Tussen hamer en aambeeld. Daar bevindt zich de bevolkingsgroep in Israël die bekendstaat als Arabische Israëliërs, dan wel Palestijnen in Israël. ‘Hamas beweert dat we verraders zijn’, zegt Faiz, een 38-jarige verpleger in de stad Umm al-Fahm. ‘Joodse Israëliërs vinden dat ook.’
Het tekent de penibele positie van de Arabieren met Israëlisch staatsburgerschap sinds 7 oktober, de dag dat Hamas een bloedbad aanrichtte. Ze delen niet in de pijn van de Israëlische bezetting, maar in de Israëlische samenleving hebben ze in tal van opzichten geen volwaardige plaats.
Dat doet zich nu meer dan ooit gevoelen. De Arabische Israëliërs worden, doordat hun Joodse landgenoten bevangen zijn door wraakzucht, meer gewantrouwd dan ooit. Door de veiligheidsdiensten worden ze behandeld als een vijfde colonne.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije en Iran voor de Volkskrant. Sinds de terreuraanval van Hamas op 7 oktober doet hij geregeld vanuit Israël verslag van de gevolgen daarvan.
Het creëert een angst die tastbaar is op straat. In Wadi Nisnas, een gemengde wijk in Haifa, willen maar weinig Arabieren praten. ‘Anders gaan we naar de gevangenis’, zeggen jonge mannen in een kapperszaak. ‘Als op de markt iemand over politiek begint, zeggen we dat hij zijn mond moet houden. We zijn bang’, zegt Lozjan, een seculiere moslimvrouw van middelbare leeftijd. ‘Met mijn vriendinnen in Gaza durf ik niet te communiceren. Een van hen stuurde me alleen een hartje, als teken van leven.’
Op het eerste gezicht is in etnisch gemengde steden als Haifa en Jaffa en in een grotendeels Arabische stad als Umm al-Fahm van conflict weinig te merken. Geweldsuitbarstingen tussen Joden en Arabieren waren er niet sinds 7 oktober. Betogingen tegen het Israëlische legergeweld in Gaza waarvoor vergunning was aangevraagd, werden keurig afgeblazen toen de politie geen toestemming gaf.
Dat was wel anders in mei 2021, toen in Gaza het geweld oplaaide tussen Hamas en het leger, en in Oost-Jeruzalem extreem-rechtse Israëliërs de lont in het kruitvat staken. De onrust sloeg over naar gemengde steden in Israël. In synagogen werd brand gesticht, over en weer werden winkelruiten vernield. Zelfs in het doorgaans vreedzame Haifa gingen burgers elkaar te lijf.
De herinnering daaraan werkt nu sussend, zeggen drie Arabisch-Israëlische mannen die in Umm al-Fahm voor een kledingzaak zitten te wachten op klanten die maar niet komen – de meeste mensen blijven veilig thuis. ‘We willen in vrede leven met de Joden’, zegt verpleger Faiz. ‘Wat nu gebeurt, is slecht voor de economie’, zegt winkeleigenaar Mohammed (40). ‘Onze omzet is 60 procent gedaald.’
De mannen willen één ding duidelijk gezegd hebben: Hamas steunen ze geenszins. ‘De meeste mensen in Umm al-Fahm vonden het vreselijk, de moorden op 7 oktober’, zegt Walid, een 45-jarige beveiliger. ‘Al weten de media altijd een enkeling te vinden die er anders over denkt.’ Dan, schamper: ‘Waar zitten de Hamasleiders? In Qatar. Wie gaan dood? De burgers in Gaza.’
Des te onrechtvaardiger vinden ze het dat de Arabische Israëliërs nu met wantrouwen worden bejegend, ook door de overheid. Hun achternaam geven de mannen niet, uit vrees dat hun zal gebeuren wat honderden mensen de afgelopen maanden overkwam: opgepakt worden wegens een pro-Palestijnse uitlating, in het openbaar of op sociale media.
De mannen geven voorbeelden van wat ze hebben gehoord aan onterechte redenen voor arrestatie. Een Palestijnse vlag. Een foto van biddende mannen in de Al Aqsa-moskee. ‘Palestina’ gekalkt op een muur in Nazareth. Ook in de arbeidssfeer staan de zaken op scherp. Zo werd een verpleegkundige ontslagen omdat ze vanwege de gestorven kinderen in Gaza haar zwarte tenue had aangetrokken.
Wat de drie vertellen, komt overeen met het beeld dat kritische Israëlische media schetsen. De veiligheidsdiensten speuren internet af naar ‘propaganda voor Hamas’ en de lat ligt kennelijk niet hoog.
Arabieren vormen 22 procent van de Israëlische bevolking. De laatste jaren noemen steeds meer van hen zich Palestijn, een teken van zelfbewustzijn. Zij hebben grotendeels dezelfde rechten als Joodse Israëliërs, maar breed gedeeld is het gevoel dat ze – als niet-Joden in een formeel Joodse staat – tweederangsburgers zijn.
In 2018 werd het Joodse karakter van de staat verder aangescherpt met de natiestaatwet, die bepaalt dat alleen het Joodse volk recht van zelfbeschikking heeft. Joodse nederzettingen werden aangemerkt als ‘nationale waarde’ en de Arabische taal werd ondergeschikt aan het Hebreeuws.
Die status wordt weerspiegeld in de sociaal-economische werkelijkheid. Arabieren leven in steden met minder voorzieningen dan Joodse steden, hebben slechter onderwijs (op Arabischtalige scholen) en minder inkomen. De tien armste steden in Israël zijn Arabisch, de dertig rijkste zijn overwegend Joods. Slechts 4 procent van de masterstudenten in Israël is Arabier.
Het verschil tussen de twee bevolkingsgroepen blijkt ook uit een opinieonderzoek uit 2021 van The Israel Democracy Institute. Joden tonen minder liefde jegens Arabieren dan andersom. Zo vindt 50 procent van de Joden dat de twee bevolkingsgroepen beter gescheiden kunnen leven; bij de Arabieren is dit 20 procent. Sinds 7 oktober liggen die cijfers ongetwijfeld nog hoger.
Het politieke klimaat is niet bepaald bevorderlijk voor de sociale harmonie. Sinds een jaar zit extreem-rechts in de regering. Minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir kweekte een achterban met de leus ‘Dood aan de Arabieren’ en minister van Financiën Bezalel Smotrich pleitte ooit voor gescheiden kraamcentra voor Joodse en Arabische vrouwen. ‘Het is logisch dat mijn vrouw niet wil bevallen naast iemand die zojuist een kind heeft gekregen dat ons kind over twintig jaar wil vermoorden.’
‘De politiek wakkert de tegenstellingen aan’, constateert verpleger Faiz. ‘In Joodse steden durf ik me voorlopig niet te vertonen. Iemand hoeft maar te roepen ‘Kijk uit, een terrorist!’ en ik ben de pineut.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden