‘Nog twee te gaan en dan zijn we er’, zegt Bart Rutten in een van de laatste zalen van het Centraal Museum in Utrecht. ‘Jullie zullen wel moe zijn.’ Nee, moe zijn we niet. Lichtelijk verdwaasd door de stortvloed aan kunstwerken, dat wel. Zelf oogt de directeur allerminst vermoeid. Integendeel. Het wakkere enthousiasme waarmee hij de landelijke en plaatselijke pers een rondleiding geeft door ‘zijn’ museum en de heringerichte collectieopstelling straalt van hem af.
Begrijpelijk. De klus van een interne verbouwing plus nieuwe presentatie van de verzameling is geklaard. En dat was nodig ook, geeft Rutten toe. ‘Bezoekers vroegen zich in het gebouw geregeld af: waar ben ik?’ De oplossing die directeur en staf voor het prangende probleem bedachten: een dwingend Ikea-parcours van zestien zalen en zaaltjes die de bezoeker maar in één richting kan afleggen.
Over de auteur
Rutger Pontzen is kunstcriticus en redacteur beeldende kunst van de Volkskrant en schrijft over zowel oude en moderne als hedendaagse kunst.
Niet alleen het gebouw, ook de collectie heeft een opfrisbeurt gekregen. En zoals de hedendaagse tijdgeest dat voorschrijft is die nu meerstemmig, divers, zowel ‘inter-’ als ‘transhistorisch’; met veel objecten van buiten de vroegere canon, gemaakt door ‘mannen en niet-mannen’, zoals Rutten toelicht, en kunstenaars met een kleur. Ook dat was nodig, getuige alleen al dat ene voorbeeld: het geschilderde eerbetoon aan Margareta Maria de Roodere, een 17de-eeuwse kunstenaar die volgens Rutten voor geen enkele mannelijke collega uit die tijd onderdeed, maar nooit eerder was opgevallen.
Zo wemelt het van de aanpassingen en correcties. De opeenvolging van zalen mag dan nog steeds de grote kunsthistorische lijnen volgen, van vroeg renaissance en de 17de eeuw via het surrealisme, de nieuwe zakelijkheid en De Stijl, naar de gemêleerde eigen tijd, een eenduidige rode draad is er niet in te vinden.
Het zou ook moeilijk zijn, schetst Rutten. Ga er maar aan staan, om uit de meer dan 70 duizend stukken die de collectie telt een selectie te maken die zowel tegemoetkomt aan de geschiedenis van het museum (‘het oudste stadsmuseum van Nederland’, volgens de directeur), als aan de wensen van de bezoeker, aan deze tijd van nieuwe inzichten en andere maatschappelijke eisen.
Uitkomst is een keuze van 430 werken die over twee verdiepingen zijn verdeeld. Als een ‘bokswedstrijd over 16 ronden’, verduidelijkt Rutten, verwijzend naar de soms wel erg grote hoeveelheid bloemstillevens, jurken, oude beeldjes, hedendaags design, serviesgoed, tekeningen, landschappen, tafels, gravures, schoenen, ondergoed, stadsgezichten, lichtprojecties, stoelen, bronzen maskers, die inderdaad, zoals Rutten suggereert, met elkaar om aandacht knokken.
Grote vraag is: wat gebeurt er als je in een collectieopstelling de vroegere, strakke historische leidraad loslaat? En daarvoor in de plaats een veel speelsere en eigentijdsere indeling maakt. Blijven de bezoekers dan toch naar de bekende publiekstrekkers zoeken?
Want ze zijn er nog wel, hoor, de topstukken van de Utrechtse caravaggisten Gerard van Honthorst, Hendrick ter Brugghen en Dirck van Baburen. Het omstreden zelfportret van Pyke Koch, met fascistische hoofdband. De wulpse droombeelden van J.H. Moesman. De kerkinterieurs van Pieter Jansz. Saenredam. De Flowerbomb-jurk van Viktor & Rolf. De wereldberoemde stoelen en architectuurontwerpen van stadgenoot Gerrit Rietveld. Het peperdure poppenhuis. De Charley Toorops en Marlene Dumassen.
Wat een rijke collectie, denk je onwillekeurig. En wat een variatie. Juist door de verrassende combinaties en het opduiken van onverwachte sidekicks. Ondanks het dwingende adagium dat musea zich tegenwoordig meer de gevarieerdheid van de kunst en de bezoekers moeten realiseren, is de manier waarop het Centraal Museum dat uitwerkt een stuk terughoudender dan bijvoorbeeld het Van Abbemuseum. In vergelijking met de total make-over in het Eindhovense museum worden in Utrecht speldenprikjes uitgedeeld. Ze zijn overigens even effectief.
Voorbeeld: het eigentijdse portret dat Iris Kensmil schilderde van de Amerikaanse burgerrechtenactiviste Sojourner Truth naast dat van een anonieme witte vrouw uit de 17de eeuw. De globe uit de koloniale tijd, waarop summier de zeereis van Nederland naar Batavia is opgetekend, naast een boek waarin patricia kaersenhout juist die koloniale tijd bekritiseert. Of het schilderij Snowwhite and the Next Generation van Nederlands bekendste schilder, Marlene Dumas, schuin tegenover het portret van haar vergeten, vroegere collega Margareta Maria de Roodere.
‘Voor welk deel van je publiek presenteer je iets?’, vraagt Rutten zich halverwege de rondleiding af. De retorische vraag wordt, als een beginselverklaring, al in de eerste zaal beantwoord: dit museum is voor iedereen. Exemplarisch is het gigantische groepsportret dat Jan van de Pavert in 2019, in opdracht van het museum, schilderde van de ‘Nieuwkomers’. De afgebeelde bewoners van de Utrechtse wijk Kanaleneiland staan feitelijk model voor alle mensen met een migratieachtergrond; landgenoten die in welk Nederlands museum ook nog steeds te weinig te zien zijn, en die men in Utrecht nu graag ook wil verwelkomen.
Met een gemiddeld aantal van 26.875 objecten per zaal dingt het Centraal Museum in Utrecht mee naar de prijs voor de hoogste kunstwerkendichtheid onder de collectieopstellingen in Nederland. Het is opvallend, vooral omdat zalen in het heringerichte museum (voorheen een klooster) niet eens zo groot zijn. Ergo: u krijgt een fiks portie kunstgenot voor uw bezoek.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden