Het is ongelooflijk, maar het is weer gelukt: een klimaatakkoord. In Dubai werden vorige week bijna tweehonderd landen het eens over een route die de wereldwijde opwarming onder de 1,5 graad moet houden. Dat is in tijden van oorlogen, wereldwijde polarisatie, verschuiving van economische macht en toenemende binnenlandse spanningen een hoopvolle prestatie. We zijn het ergens over eens, hoe knarsetandend ook.
Wat we willen, met zijn allen: wereldwijde halvering van de uitstoot van broeikasgassen over tien jaar. Verdrievoudiging van het aandeel duurzame energie in zes jaar. Netto nul uitstoot van kooldioxide over iets minder dan 27 jaar. En, voor het eerst in de geschiedenis van de internationale klimaattoppen, de formele erkenning dat we moeten stoppen met fossiele brandstoffen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Dat is een fundamentele verbale koerswijziging. In alle 27 klimaattoppen die aan COP28 voorafgingen, draaide het weliswaar om beperking van de uitstoot van broeikasgassen, maar werd nooit de olifant in de kamer benoemd: de implicaties voor de winning van fossiele brandstoffen. Mede om die reden is de wereldwijde uitstoot in al die jaren van klimaatakkoorden nooit gedaald.
Ook nu is het natuurlijk zeer onwaarschijnlijk dat het doel gehaald gaat worden. Klimaatbeleid is als studeren voor een belangrijk examen: wekenlang geef je andere dingen voorrang, maar de avond ervoor kun je nog steeds denken dat, met een nachtje doorhalen, een voldoende tot de mogelijkheden behoort. Terwijl dat met de minuut moeilijker wordt.
Zelfs nu laat de taal van het akkoord nog ruimte voor uitstel. Er komen ‘versnelde inspanningen’, we gaan ‘wegbewegen’ van fossiele brandstoffen, en dit is weliswaar een ‘kritiek decennium’, maar de uitvoering gaat pas later ‘versnellen’. Hoe energiek het ook klinkt, het is een redenering die traagheid rechtvaardigt. Geen zorgen, straks ga ik dubbel mijn best doen.
Het is niet voor niets dat Anne Rasmussen van Samoa bezwaar aantekende tegen de te vrijblijvende tekst. De inwoners van de 39 eilandstaten die zij vertegenwoordigde, zijn de eersten die door een stijgende zeespiegel in grote problemen komen. Maar ook zij had liever een onvolkomen akkoord dan geen akkoord, en dankte voorzitter Dubai alsnog met het bereikte resultaat. Zij kreeg de grootste staande ovatie.
Want ja, woorden doen ertoe, ook als ze symbolisch zijn, zoals in zo’n halfzachte overeenkomst vol compromissen. Want ze zijn wel unaniem. Na eerdere klimaatakkoorden groeide het bewustzijn bij overheden, bedrijven en burgers dat er iets moest gebeuren wel degelijk. Zonder eerdere klimaattoppen hadden we nu geen alternatieve toekomsten gehad.
Maar natuurlijk had Rasmussen gelijk. Dit akkoord, zonder verplichtingen, zal niet genoeg zijn. Er zullen landen zijn die, ook de komende jaren, andere prioriteiten hebben. Daarom moeten we doen wat we kunnen, maar ons ook voorbereiden op dat wat veel waarschijnlijker is: dat we het niet gaan halen. Naast mitigatie ook adaptatie.
Ook dan blijft multilaterale samenwerking cruciaal. Wat er met de wereld gaat gebeuren wanneer het 3 graden warmer is, reikt verder dan onze eigen dijken.
Source: Volkskrant