Het Duitse Aleph Alpha en het Franse Mistral gelden als veelbelovende Europese AI-bedrijven, die misschien wel een vuist kunnen maken tegen het geweld van OpenAI en Google. Wat zijn dit voor bedrijven?
De Franse AI-start-up Mistral bestaat amper een half jaar en telt 22 werknemers. Toch verdringen investeerders (vooral Amerikaanse) elkaar om geld in het bedrijf te steken. ‘Een volgende grote stap in onze versnelling’, noemde topman en medeoprichter Arthur Mensch (30) afgelopen week de 385 miljoen euro aan vers kapitaal die hij ophaalde . ‘Versnelling’ is geen grootspraak: Mistral is nu al zo’n twee miljard euro waard.
Samen met het Duitse Aleph Alpha haalt Mistral het aloude techcliché ‘de Verenigde Staten vinden uit, Azië produceert en Europa maakt de wetten’ onderuit, in ieder geval deels. Zeker, het Europees Parlement en de EU-lidstaten werden het onlangs eens over ingrijpende AI-wetgeving, die naar verwachting ook buiten Europa als gouden standaard gaat gelden. Het uitgangspunt daarbij is dat AI-systemen aan meer voorwaarden moeten voldoen naarmate ze een groter risico voor de samenleving vormen.
Over de auteur
Laurens Verhagen is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft over technologie, internet en kunstmatige intelligentie. Daarvoor was hij onder andere hoofdredacteur van nu.nl.
Maar dat belemmert AI-bedrijven in Europa niet om aan de weg te timmeren. De meeste zijn klein en onbeduidend in vergelijking met Google, Meta, OpenAI (ChatGPT) of het Chinese Baidu en Alibaba. Mistral en Aleph Alpha springen er in die zin bovenuit.
Mensch en de twee andere oprichters van Mistral, Guillaume Lample en Timothée Lacroix, genoten hun opleiding aan prestigieuze Franse universiteiten. De Amerikaanse techbedrijven Meta en DeepMind lijfden ze daarna in om aan de meest geavanceerde AI-modellen te werken. Het trio keerden naar Parijs terug om Mistral op te richten. Hun ‘Franse academische uitmuntendheid in wiskunde en computerwetenschappen’ is volgens de Franse krant Le Monde een deel van de aantrekkingskracht van het jonge bedrijf.
Mistral wil aanhaken bij de Amerikaanse trendsetters, al is de concurrentie moordend. Google introduceerde vorige week nog, met de nodige tamtam, zijn nieuwe AI-model Gemini, dat volgens de maker op vrijwel alle terreinen beter presteert dan GPT-4, het taalmodel achter ChatGPT. Gemini wordt de motor achter Googles chatbot Bard.
Ook Mistral zit in deze hoek van AI: het ontwikkelen van zogeheten Large Language Models (LLM’s), die als basis dienen voor chatbots en diverse taken kunnen uitvoeren.
Belangrijk verschil met Google en OpenAI is dat Mistral gelooft in de opensourcebenadering. Hierbij mogen andere softwareontwikkelaars de code kopiëren, verbeteren en gebruiken, bijvoorbeeld om zo een eigen chatbot te bouwen. De Fransen willen geld verdienen met het leveren van extra diensten en met het aanbieden van AI-modellen op maat aan bedrijven.
OpenAI en Google zitten op een ander spoor en houden hun technologie gesloten. Zij vinden de opensourcebenadering in potentie schadelijk, omdat kwaadwillenden de basistechnologie zo kunnen aanpassen dat die ingezet kan worden voor bijvoorbeeld het maken en het verspreiden van desinformatie.
Ook bij open source zijn er gradaties van openheid. Taalwetenschapper Mark Dingemanse van de Radboud Universiteit Nijmegen houdt een overzicht bij van het opensourcegehalte van AI-modellen. Mistral scoort daarin niet bijzonder goed. ‘Wat voor data erin zitten en hoe het model precies getraind is, Joost mag het weten’, zegt Dingemanse.
Het verschil in ideologie komt ook naar voren in de marketing. Google vierde de komst van Gemini met persbijeenkomsten, toespraken en een reeks gelikte – na afloop bleek niet helemaal waarheidsgetrouwe – filmpjes. Mistral publiceerde ondertussen op sociale media gewoon een oersaaie link naar zijn laatste LLM. ‘Bijna punk’, concludeerde de in AI gespecialiseerde nieuwsbrief Turing Post.
Wat niet wil zeggen dat de Fransen hun werk niet serieus nemen. Zo was Mistral de afgelopen tijd in de Brusselse wandelgangen de drijvende kracht achter de Frans-Duitse techlobby die probeerde een aantal scherpe randen van de Europese AI Act te halen, in ieder geval voor Europese bedrijven.
De voormalige Franse staatssecretaris voor Digitale Zaken, Cédric O, was de superlobbyist van Mistral. Sowieso heeft Mistral vanaf het prille begin de Franse politiek voor zich weten te winnen, schrijft Le Monde. Mensch stond eerder dit jaar nog samen met president Emmanuel Macron op het podium van een grote techbeurs.
Het lobbywerk van de Fransen en Duitsers is niet voor niets geweest. De details moeten nog worden uitgewerkt, maar duidelijk is al wel dat de Europese AI Act onderscheid maakt tussen gewone AI-systemen en zogenoemde ‘high impact’-systemen zoals ChatGPT en Bard. Alle modellen zijn geschikt voor verschillende taken, maar de producten van Mistral en Aleph Alpha zullen onder de lichtere verplichtingen vallen. Zo hoeven zij hun systemen niet te evalueren of verplicht te testen. Wel moeten ook zij duidelijk maken hoe ze hun modellen trainen, hoe ze werken en hoeveel energie ze verbruiken.
Het andere troetelkindje van de Franse-Duitse as is Aleph Alpha, dat begin november bijna een half miljard euro aan kapitaal ophaalde bij een nieuwe investeringsronde. Met het geld zegt de in 2019 opgerichte start-up uit Heidelberg te kunnen concurreren met de grote namen uit de VS. Aleph Alpha maakt AI-taalmodellen, getraind op vijf talen, die te vergelijken zijn met de tool ChatGPT.
Verschil met de bekende chatbot van OpenAI is dat Aleph Alpha zich niet richt op consumenten, maar op overheden en bedrijven. Zij kunnen de AI-modellen van de Duitsers gebruiken om eigen diensten en bots te ontwikkelen. Oprichter en bestuursvoorzitter Jonas Andrulis zet zijn bedrijf nadrukkelijk neer als Europees. ‘Ik vind het belangrijk om Europa te helpen met een bijdrage die verdergaat dan de cookiebanner’, tekende Wired afgelopen zomer op uit zijn mond. Het Amerikaanse techblad ziet Aleph Alpha als ‘het Europese antwoord op OpenAI’.
Andrulis werkte drie jaar bij Apple, maar benadrukt vooral de Europese waarden van zijn bedrijf. Zo worden alle gegevens van gebruikers opgeslagen in Duitsland en komen ze dus niet in de VS of China terecht. Verder hamert hij op de transparantie van zijn AI-modellen, een heikel punt bij politici.
De systemen zijn onder andere getraind met documenten van de Europese Unie. Ook kunnen gebruikers inzicht krijgen in hoe het model tot bepaalde uitspraken komt door op specifieke woorden te klikken. Een bekend probleem bij ChatGPT en Googles Bard is dat ze geregeld overtuigend onzin uitkramen, zonder dat duidelijk is waar dit vandaan komt.
Andrulis’ betoog (‘Wil je niet afhankelijk zijn van Big Tech, dan heb je ons nodig’) slaat in Europa goed aan, ziet Daniël Mügge, hoogleraar politieke arithmetiek aan de afdeling politicologie van de Universiteit van Amsterdam. ‘Politici zijn hier vatbaar voor.’
Begin november zei Andrulis op een fondsenwervingsbijeenkomst in Berlijn, dat politieke leiders niet te strikt moeten zijn met AI-wetten: ‘We hebben ook nog een paar spelers nodig, niet alleen scheidsrechters.’ De Duitse vicekanselier Robert Habeck, die daar ook aanwezig was, noemde Aleph Alpha een ‘ongelooflijk succesverhaal’.
Ook Mügge ziet kansen voor Aleph Alpha, zowel bij bedrijven als bij overheden. ‘Kan Aleph Alpha op alle vlakken op tegen OpenAI of Google? Vermoedelijk niet. Maar bedrijven hebben echt niet altijd het allerbeste taalmodel nodig voor hun bots. Vergelijk het met een auto: een middenklasse-model voldoet vaak ook prima.’
Bij overheden liggen er nog meer kansen, denkt de hoogleraar: ‘Zij kunnen nadrukkelijk kiezen voor AI-diensten die aan Europese waarden voldoen.’ Een dergelijk scenario is verre van ondenkbaar: afgelopen week nog schreef demissionair staatssecretaris voor Digitalisering Alexandra van Huffelen in een brief aan de Tweede Kamer dat ambtenaren geen gebruik mogen maken van ChatGPT of Bard, omdat de overheid geen contracten met Google en OpenAI heeft.
Het huidige succes van Aleph Alpha en Mistral haalt in ieder geval wat wind uit de zeilen van critici die zeggen dat Europa niets kan op techgebied, behalve dan het maken van strenge wetten. Of zoals vicekanselier Habeck zei: ‘Als Europa de beste AI-wetten heeft, maar geen bedrijven, dan zijn we niets opgeschoten.’
In Nederland is er geen AI-bedrijf dat, vergelijkbaar met Aleph Alpha of Mistral, een eigen taalmodel ontwikkelt. Er zijn genoeg start-ups die chatbots maken, maar die zijn allemaal gebaseerd op bestaande, Amerikaanse modellen als LLama van Meta of GPT van OpenAI. Toch lijkt er wel een eigen, Nederlands model te komen: TNO kondigde vorige maand de komst van GPT-NL aan. Dit, samen met twee andere nonprofitpartijen (NFI en SURF) te bouwen, AI-taalmodel moet volgens TNO een ‘veilig alternatief van eigen bodem’ worden. In vergelijking met de Amerikaanse, Chinese, Duitse en Franse voorbeelden gaat het om zeer bescheiden project: het ministerie van Economische Zaken en Klimaat maakt er 13,5 miljoen voor vrij.
Source: Volkskrant