Home

Een schrijver is geen vader, een schrijver is een schrijver

Haar kinderen lezen haar boeken niet, en omgekeerd, als een van hen een roman zou schrijven, zou zij die vermoedelijk ook niet lezen, zei schrijfster Marja Pruis in het interview dat Jannetje Koelewijn met haar had. „Ik snap dat zo goed. (…) Misschien zou zich iets openbaren dat ik niet ken, en waarom zou ik iets van hen moeten kennen dat zich niet vanzelf al aan me openbaart? Bij vrienden vind ik het geen enkel probleem, maar de mensen met wie je zo intiem bent, van wie je het meest houdt, dat zou ik lastig vinden.”

Dat er dingen in zouden kunnen staan die een ander licht op haar kinderen zouden kunnen werpen en die iets in haar beeld van de verhouding zouden kunnen verstoren, ik denk dat ze dat bedoelt.

Ik zou, meende ik wel zeker te weten, juist benieuwd zijn naar wat een boek aan gedachten en gevoelens zou openbaren, vanuit de overtuiging dat je elkaar maar zo beperkt kent, ik zou meer willen weten. Pruis dus niet, en misschien is dat wel een wijzere houding, eentje die getuigt van inzicht in hoe de verhoudingen liggen, inclusief de beperkingen. Niet overvragen, zegt zij eigenlijk.

Het is geen zuiver theoretische kwestie, want mijn vader (94) heeft een roman geschreven. Zijn tweede al, de eerste ging over zijn jeugd in de oorlog en was dus onschadelijk, maar deze gaat over het volwassen leven van het personage dat nogal veel van hem weg heeft, maar hem niet is. De hoofdpersoon van zijn Meneer Sajet struikelt werkt bij een handelsfirma in chemische grondstoffen die lijkt op de firma waar mijn vader werkte. Dat zakenleven, ja dat ken ik wel uit zijn verhalen. Ook gaat het personage schilderen en zich voor kunst interesseren, ook bekend en plezierig, in het echt en in het boek. Het interesseerde me om zijn gedachten over die onderwerpen te lezen. Maar dat is allemaal gevaarloos.

Het personage is niet getrouwd en heeft geen kinderen. Nu ja, misschien toch een zoon. Is dat nu juist fijn, want dan hoef je ook nooit te denken dat iets ervan op je eigen bestaan en ervaringen terug slaat, of is het bevreemdend omdat het hele familieleven, in de betrekking tot je ouders toch het belangrijkste onderdeel, geen rol speelt? Maar zou ik daarover echt mijn vaders gedachten willen kennen? En zou hij die ‘echte’ gedachten werkelijk kunnen opschrijven?

Marja Pruis heeft wel vaker over het probleem van ‘echte mensen’ en de romanwerkelijkheid geschreven. Ze citeerde toen onder meer Philip Roth: „Als schrijver ben ik iemand anders. Ik ben dan niet belast door trouw en loyaliteit, decorum en discretie. Ik ben vrij om een dieper en duisterder perspectief te kiezen dan dat van een zoon, echtgenoot of broer. Een schrijver is dat allemaal niet, een schrijver is een schrijver.”

Ik ben het wel met Roth eens, en ook Pruis kan tamelijk compromisloos schrijven, maar dan weer niet over haar allernaasten. Of soms, of een beetje, ze komt er begrijpelijkerwijs nooit helemaal uit. Bovendien schrijft nooit iemand ‘de werkelijkheid’ zoals we ook wel weten, maar zoals we eveneens weten zijn lezers, ook als ze beter weten, tóch geneigd om die in een boek te zoeken.

„Die Florian van jou raakt maar nooit eens getrouwd”, zeg ik tegen mijn vader. „Nee”, zegt hij, „dat is wel merkwaardig. Je merkt in dat hele boek toch iets van onvrede bij hem.”

De géést van de schrijver zit erin, niet zijn hele leven. „Het doet me veel genoegen dat je er bent”, zegt mijn vader hartelijk. Ik weet genoeg.

Source: NRC

Previous

Next