Defensie wil graag meer vrouwen werven, maar alle werving ten spijt blijft het een mannenbolwerk. Jolanda Bosch onderzocht hoe dat komt. ‘De hele organisatie is doortrokken van boodschappen waarin het masculiene superieur is aan het feminiene.’
Bijna tachtig jaar na de toetreding van de eerste vrouwelijke militair is 90 procent van de krijgsmacht nog steeds man. De afgelopen 25 jaar nam het aantal vrouwen slechts met 5 procentpunt toe. En bijna al die vrouwelijke militairen hebben in hun loopbaan wel te maken gehad met uitsluiting, seksisme of seksueel grensoverschrijdend gedrag. Al melden ze dat zelden.
Volgens Jolanda Bosch, onderzoeker en universitair docent militaire ethiek aan de Nederlandse Defensie Academie (waar officieren en alle andere militaire leidinggevenden worden opgeleid), is dit het gevolg van de dominante masculiene cultuur binnen de krijgsmacht. In haar onderzoek, waarop ze afgelopen zomer promoveerde, legt ze een krachtenveld bloot waardoor die masculiene cultuur maar blijft voortbestaan en wordt doorgegeven. Dat gebeurt via tradities, groepsdenken, de taal, maar ook door het belang dat gehecht wordt aan iets als male bonding. ‘De gelederen blijven daardoor min of meer gesloten voor vrouwen.’
Bosch (58), die zelf geen militair is maar als psycholoog dertig jaar geleden toevallig bij de organisatie terechtkwam, heeft zich in haar werk altijd hard gemaakt voor de positie van vrouwen. Ze deed onderzoek, gaf trainingen over gender aan leidinggevenden en was voorzitter van het Defensie Vrouwen Netwerk. En zag hoeveel weerstand er tegen genderbeleid was. ‘De waarden die de krijgsmacht steevast blijft uitdragen, zijn die van de masculiene warrior.’
Terwijl militairen volgens haar ook vaak heel zorgzaam zijn voor elkaar. ‘Ik vloog eens mee met een Orion patrouillevliegtuig van de marine. Ondertussen bereidde een van die mannen voor iedereen boerenkool met worst, een ander maakte koffie. Die zorg voor elkaar hoort ook bij het militair zijn, maar daar heeft nooit iemand het over.’
‘Het officiële antwoord – en dat vinden we ook echt – luidt: Defensie wil een organisatie zijn waar alle Nederlanders kunnen werken. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat als we geen beroep zouden doen op vrouwen, we in de toekomst met enorme personeelstekorten zouden kampen. De marine bijvoorbeeld kan nu al niet uitvaren zonder vrouwen.’
‘Ik denk dat dit komt doordat er vooral aandacht is voor praktische zaken. Het wegnemen van obstakels bij de combinatie van werk en zorg bijvoorbeeld. Er wordt niet gekeken naar wat gender, als onderliggend machtsmechanisme, doet met de organisatie.’
‘Ik heb onderzocht waar die cultuur vandaan komt. De hoop is steeds geweest dat als we maar genoeg vrouwen binnenhalen, het vanzelf goed komt: Add women and stir. Maar de organisatie is niet enkel masculien omdat er veel mannen werken, het gaat ook om de ideeën die er leven en de manier waarop die worden doorgegeven.’
‘Omdat de krijgsmacht veel waarde hecht aan tradities, en daarbij teruggrijpt op een geschiedenis die is vormgegeven door mannen, wordt de mannelijke norm steeds gereproduceerd. Neem de plek waar de Koninklijke Militaire Academie (KMA) is gevestigd: het Kasteel van Breda waar Willem van Oranje ooit woonde. Zo’n kasteel refereert aan de ontstaansgeschiedenis van de krijgsmacht: ridders die hun leenheer moesten beschermen.
‘Het ridderdiscours – de taal, ideeën en beelden waarin je het riddermotief terugvindt – bestaat nog steeds: er worden toernooien georganiseerd; je wordt tot ridder geslagen in de Militaire Willems-Orde; het Maltezer kruis, dat verwijst naar de kruistochten uit de 11de eeuw, is in de bijbehorende medaille verwerkt. Het werkt door in hoe je met je uniform omgaat, salueert, de vlag groet. In de manier waarop je militaire waarden als moed, discipline, eer, kameraadschap, trouw en loyaliteit verinnerlijkt en overdraagt.’
‘Het is een van de voorbeelden van masculien denken waarmee, via tradities, taal en beelden, maar ook door de aandacht voor het getrainde lichaam en male bonding, continue wordt uitgedragen dat de ideale militair iemand is met masculiene kwaliteiten: een warrior met een fysiek gestaald lichaam, die geen emoties toont, die gehard is en bereid om zijn leven te geven voor het vaderland. Die beslist geen mietje is of anderszins feminien.’
‘Natuurlijk, zoals het ook voor een chirurg handig is als die zijn emoties opzij kan zetten voor een operatie. Maar de hele organisatie is doortrokken van boodschappen waarin het ‘masculiene’ superieur is aan het ‘feminiene’. Mannen die tijdens de fysieke training niet optimaal presteren worden dikwijls door hun instructeur weggezet als ‘dames’ of ‘pussies’. Grof taalgebruik en foute grappen zijn statusverhogend. Masculien gedrag leidt aantoonbaar tot promotie. Dat gebeurt grotendeels onbewust.’
‘Precies. Terwijl het ook voor mannen belangrijk is om gevoelens af en toe wel te tonen, en fysieke grenzen wél aan te geven.’
‘Waar mensen in de gewone wereld verschillende levenssferen hebben – werk, sport, uitgaan, familie en vrienden – is Defensie een zogenaamd ‘totaalinstituut’: het leven van de militair speelt zich grotendeels af binnen een kazerne of compound die vaak afgelegen ligt en dus ook fysiek buiten de samenleving staat. Werken, sporten, eten, ontspanning – je doet het allemaal met elkaar. Er is weinig privacy. Je bent steeds met anderen en wordt continu gezien, en daarmee ook gecontroleerd en beoordeeld, door anderen. Daar gaat een heel sterk vormende, maar ook conformerende werking vanuit. En dat begint al in de opleiding waar je als het ware gereset wordt.’
‘Via fysieke trainingen, exercitie, drills, ontgroeningen – die we tegenwoordig geen ontgroening meer mogen noemen maar inwijdingsrituelen – word je gevormd tot militair. Het gaat niet alleen om vaardigheden die een militair moet leren, maar ook om persoonsvorming en groepsvorming. Door marcheren leer je bijvoorbeeld als één lichaam te opereren. Je leert je lichaam in dienst te stellen van het geheel. Als je onder vuur ligt, moet je zonder nadenken kunnen reageren zoals je geleerd is. Je bent van elkaar afhankelijk – of iemand je dekking geeft, of de juiste informatie. Je moet elkaar honderd procent kunnen vertrouwen.
‘Vandaar de training op ‘skills en drills’, die je zo vaak oefent dat je ze zonder nadenken, automatisch, kan doen. Maar daar zit ook een andere kant aan: dat je minder zelf nadenkt. Je conformeert je aan de groep. Hoewel Nederlandse militairen vergeleken met die uit andere landen nog vrij eigenwijs zijn en vragen stellen voor ze een taak uitvoeren.’
‘Veel vrouwen willen one of the guys zijn. Zozeer dat ze soms zelf ook afgeven op vrouwen die volgens hen vaak ‘miepen’ of ‘zeuren’. Voor de krijgsmacht is de groepsvorming ontzettend belangrijk, daar wordt echt op gestuurd. Vaak in de vorm van male bonding, kameraadschap die gesmeed wordt door mannendingen met elkaar te doen: uitgaan, achter de vrouwen aan zitten, mannenhumor. Vroeger gebeurde dat ook wel door samen porno te kijken. Vrouwen zouden die male bonding in de weg staan. Maar internationaal onderzoek laat zien dat je die cohesie ook kunt krijgen in gemengde teams, als het team maar veel activiteiten samen onderneemt. Dat verbroedert net zo, alleen dan niet op basis van genderkenmerken maar door een gedeeld verleden.’
‘Dat is een hardnekkige, die ook in de samenleving wijdverbreid is. Er is interessant experimenteel onderzoek gedaan waarbij mannen en vrouwen in een computerspel zo veel mogelijk bommen moesten gooien. Als de vrouwelijke proefpersonen dachten dat de onderzoekers hun naam wisten, waarmee dus ook hun sekse bekend was, gooiden ze aanzienlijk minder bommen dan de mannen. Maar als ze dachten dat ze anoniem waren, bleken ze juist agressiever en méér bommen te gooien dan de mannelijke proefpersonen.
‘Mannen gedroegen zich in beide situaties hetzelfde en erkenden achteraf hun agressieve gedrag. De vrouwen beweerden dat ze zich minder gewelddadig hadden gedragen dan in werkelijkheid het geval was. Sociale verwachtingen spelen dus een grote rol. Deze vrouwen pasten een vorm van zelfcensuur toe om te kunnen voldoen aan het stereotiepe beeld van ‘vrouwen zijn vreedzaam’.’
‘Als je weet dat sociale verwachtingen het gedrag van vrouwen sterk beïnvloeden, is het misschien een goed idee om mannen en vrouwen apart te laten trainen. Dat is een heikel punt binnen de organisatie, want je gaat in de strijd tegen sekseongelijkheid verschil maken tussen mannen en vrouwen. Maar uit onderzoek weten we dat vrouwen nu vaak de sterkste man als referentiepunt nemen en dan sneller afhaken omdat ze denken: dat haal ik toch nooit. Trainen ze apart, dan nemen ze de eigen sekse als referentie en leidt dat uiteindelijk tot betere fysieke prestaties.’
‘Ze hebben bijna allemaal te maken gehad met seksisme – ze worden op hun vrouw-zijn aangesproken terwijl ze zich op de eerste plaats militair voelen. Mannen proberen ook altijd wel iets op seksueel gebied. Maar ze zijn ambivalent: ze keuren de echte uitwassen af, maar bagatelliseren ook: ach, het hoort er bij.’
‘Wat de krijgsmacht anders maakt, is dat militairen maanden bij elkaar zijn. Je kunt niet zeggen: seks doe je maar in je eigen tijd. Want die eigen tijd brengen ze grotendeels door met collega’s. Het gaat vaak om jongens en meiden van 17 en 18 jaar, bij wie de hormonen door hun lichaam gieren. Natuurlijk ontstaan er liefdesrelaties, en als seksualiteit alom aanwezig is, kun je ook gemakkelijk over grenzen heengaan. Hiermee wil ik seksueel grensoverschrijdend gedrag niet vergoelijken. Bovendien geldt binnen de krijgsmacht een zwijgcultuur: je brengt niet naar buiten wat er mis is binnen jouw eenheid.
‘Wil je seksueel grensoverschrijdend gedrag echt aanpakken, dan moet er meer openheid komen. Ik pleit er daarom voor om in het curriculum van de KMA het onderwerp ‘seksualiteit in de militaire organisatie’ op te nemen. Zodat we met elkaar kunnen bespreken: oké, jongens en meiden, hoe gaan we hiermee om?’
‘We zien nu al dat er meer openheid is op de KMA doordat er meer instroom van jonge meiden is. Door de #Metoo-beweging spreken zij zich makkelijker uit. En dat is nieuw. Ik heb het altijd opvallend gevonden dat, toen de #Metoo-beweging opkwam en vrouwen uit alle sectoren met hun verhalen naar buiten traden, zich geen vrouwelijke militairen meldden.’
‘De krijgsmacht is een gesloten bolwerk: wat in de eenheid gebeurt, blijft in de eenheid. Maar omdat vrouwen ook bijna altijd in een tokenpositie zitten – de enige vrouw zijn in hun eenheid – is er nauwelijks solidariteit tussen hen. Ze delen hun ervaringen niet en distantiëren zich eerder van elkaar dan dat ze het voor elkaar opnemen. Ook hooggeplaatste vrouwelijke militairen spreken zich zelden uit. Je zou denken, je bent ontzettend geëmancipeerd als je op zo’n plek zo’n functie hebt, maar vrouwelijke militairen proberen hun vrouw-zijn zo min mogelijk te benadrukken, laat staan dat ze zich feminist noemen.’
‘Zo diep zit dat conformeren aan de masculiene norm dus, én het verlangen om one of the guys te zijn.’
‘Iets dat zo diep in de cultuur zit en grotendeels onbewust gebeurt, verander je niet met één maatregel. Belangrijk is in ieder geval dat het eenzijdige warrior-beeld wordt doorbroken. En dat gebeurt ook al. In het huidige tv-spotje bijvoorbeeld zie je behalve militairen in gevechtsfuncties ook mensen die elkaar helpen en voor anderen zorgen. Maar het zit hem ook in kleine dingen: zet niet alleen sokken op de algemene paklijst maar óók sport-bh’s en tampons. Maak het normaal dat vrouwen deel uitmaken van de krijgsmacht.
‘Vrouwen willen tijdens oefeningen geen aparte slaapplekken maar gewoon bij de mannen op de slaapzaal, zodat ze, als ze ’s nachts in actie moeten komen, onmiddellijk als team kunnen functioneren. En schaf nu eindelijk het functieroulatiesysteem af. Leidinggevenden zitten daardoor zo kort op een functie dat ze zich snel moeten bewijzen om hogerop te komen. Dan wil je geen problemen, zoals meldingen van grensoverschrijdend gedrag. In 2018 heeft onderzoekscommissie-Giebels al vastgesteld dat het roulatiesysteem leidt tot vriendjespolitiek en het onder het tapijt vegen van dit soort integriteitskwesties. Laat het old boys network niet meer lonen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden