Home

Definitieve uitspraak Decembermoorden: gaat Bouterse de cel in?

Het is meer dan 41 jaar geleden dat inwoners van het centrum van Paramaribo in de nacht van 7 op 8 december 1982 schoten hoorden uit het Fort Zeelandia, aan oever van de Surinamerivier. Het koloniale bastion werd gebruikt als uitvalsbasis door het militaire regime onder leiding van Desi Bouterse, dat twee jaar eerder door een coup aan de macht was gekomen.

De schoten, zo bleek de volgende dag, waren de executies geweest van tegenstanders van de militaire machthebbers, die een dag eerder van hun bedden waren gelicht en meegenomen. De gedode mannen bekleedden prominente posities in het jonge Suriname, in 1975 onafhankelijk geworden van de Nederlandse kolonisator. Ze waren advocaat, journalist, militair, zakenman, vakbondsleider of intellectueel. Ze hadden bijna allemaal gezinnen.

Over de auteur
Sterre Lindhout schrijft voor de Volkskrant over Noord-Amerika, het Caribisch gebied en Suriname. Hiervoor was ze correspondent Duitsland.

Na de moorden volgden eerst jaren van angstvallige stilte. Dat veranderde langzaam toen de Surinaamse democratie in de jaren negentig was hersteld en een groep nabestaanden de verjaring van de moorden eind 2000 probeerde te stuiten.

Dat lukte net op tijd en in november van dat jaar werden drie vrouwelijke rechters geïnstalleerd als Krijgsraad (een militaire rechtbank die uit civiele rechters bestaat), onder leiding van Cynthia Valstein-Montoor. Na het opgraven van de lijken en het horen van honderden getuigen, begon in 2007 het proces.

Desi Bouterse heeft zijn betrokkenheid bij de planning en de uitvoering van de moorden altijd ontkend. Volgens hem bereidden de mannen die werden gedood een tegencoup voor. Daarvoor is nooit bewijs geleverd.

Dat Bouterse zichzelf na zijn jaren als militair dictator en drugshandelaar (waarvoor hij in Nederland bij verstek werd veroordeeld) opnieuw uitvond als populistisch politicus, bemoeilijkte de rechtsgang aanmerkelijk. Tussen 2010 en 2020 was Bouterse president van Suriname, dat hij economisch geruïneerd achterliet.

De Krijgsraad veroordeelde Bouterse in 2019 tot 20 jaar gevangenisstraf, waartegen hij verzet aantekende. Twee jaar later volgde een nieuw oordeel. Daartegen ging Bouterse, inmiddels geen president meer, in hoger beroep. Het vonnis dat de Krijgsraad woensdag uitspreekt, is een definitief vonnis. De eis is nog steeds 20 jaar.

De vraag die veel nabestaanden plaagt, is of de Krijgsraad het aandurft om Bouterse niet alleen te veroordelen, maar ook om gevangenneming te gelasten. Want dat kan leiden tot grote maatschappelijke onrust, zelfs tot geweld. De door Bouterse opgerichte NDP is de grootste oppositiepartij. Bouterse (78) verdeelt Suriname tot vandaag de dag.

De Decembermoorden zijn in Suriname geen geschiedenis, geen punt in het verleden. Het is meer alsof er op 8 december 1982 een giftige plant is ontkiemd, die sindsdien is doorgewoekerd tot in de haarvaten van de kleine samenleving van ongeveer 600 duizend mensen, waar vriend en vijand elkaar onvermijdelijk tegen het lijf lopen.

Veel nabestaanden en hun nazaten hebben het proces al die tijd op de voet gevolgd. Twee van hen, een zus en en zoon, vertellen hoe de nacht van 8 december 1982 hun leven en hun land voorgoed heeft veranderd.

Ze hoorden het eerst via via. Haar oudere zus was arts en kreeg een telefoontje van een vriendin uit het ziekenhuis: ze hadden het lichaam van haar broer Robby opgehaald bij Fort Zeelandia.

Toen ook het militaire regime het bericht van zijn dood had gebracht, ging Rani Sohansingh, destijds een 22-jarige student rechten, met haar ouders mee naar het mortuarium voor de identificatie. ‘Ik heb bijna alle doden gezien. Gemarteld. Hier een tand weg, daar bloeduitstortingen. Dat doet nog steeds pijn.’

Sohansingh zit in de vergaderruimte van het kantoor van haar en haar man Hugo Essed, die de advocaat is van de nabestaanden van de Decembermoorden. Het grote gebrandschilderde raam achter haar is een kleurige allegorie op de Surinaamse natuur.

Ze is de jongste van acht kinderen en groeide op in een warm, cultureel geïnteresseerd gezin. Welvarend ook. Haar vader had een steenslagbedrijf dat graniet uit het binnenland haalde voor de wegenbouw. Tot 8 december 1982 had ze ‘een lekker leventje’.

Haar broer Robby was het tweede kind en de oudste zoon, de trots van zijn moeder. Toen hij werd vermoord was hij 37, succesvol zakenman en vader van drie kinderen. ‘Hij was sociaal en ontzettend muzikaal. Als hij saxofoon speelde, genoot de hele buurt mee. Zijn dochter heeft dat muzikale geërfd. Ze was 12 toen het gebeurde, nu is ze 51. Ze wonen allemaal in Nederland. De moorden hebben onze gezinsdynamiek compleet verstoord.’

Ook haar ouders vluchtten naar Nederland, maar haar vader kon niet aarden en keerde terug. Hij overleed in 1988, ‘kapotgegaan’. Haar moeder kreeg last van depressies en moest worden verzorgd door haar broers en zussen. De zus die arts was, werd vanwege haar trauma’s arbeidsongeschikt verklaard.

‘Alleen mijn jongste broer en ik bleken ons gewone leven weer op te kunnen pakken.’ Ze rondde haar studie af en ontmoette haar man. Ze kreeg twee zoons, beide geboren na haar 40ste.

Rani Sohansingh was in de jaren negentig een van de eersten die het collectieve, ongemakkelijke zwijgen over de Decembermoorden durfden te doorbreken. Met andere nabestaanden was ze de drijvende kracht achter het stuiten van de verjaring van de moorden in 2000. ‘Achteraf gezien is dat het spannendste moment geweest in het hele proces en de aanloop ernaartoe.’

Ze schat dat ze aanwezig was bij meer dan 90 procent van de zittingen de afgelopen zestien jaar. Toch vindt ze niet dat haar leven in het teken staat van Decembermoorden. ‘Het proces loopt als een draad door het geheel, maar overheerst mijn leven niet.’

Het persoonlijke verdriet, zegt ze, heeft ze samen met haar man een plek kunnen geven. Het gaat haar nu in de eerste plaats om de strijd voor gerechtigheid en om de toekomst van Suriname. Sohansingh constateert in haar land een ‘zorgwekkend moreel verval’ en verklaart daaruit de nog altijd grote aantrekkingskracht die Bouterse op sommige Surinamers heeft.

‘Deze vijftien mensen zijn gestorven in de strijd voor de democratie en de rechtsstaat. Als wij dat niet herstellen, is er in Suriname voor altijd iets kapot. Dan kunnen we evengoed de gevangenisdeuren openzetten.’

Yasser Riedewald is even oud als de Decembermoorden. Toen zijn vader Harold Riedewald op 8 december 1982 werd geëxecuteerd, was hij een baby van twee maanden.

De geschiedenis van de Decembermoorden is Riedewald bekend ‘vanaf het moment dat ik begon met herinneren’. Hij had een leuke jeugd, zegt hij, maar de gesprekken van zijn moeder met ooms en tantes en de nachtmerries van zijn zussen waren wel er op de achtergrond altijd. Vanuit Nederland, waar ze naartoe waren gevlucht, zat zijn moeder in het verzet tegen het militaire regime. ‘Het was onmogelijk dit onderwerp verborgen te houden voor een kind. Niemand in het gezin kon hieraan ontsnappen.’

Inmiddels is Riedewald zelf vader van vier kinderen. Tijdens het Zoomgesprek is de jongste, een dochter van 3 jaar, af en toe spelend te horen op de achtergrond. Als zakenman pendelt hij tussen Rotterdam en Paramaribo. Bij de uitspraak van het vonnis zit hij woensdag in de rechtszaal, zoals hij ook bij tientallen zittingen aanwezig was.

Na het einde van de militaire periode wilde zijn moeder zo snel mogelijk terug naar Suriname om er met hem te blijven. Daar ontmoette hij de beste vrienden van zijn vader. ‘Die begonnen allemaal te huilen toen ze mij zagen.’ Maar ze vertelden ook verhalen, louter positieve. ‘Dat hij grappig was, een goede toneelspeler. En vrijgevig. Geld was nooit zijn prioriteit. Hij hielp mensen die eigenlijk geen advocaat konden betalen. Als dank kookten die dan bijvoorbeeld een maaltijd voor hem.’

Riedewald heeft als kind zijn vader enorm gemist. ‘Het klinkt vaag, maar: ik kende de persoon niet, maar wel de figuur. Ik wist dat er iets miste, dat hij er had moeten zijn.’ Daar was hij verdrietig om.

Hij vond het ingewikkeld om te zien hoe de Surinaamse samenleving zich sinds 2010 heeft verdeeld in twee kampen: voor en tegen Bouterse. heel zichtbaar werd ‘Iedereen weet dat Suriname klein is, maar hoe klein, daar staan mensen van buiten vaak niet bij stil. Het is ontzettend confronterend om kennissen van je opeens te zien rondrijden met een auto vol vlaggetjes van de NDP (de partij van Bouterse, red.). Of dat mensen dan tegen je zeggen, dat het ze niet zo veel kan schelen dat dit in het verleden is gebeurd. Dat ze op Bouterse stemmen, omdat hij nu welvaart en ontwikkeling belooft. Zo van: je vader is dan wel vermoord, maar we moeten toch vooruitkijken.’

Zeker nu het economisch zo slecht gaat met Suriname worden principes al snel aan de kant geschoven, merkt hij. Vooral voor jongeren vindt hij het een rampzalig signaal dat ‘iemand met een walm van misdaden om zich heen hier gewoon president kan worden’.

Voor zichzelf heeft Riedewald Bouterse ‘op een rare manier vergeven’, zegt hij. ‘Had ik dat niet gedaan, dan had ik het recht in eigen handen moeten nemen. Nu wil ik alleen nog dat we als maatschappij voor het goede kiezen en het recht zegeviert.’

25 februari 1980 Sergeant Desi Bouterse pleegt met 14 collega’s uit het Surinaamse leger een militaire coup waarbij de democratisch gekozen regering van premier Henck Arron wordt afgezet.

11 maart 1982 Mislukte poging tot een tegencoup om de democratie te herstellen onder leiding van militair Soerinder Rambocus en een aantal geestverwanten.

8 december 1982 In Fort Zeelandia aan de Waterkant in Paramaribo worden 15 critici van het militaire regime doodgeschoten zonder enige vorm van proces. Deze gebeurtenis komt bekend te staan als ‘de Decembermoorden.’

1986 tot 1992 Binnenlandse oorlog in Suriname tussen het militaire regime en het ‘Junglecommando’ onder leiding van Ronnie Brunswijk. De oorlog ging behalve over de heerschappij over het land ook om cocaïnehandel.

1987 Suriname keert terug naar de democratie. De eerste jaren met een paar coups en andere hobbels, vanaf 1991 is de situatie stabieler.

4 juli 1987 Bouterse richt de Nationale Democratische Partij (NDP) op.

1 november 2000 Na jaren van collectief zwijgen, begint op aandringen van de nabestaanden een maand voor de verjaring het gerechtelijk vooronderzoek naar de Decembermoorden.

30 november 2007 De driekoppige Krijgsraad begint het proces tegen Desi Bouterse en 25 medeverdachten, van wie de meesten eerder in het proces zijn veroordeeld of vrijgesproken.

25 mei 2010 NDP wint de verkiezingen, Bouterse wordt president van Suriname. In 2015 zal hij worden herkozen.

5 april 2012 Surinaams parlement op voorstel van de NDP een amnestiewet aan waardoor Bouterse niet kan worden bestraft voor de Decembermoorden.

29 november 2019 Bouterse wordt bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar. Hij gaat in verzet.

25 mei 2020 NDP verliest de verkiezingen, Chan Santokhi wordt president namens de VHP.

27 augustus 2021 Surinaams parlement trekt amnestiewet in.

30 augustus 2021 De Krijgsraad veroordeelt Bouterse opnieuw tot 20 jaar. Bouterse gaat in hoger beroep.

20 december 2023 De Krijgsraad spreekt zijn definitieve vonnis uit over Desi Bouterse en 5 medeverdachten. De eis van het OM is 20 jaar tegen allemaal.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next