie in Bulgarije woont, kan in Nederland werken. Vaak zit daar een uitzendbureau tussen. Arbeidsmigranten binnen de EU weren kan niet, voorwaarden stellen aan bemiddelingsbureaus en werkgevers kan wel. NSC wil ‘strikte eisen aan de arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, huisvesting (basisregistratie)’ van arbeidsmigranten. Nederlandse sociale voorzieningen mogen geen ‘magneet vormen’, daarvoor zou ‘een ingroeistelsel’ moeten gelden.

De PVV introduceert voor werknemers van binnen de EU ‘weer de plicht tot het hebben van tewerkstellingsvergunningen’. Wilders vermoedt dat het aantal arbeidsmigranten hierdoor ‘zeer fors’ zal afnemen. De NOvA wees erop dat dit ‘zonder fundamentele herziening van het EU-recht geen haalbare kaart’ is.

De VVD vindt dat arbeidsmigratie van binnen de EU ‘voor sommige sectoren nuttig kan blijven, terwijl we het bij andere sectoren moeten beperken’. Dat kan door ‘strengere eisen’ te stellen, zowel aan bedrijven die arbeidskrachten zoeken als aan de arbeidsmigrant zelf. Die moet zijn ‘toegevoegde waarde’ aantonen. Veel concreter wordt het niet.

‘Goede huisvesting tegen een marktconforme prijs’, is wat arbeidsmigranten verdienen volgens de BBB. ‘We voorkomen dat gewone burgerwoningen voor arbeidsmigranten worden opgekocht. De realisatie van nieuwe arbeidsmigrantenhuisvesting bij werklocaties vereenvoudigen we.’ De BBB wil wel grip op arbeidsmigratie, maar geen forse beperkingen. De partij stelt vast dat het arbeidsproces ‘in toenemende mate’ afhankelijk is van arbeidsmigranten.

Aan arbeidsmigranten van buiten de EU kunnen wel scherpere grenzen worden gesteld, iets wat NSC en VVD beide willen. Omtzigt wil ze ‘selectief toelaten, op basis van wat de Nederlandse arbeidsmarkt nodig heeft’. Ook de VVD wil ‘kritischer kijken naar wie we nodig hebben’. De PVV zegt hier niets over, afgezien van het ‘algeheel restrictief immigratiebeleid’.

Haalbaar? Ja, maar de weerstand is groot

De druk op het hoger onderwijs en het tekort aan studentenwoningen zijn de afgelopen jaren een groot thema geworden. Op de ongebreidelde groei van het aantal buitenlandse studenten (nu 120 duizend) moet een rem komen, vindt ook demissionair minister Robbert Dijkgraaf (D66), nadat jarenlang alleen het gaspedaal werd gevonden. Hij heeft het wetsvoorstel ‘Internationalisering in balans’ in de maak, dat regelt dat weer meer onderwijs in het Nederlands wordt gegeven. Ook zouden buitenlandse studenten verplicht Nederlands moeten leren, zij het niet op hoog niveau.

De vier rechtse partijen denken nog wat radicaler in deze richting. NSC wil dat de instroom van buitenlandse studenten ‘wordt gerelateerd aan woonruimte en opleidingsplaatsen’, bij voorkeur via ‘een bindend convenant’ dat rekening houdt met regionale verschillen. De Nederlandse taal moet leidend zijn. EU-studenten moeten pas na een wachttijd een basisbeurs kunnen krijgen en het collegegeld voor studenten van buiten de EU ‘wordt significant verhoogd’.

De PVV houdt het ook bij dit onderwerp kort: ‘Forse beperking van het aantal buitenlandse studenten’. De VVD oppert dat instellingen ‘een numerus fixus kunnen opleggen op het aantal internationale studenten’. Ook bij de liberalen is taal een instrument: ‘Bacheloronderwijs is Nederlandstalig, tenzij Engelstalig onderwijs nodig is voor arbeidsmarkt, vakgebied of samenleving.’ De BBB ziet in de wijze van financiering een oplossing. ‘We passen het verdienmodel van universiteiten en hogescholen aan, om zo het aantal buitenlandse studenten terug te brengen.’

Veel universiteiten willen zelf ook graag een rem op het aantal buitenlandse studenten, bleek in augustus uit een rondgang door de Volkskrant, maar zonder de internationalisering op te geven. Die zien zij als waardevol. Bovendien zijn de verschillen per regio groot. In Noord-Nederland is huisvesting een minder groot probleem. In Zuid-Nederland profileert de Universiteit Maastricht zich als ‘Europese Universiteit’, waarbij Engelstalig onderwijs pure noodzaak is.

Rianne Letschert, voorzitter van het college van bestuur van Maastricht University, zei tegen de Volkskrant: ‘Het vraagstuk van internationale studenten wordt continu verward met huisvestingsproblematiek, de instroom van asielzoekers en zorgen over het behoud van de Nederlandse taal. We moeten oppassen dat we rigoureus het Engels hoger onderwijs afschaffen en het kind met het badwater weggooien.’

Een vergelijkbare waarschuwing uitte Jouke de Vries, interim-voorzitter van koepelorganisatie Universiteiten van Nederland, onlangs in Trouw. ‘De politiek vraagt terecht om maatregelen’, zei De Vries. ‘Maar als je de extreme variant uit de partijprogramma’s neemt, dan heeft dat echt schadelijke gevolgen. Dat gaat Nederland veel geld kosten.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next