Home

‘We hebben informatie dat jouw kop eraf moet’

‘Op een zaterdagavond moesten we iemand aanhouden in de buurt van Veenendaal, wegens criminele activiteiten. Dat adres was bekend bij de politie, dus we gingen voor de zekerheid met zes man plus een hondengeleider.

‘Dat was nodig. Het was al laat, het was donker, en zodra ik als wijkagent aanbelde, kwamen ze meteen scheldend en schreeuwend met een man of vier naar buiten: ‘Rot op, klootzakken, wat moet je hier?’ Na wat duwen en trekken waarschuwde ik: ‘Als jullie niet meewerken, gaan we geweld gebruiken’. Toen dat niet hielp, hebben wij in tweetallen drie man op hun knieën gezet, geboeid en afgevoerd naar het bureau. Ik kwam rond middernacht pas thuis.

Over de auteur
Wil Thijssen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘De volgende dag maakte mijn vrouw me wakker: ‘Henk, er is iemand van de politie.’ Beneden zat de hulpofficier. Die vertelde dat er informatie was gekomen dat iemand mij iets wilde aandoen, en dat er diezelfde middag camera’s binnen en buiten ons huis zouden worden geplaatst.

‘Ik ben wel wat gewend, maar mijn vrouw en dochters schrokken daar wel van. Collega’s surveilleerden hier een paar keer per uur, en ’s middags kwam een technisch bedrijf de camera’s al plaatsen. Ze hadden van die led-lichtjes, dus die zag je van buiten heel goed. Het gevolg was dat sommige buren bukten als ze langs ons huis liepen omdat ze niet in beeld wilden. ‘Een buurman kwam vragen wat er aan de hand was. Ik vertelde in z’n algemeenheid dat het met een dreiging had te maken en vroeg of hij, als hij iets verdachts zag, 112 wilde bellen.

‘Terwijl ik ’s maandags met een dienstwagen onderweg was naar een bureau in de regio voor het spreekuur, kreeg ik in de auto de melding dat ik met spoed moest terugkeren naar het bureau in Veenendaal, ‘er is een escorte onderweg, nadere info volgt’.

‘Ik dacht potverdorie, het moet niet gekker worden. Toen ik omkeerde kwam een politieauto me al tegemoet. Die bleef achter me kleven terwijl ik naar het bureau reed. Daar werd ik opgevangen door de leiding: ‘Henk, ga even zitten. We hebben informatie vanuit het criminele circuit dat jouw kop eraf moet.’ Iemand wilde me afmaken, dat woord werd letterlijk gebruikt. Er zou een rechercheur komen die onderzoek naar deze criminelen deed en de dreiging nader kon duiden. Tot die tijd mocht ik het bureau niet verlaten.

‘’s Avonds kwam die rechercheur met de districtschef. Ze zeiden: ‘Niet schrikken, maar als de signalen nog dreigender worden, brengen we jou en je gezin naar een safehouse ergens in Nederland.’ Nou, dat hakt erin, kan ik je vertellen. Ik viel bijna van m’n stoel. Ze bevestigden dat de opdracht kwam van die lui die wij twee avonden daarvoor hadden opgepakt.

‘Die avond nam ik, tegen de gewoonte in, mijn wapen mee naar huis in een verdekt holster, zodat je het niet ziet. Toen ik bijna thuis was scande ik met mijn hand op mijn wapen de parkeerplaatsen op auto’s die ik niet kende, en ging kijken of er iemand in zat.

‘Ik nam ook mijn portofoon mee naar huis, wat je normaal niet doet. Want als je op de noodknop drukt, leg je het spraakverkeer in de hele eenheid 15 seconden plat, precies genoeg tijd om hulp te vragen en je locatie door te geven.

‘Die porto tettert door, je hoort alles. Een paar nachten sliep ik slecht. Dat is wat dreiging met je doet: hoewel ik erg nuchter ben word je toch angstig, onrustig, extra alert. Het is akelig als zoiets je gezin, je persoonlijke levenssfeer, binnendringt. Het is geen leven, hoor, als je denkt dat een gast je ieder moment kan afknallen.

‘Ik weet niet wat de recherche heeft gedaan om de dreiging weg te nemen en ik vroeg er ook niet naar, maar na zo’n drie weken zei mijn teamchef: ‘We hebben vanmorgen contact gehad met het CCB, het bureau Conflict- en Crisisbeheersing, ga je ermee akkoord dat we gaan afschalen?’

‘Ik vertrouwde op hun oordeel. Toen ging mijn wapen weer in de kluis, mijn portofoon weer in de kast op het bureau en stopten de surveillances bij ons huis. Na een paar dagen werden ook de camera’s weggehaald.

‘Mijn wantrouwen hield nog een tijdje aan, maar ook dat ebde weg. Het is, op één vage melding een jaar later na, rustig gebleven. Toen ging alles meteen weer in werking. Ik scan daardoor nog steeds mijn omgeving en blijf hyperalert.

‘We zeuren allemaal weleens over onze werkgever, maar niets dan lof over de leiding, die op zulke momenten alles voor je uit de kast trekt. Als ik kogelwerend glas had gewild, had ik dat gekregen. Ik weet nu: als zo’n dreiging me overkomt, steunt mijn werkgever me volledig. In een vak als dat van ons is dat ontzettend belangrijk.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next