Onlangs vertelde Ronald Giphart op Instagram over een schoolbezoek in het kader van leesbevordering. Hij had als voorwaarde gesteld dat er een roman van hem zou zijn gelezen, maar dat was niet gelukt. Vra-gen waren er evenmin. „Er was slechts één jongen die iets wilde weten. Hij kwam met de briljante existentiële vraag: ‘Wie bent u eigenlijk?’”
Zelf kreeg ik van een docent ooit te horen dat de school het ‘eigenlijk al had opgegeven’ – een blik op de website was het maximaal haalbare geweest. Als ik tijdens zo’n schoolbezoek vraag wie er van lezen houdt, gaan er hooguit een paar aarzelende handen omhoog. Vraag je wie er een hekel aan heeft, dan is het of er zojuist gescoord is in de WK-finale. Ja, ja, puberbreinen, en nee, lezen was nooit cool, maar die bijna agressieve trots geeft te denken. Er zijn veel scholen en docenten die tegen de klippen op strijden tegen de neerwaartse trend, maar de bittere waarheid is dat qua leesvaardigheid héél Nederland achterstandsgebied is geworden. Wat een immens probleem is. Zoals de directeur van het Mathematisch Instituut, Sezgin Cihangir, in NRC betoogde is lezen geen tijdverdrijf voor hoogopgeleiden, maar „voor het brein wat ademen is voor het lichaam: de allereerste voorwaarde voor alles wat daarna komt”. Hoe is het mogelijk dat we toestaan dat onze kinderen stikken?
Inmiddels loopt een derde van de 15-jarigen het risico laaggeletterd school te verlaten, beduidend meer dan in vergelijkbare landen. Dat zou liggen aan de lesmethode. (Zeker.) Aan de mobiele telefoon. (Absoluut.) Aan literatuur die tekortschiet qua representatie. (Lezende tieners lezen veel Engelstalige fantasy, dus inleven in andere wezens lukt aardig.) Aan de schoolsluitingen. (Deels.) Aan migratie. (Onder scholieren met een migratieachtergrond neemt de – weliswaar geringere – leesvaardigheid juist toe.) Aan thuis. (Natuurlijk.) En aan docenten die zelf niet lezen. (Ja. En foei.) Maar zelden hebben we het in deze context over de tragische teloorgang van het linkse verheffingsideaal en het verdacht maken van cultureel kapitaal door een kongsi van rechts-extremisten en neoliberalen.
Ik ben opgegroeid in het buitengebied van het Groningse platteland, middenin het huidige aardbevingsgebied. Mijn middelbare school stond twaalf kilometer verderop in Hoogezand-Sappemeer, een kansarme plek waar je maar beter kon verzwijgen dat je las, zelfs al was het sciencefiction. Onderadvisering was de maat, een vorm van geïnternaliseerde achterstelling. Bij ons thuis liepen schuldeisers de deur plat en soms werden we weken in de steek gelaten. Maar er was wél een gevulde boekenkast, en we wisten dat er ergens een oom moest zijn die voor de krant door Afghanistan en Indonesië trok. We hadden die oom door een familiescheuring in geen eeuwen gezien, maar het simpele feit van zijn bestaan maakte zo’n leven minder abstract. Je kon jezelf aan een keten van woorden uit de prut trekken. Het is anekdotisch bewijs, maar het laat zien hoe belangrijk leescultuur kan zijn, en hoe belangrijk een voorbeeldfiguur, juist wanneer je het niet getroffen hebt.
Verheffen klinkt aanmatigend. Hoezo moet jij mij verheffen? Maar ik zie het vooral als het delen van cultureel kapitaal. Als toegang verschaffen tot mogelijkheden die je kunt omarmen of niet. Helaas is cultureel kapitaal synoniem geworden met een zelfgenoegzame, toondove cultuurelite die vooral zichzelf zou willen feliciteren. Een karikatuur met een kern van waarheid, rondgepompt door wie er maar baat bij heeft.
Die schoolbezoeken drukken me steeds weer met de neus op het feit dat jonge mensen nooit een andere atmosfeer hebben ingeademd dan die van neoliberalisme en anti-intellectualisme. Het meest gegeven antwoord op de vraag wat ze willen worden? Rijk. Hoe? Gewoon, door geld te verdienen. Streef dan nog maar eens naar een geestesleven... Maar dan word ik weer verrast door oprechte interesse, durf en kwetsbaarheid, vaak juist van het soort probleemkind dat ik zelf was.
Het keren van het tij vergt vele oplossingen, waarvan een aantal onder het huidige gesternte ondenkbaar is geworden. Maar laten we vaststellen dit een probleem is voor iedereen, ongeacht politieke kleur. Het gaat niet alleen om lezen, het gaat om perspectief en verbeeldingskracht. Het gaat om de mogelijkheid te leven.
Auke Hulst is schrijver.
Source: NRC