Home

Bonnetjes in envelopjes en een Albert Heijn-tas is geen pakpapier: 25 regels voor het geven en ontvangen van cadeaus

Hoe hoort het en wat spreken we af? In deze onregelmatig verschijnende serie doen verschillende auteurs een voorzet voor nieuwe etiquetteregels op veelal onontgonnen terreinen. Deze keer maakt filosoof Lena Bril alles duidelijk over cadeaus. ‘Een slecht cadeau doet je afvragen of de gever jou überhaupt wel kent.’

December betekent: cadeaus. En cadeaus betekenen voor de meesten van ons: stress. Je hebt de ‘hebben-we-nog-pakpapier-stress’, de ‘zijn-sokken-stom-stress’ en natuurlijk de ‘wat-geef-je-aan-iemand-die-alles-al-heeft-stress’. ‘Commerciële onzin’, mopperen de cadeauklagers nu. Natuurlijk, al die feestdagen zetten aan tot consumptie. Maar die stress, de angst om het verkeerde te kopen, legt bloot dat cadeaus van groot belang zijn in het sociale verkeer. Sterker nog: socioloog Marcel Mauss stelde al in 1925 in zijn klassieke essay over het cadeau dat cadeaus een essentieel onderdeel zijn van een functionerende samenleving. Met cadeaus bouwen we sociale verbindingen op, smeden we allianties en versterken we de relaties binnen een gemeenschap.

Maar hoe doen we dat op een correcte manier, cadeaus geven en ontvangen in deze toch wel complexe tijd? Een tijdsgewricht waarin we cadeaus regelen met tikkies, waarin legio nieuwe rituelen (hallo genderrevealparty) om almaar méér cadeaus vragen en de inhoud van onze portemonnee steeds meer van elkaar verschilt. En, bovenal, wat zijn de cadeau-etiquetteregels in een tijd waarin je de aarde niet wilt belasten met nog meer overbodige rommel?

Voor cadeaus met feestdagen zoals Kerst geldt: communiceer over het budget. Jij hebt misschien een hypotheek met een lage rente, andere familieleden of vrienden zijn waarschijnlijk meer dan de helft van hun (freelance) inkomen kwijt aan hun appartement of kinderopvang. Open het budgetgesprek met een vraag (‘hoeveel zullen we dit jaar uitgeven aan Kerst?’) en niet met een suggestie (‘cadeautjes weer 50 euro?’). Zo krijgt iedereen de ruimte om eerlijk te reageren, zonder al te veel gêne over de lege betaalrekening.

Wellicht ten overvloede: houd je in om alsnog duurdere cadeaus te kopen. Alle goede bedoelingen ten spijt (je wilt iedereen zo graag verwennen!), door de afspraak te schenden breng je anderen in verlegenheid, of erger, wijs je hen onbewust op hun (financiële) tekortkomingen.

Geen budget besproken betekent dat je aangewezen bent op je eigen cadeaukompas. Hoeveel geld geef je dan uit? Volgens wijlen Beatrijs Ritsema is dat ‘geen wet van Meden en Perzen’. De essentie van een cadeau draait immers niet om het geld, maar om het gebaar. Een zelfgemaakte, mondgeblazen waxinelichthouder is een waardevoller cadeau dan een dure Aesop-geurkaars.

Tegelijkertijd doet geld er wél toe. Om in de pas te lopen met je sociale omgeving is het wenselijk je te conformeren aan de norm. Een buitensporig duur cadeau geeft de ontvanger namelijk een schuldgevoel (‘kom ik aanzetten met een citrusrasp’) en zadelt die op met de onuitgesproken verwachting de schuld terug te betalen (‘mentale notitie: volgend jaar geld apart zetten voor een gróót cadeau’). Om dit soort ongemakkelijke situaties te voorkomen, biedt de etiquette houvast. Ritsema stelde dat het normaal is om zo’n 15 euro uit te geven aan een cadeau. Met de huidige inflatie kunnen we daar beter 20 euro van maken. En als het gaat om bijzondere gelegenheden – een jubileum, 40ste verjaardag – dan is 50 euro een mooie richtlijn.

Weinig zo ongemakkelijk als een vriend of familielid op een verjaardagsfeest het gevreesde ‘envelopje’ overhandigen. De ontvanger opent de Hallmarkkaart, de gever slaat de ogen neer. Snel beoordeelt de ontvanger de inhoud (of erger: het tientje valt uit de kaart) terwijl de gever vervalt in existentiële twijfel over het geschonken bedrag. Om die reden schrijft de etiquette al eeuwen voor om elkaar geen geld cadeau te doen.

‘Contant geld hoort bij de markt’, schreef Ritsema, ‘en is geen middel om genegenheid uit te wisselen.’ ‘Het envelopje mag dan oprukken in het sociale verkeer,’ aldus de etiquette-expert, ‘maar het blijft een moeizaam en uitgesproken onelegant gebaar.’ Toch is het envelopje (of het ‘open tikkie’) niet meer te stoppen. En gelukkig maar. Want het envelopje biedt een antwoord op nog meer geurstokjes, ‘gezellige schaaltjes’ en andere goedbedoelde curiosa waar niemand, in het bijzonder onze uitgeputte en vervuilde planeet, op zit te wachten. Misschien voelt het nu nog wat ongemakkelijk, geld als cadeau, maar je kunt een paar dingen doen om deze sociale interactie minder stroef te laten verlopen:

A. Geef alleen geld als daar nadrukkelijk om is gevraagd.

B. Hanteer de 20-of-50-euro-regel.

C. Pak uit met de presentatie. Plak stickers op dat envelopje, naai briefgeld op een mooie theedoek of maak een gifje voor bij je tikkie.

D. Schrijf een persoonlijke boodschap.

Wél geaccepteerd volgens de traditionele etiquette: geld als verjaardagscadeau voor de kleinkinderen. Meestal verloopt deze transactie niet via een envelopje, maar met een (misschien zelfs terugkerende) storting op de betaalrekening. Voor grootouders is het immers moeilijk bij te houden wat er speelt onder de jeugd en daar een passend presentje bij te vinden.

Maar wie elk jaar 100 euro van opa of oma op de bankrekening krijgt bijgeschreven, gaat de gift algauw als een gegeven beschouwen. Onbewust gaat het kleinkind rekening houden met het jaarlijkse bedrag, alsof het een inkomen is – voor je het weet wordt er een inflatiecorrectie verwacht. Voorkom dat de gift een routine wordt, vraag om de zoveel verjaardagen om een verlanglijstje en geef dan een tastbaar cadeau.

Cadeaus bestellen, pakketjes van DHL traceren en ophalen bij obscure sigarettenzaken, op zaterdag een bomvolle winkelstraat trotseren, zorgen dat er inpakpapier in huis is – wie de cadeaus regelt, heeft voortdurend een Excel-sheet in het hoofd. Om nog maar te zwijgen van de zeer intensieve hersenfunctionaliteit die het bedenken van een goed cadeau vereist: empathie. Het is, kortom, werk. Werk, dat, zoals de meeste zorgtaken, vooral door vrouwen wordt opgeknapt.

Uit onderzoek van PWC blijkt dat binnen meerpersoonshuishoudens driekwart van de vrouwen (78 procent) zegt verantwoordelijk te zijn voor het regelen van cadeaus, tegenover slechts 24 procent van de mannen. Helemaal frappant: de mannen lijken blind voor hun gebrek aan cadeau-inzet. Circa 50 procent van de mannen denkt evenveel met cadeaus bezig te zijn als hun vrouw, terwijl maar zo’n 20 procent van de vrouwen deze gebalanceerde taakverdeling voor zich ziet. Doorbreek het traditionele rolpatroon en maak de man Chef Cadeaus.

Hét geheim van een goed cadeau: verplaats je in de ontvanger. Klinkt simpel, maar onderzoek na onderzoek laat zien dat mensen bijzonder slecht zijn in cadeaus uitzoeken. In een beroemd artikel uit 1993 met de titel The Deadweight Loss of Christmas berekende econoom Joel Waldfogel de kosten van slechte cadeaus – hoeveel de gever afrekende voor het geschenk minus wat de ontvanger het presentje waard achtte. Zijn inschatting: jaarlijks verspillen Amerikanen tussen de 4 en 13 miljard dollar aan ongewenste pakjes.

Bij het inleven in de ander gaat namelijk van alles mis. Zo denkt de cadeaugever hoofdzakelijk aan de korte termijn, en kiest daarom een cadeau uit op basis van het grootste wauw-effect. Terwijl de ontvanger de lange termijn in acht neemt en liever cadeaus krijgt die ook in de toekomst van waarde zijn. Bovendien gebruiken gevers cadeaus onbewust om hun eigen identiteit te bestendigen (kijk hoe creatief ik ben) en om hun status te etaleren (ik kan een Dyson Airwrap betalen).

Voorkom verspilling en teleurstelling en train jezelf in de kunst van wat in de psychologie ‘mentaliseren’ wordt genoemd. Parkeer je eigen gevoelens en behoeften en probeer je voor te stellen wat er speelt in andermans binnenwereld. Dat is moeilijk en zal hoogstwaarschijnlijk geen perfect cadeau opleveren, maar de ontvanger zal je poging zien en waarderen.

Veiliger dan aannamen maken over andermans verlangens, is communicatie. Vráág wat iemand wil. Dat kun je direct doen na de uitnodiging voor Kerst of een verjaardagsfeest. Leuker is het om op een ander moment in het jaar een gesprek aan te knopen met je dierbaren over wat zij nu écht leuk vinden om te krijgen. Vraag naar de memorabelste cadeaus – de ontroerende en de waardeloze. Win-win: je leert je vrienden beter kennen en jij weet in welke hoek je het volgende cadeau moet zoeken.

Een slecht cadeau doet je afvragen of de gever jou überhaupt wel kent. Die relationele frictie wil je te allen tijde voorkomen, dus houd rekening met de basis: de normen en waarden van een ander. Je nicht die regelmatig de A12 blokkeert, geef je geen ijsmaker van AliExpress, en voor je islamitische oom koop je geen bierbrouwpakket. Pas hier zeker op met cadeaus voor kinderen: je wilt niet de genderneutrale of suikervrije opvoeding van de ouders doorkruisen.

Een vriendin kreeg ooit van haar schoonmoeder een kopie van haar favoriete winterjas, maar dan ‘met een feminien silhouet’. Niemand wil de schoonmoeder zijn die haar achterhaalde ideeën over vrouwelijkheid opdringt. Die vlieger gaat ook op voor progressieve waarden. Ja, de aarde staat in brand, maar een feestje is niet de gelegenheid om je barbecueënde oom het nieuwe boek van Greta Thunberg cadeau te doen.

Het is een kerstcliché: de vader die wéér met sokken voor het hele gezin komt aanzetten. De sok staat niet voor niets in de top vier van meest teleurstellende cadeaus. Geheel ten onrechte: een goed paar sokken is een fenomenaal cadeau. Mits het basisprincipe van een goed cadeau – verplaats je in de ontvanger – wordt nageleefd. Ga voor Texelse wollen sokken voor je nichtje met Birkenstocks, bamboe exemplaren voor de milieubewuste vader en Engelse kousen voor je dandyvriendin.

Nog zo’n cadeau dat door kerstfilms een slecht imago heeft gekregen: het zelfgemaakte cadeau. Met name de zelfgebreide trui heeft het sinds films als Bridget Jones zwaar. Terwijl cadeaus van eigen hand juist alle ingrediënten in zich hebben om tot het niveau van een-cadeau-om-nooit-te-vergeten te stijgen. Een zelfgemaakt cadeau is vaak duurzaam, budgetvriendelijk en toont de investering (uren tutorials kijken over glasblazen, een ontwerp bedenken, eindeloos blazen, brandwonden) van de gever. Maar, de grote maar, verlies het basisprincipe niet uit het oog. Gebruik je vrienden of familie niet als opslag voor jouw (mislukte) hobbyprojecten en probeer contact te houden met de realiteit: maak je iemand écht blij met je keramiekkunsten?

Iets uit de cadeaulade valt in de categorie ‘geld’ of ‘bioscoopbon’ – handig, maar onpersoonlijk. Zo’n pakje uit de ladekast verraadt ook snel zijn herkomst: de willekeurigheid van het product, de stoflaag op de verpakking. Dit probleem los je makkelijk op:

A. Bewaak de cadeaukwaliteit in de lade. Geen gratis samples, producten met bedrijfslogo’s of spullen die je liever zou weggooien. Wel: neutrale cadeaus waarvoor mensen altijd plek in huis hebben (eventueel: in hun eigen cadeaulade). Jet van Nieuwkerk, kookboekenschrijver en zelfbenoemd cadeau-expert, adviseert: natuurlijke handzeep, goede opscheplepels, ijscoupes of servetten.

B. Check de houdbaarheid van de cadeaus. Zijn de Bijenkorfbonnen nog geldig, de non-fictieboeken nog enigszins actueel en speelt er nog íémand met een fidgetspinner?

Met een boek kun je de plank makkelijk misslaan. Je hebt de intellectuelen, die boeken geven om hun eigen culturele kapitaal te etaleren (‘Zijn en tijd? Interessant’). Je hebt de signature-gevers, mensen die iedereen hun lievelingsboek cadeau geven (‘Heeft papa die niet ook in de kast?’). En de paniekkopers, de treinreizigers die bij de Bruna de Grote Bestseller kopen (‘Nóg een exemplaar van ’t Hooge Nest’).

Maar wie het basisprincipe in acht neemt (houdt iemand van lezen, bijvoorbeeld), kan met het juiste boek iemands leven veranderen. Geen ander cadeau van 20 euro is in staat om liefdesverdriet te verzachten, eenzaamheid te verlichten of een identiteitscrisis in goede banen te leiden. Maar pas op met zelfhulp: je wil iemand geen huiswerk (of verkapt ongevraagd advies) cadeau doen.

Een uitje als cadeau heeft bijna alleen maar voordelen. Geen rommel in huis, de herinnering is voor altijd en in veel gevallen is het ook nog eens qualitytime met de gever. Mits het uitje daadwerkelijk plaatsvindt. De meeste beloofde etentjes, saunadagen en lascursussen belanden op het kerkhof van gesneuvelde verwachtingen.

Hierbij een oproep aan al die vergeetachtige gevers: neem je verantwoordelijkheid. Prik direct een datum voor de onderneming, zorg voor een nieuwe afspraak als griep roet in het eten gooit en regel het vervoer. En denk ook na over bijkomende kosten. Als je een vriendin twee nachten Parijs cadeau doet, besef dan dat het vervoer ook moet worden betaald (om nog maar te zwijgen van de citron pressé van 12 euro bij Café de Flore). Liever geef je een complete ervaring cadeau, waar geen extra verplichtingen voor de gever bij komen kijken.

Cadeaus zijn als complimenten: alles valt of staat met de delivery. Een ongemeend of kwakkelend compliment schiet zijn doel voorbij en maakt de ander onzeker. Hetzelfde geldt voor cadeaus. Val dus nóóit je eigen cadeau af (‘het stelt niets voor...’) en slik disclaimers in (‘als je het niets vindt... ze hebben ook andere kleuren’). Bespaar de ontvanger dit ongemak. Recht je rug, lach je tanden bloot en geef het cadeau met zelfvertrouwen.

Wees ook weer niet té enthousiast over je eigen cadeaukeuze – het is niet de bedoeling dat de ontvanger het idee krijgt dat je dat massagepistool eigenlijk voor jezelf hebt gekocht. Dus geen: ‘En dan kan ik het van je lenen!’ Probeer je puppy-opwinding bij het uitpakken ook een beetje in bedwang te houden, adviseert etiquette-expert Anne-Marie van Leggelo. ‘Wacht geduldig, je wilt het verrassingselement niet verpesten met ‘subtiele’ hints.’

In Japan is de verpakking belangrijker dan het cadeau zelf. Met een onverzorgd pakje – rommelige vouwen, zichtbaar plakband (gebruik altijd dubbelzijdige tape) of wit materiaal (de kleur van de dood!) – sla je in Japan een behoorlijke flater. Ook in Nederland doet de verpakking ertoe, aldus Van Leggelo. ‘Een niet-ingepakt cadeautje ís geen cadeautje. Het uitpakken is minstens zo belangrijk als de aankoop zelf. Dus doe een beetje je best.’ Nu hoef je heus geen cadeautas vol te proppen met lavendelblaadjes en zuurstokken. Maar een Albert Heijn-tas of aluminiumfolie gelden níét als pakpapier.

We zijn liever te gul dan te gierig, ontdekten Amerikaanse psychologen. De onderzoekers zagen dat mensen liever kozen om te véél aan een ander te geven (ook aan een vreemde) dan te weinig. Zelfs als we niet zeker weten of we iemand ooit opnieuw zullen zien, zijn we liever vrijgevig dan zuinig. De verklaring: de mens is een door en door sociaal wezen en heeft z’n evolutionaire succes te danken aan samenwerking. Zo bezien gaat het dus tegen onze natuur in om bij een verjaardag of jubileum géén presentjes mee te zeulen. Als de uitnodiging echter vraagt om ‘geen cadeaus’, dan heb je te maken met punt 8. In dat geval zit er niets anders op dan je vrijgevige instinct te onderdrukken en jezelf ervan te weerhouden tóch een kleinigheid mee te brengen.

Het overhandigen van bonnetjes levert, net als envelopjes, veel ongemak op. Het bonnetje onthult dat het cadeau, alle gedachten en inpakkunsten ten spijt, ook een transactie is. Dit sociale ongemak kent uitsluitend verliezers. De ontvanger durft – uit angst de gever te kwetsen – niet te vragen of het cadeau kan worden geruild. En de gever schiet zo ook zijn doel voorbij: de ander blij maken met een waardevol cadeau. Nu is er een uitweg uit deze etiquette-patstelling. Stop het bonnetje in een gesloten envelopje en overhandig die met het cadeau. Zo kan de ander op een later moment, zonder iemand te generen, ervoor kiezen om het product te ruilen.

Je hebt de PostNL-bezorger gemist, de winkels zijn al dicht en nu arriveer je cadeauloos op het feestje. Niet alleen kom je onattent over, je verstoort ook het ontvangstritueel. Na de drie zoenen of de verplichte omhelzing valt het stil, jouw lege handen nutteloos tussen jullie in. Een golf van schaamte overspoelt je.

Nu heb je twee opties. De eerste is het boetekleed. Je overstelpt de ander met verontschuldigingen, verklaringen en ‘ik ben ook zo’n warhoofd’ en zadelt zo de ander met jouw onprettige gevoelens op. Maar onthoud: een cadeau, ook een afwezig cadeau, draait niet om jou, maar om de ontvanger (zie punt 6). Kies daarom voor een tweede optie. Zeg: ‘Wat geweldig dat je me hebt uitgenodigd!’ Eventueel kun je toevoegen: ‘Het cadeau komt later’ – maar alleen als je in staat bent die belofte in te lossen (jij, ja, punt 14).

De een vindt het een verschrikking, voor de ander is het een uitkomst: de zeer gedetailleerde verlanglijst, webshop-URL's incluis. In principe is er niets mis met een uitgebreid wensenoverzicht, vond Beatrijs Ritsema. Mits je die lijst op verzoek van de gevers deelt. Ongevraagd een Excelsheet met productlinkjes erin rondmailen, kun je dus beter laten. Houd ook rekening met wie je de lijst deelt. Van een studievriend die je eens per jaar ziet, kun je geen Airfryer of Ugg-sloffen verwachten. Bespaar de gever keuzestress (dat is namelijk het doel van een verlanglijst) en overstelp de ander niet met onvervulde verlangens. Tien suggesties is meer dan genoeg.

Een cadeau weigeren geldt als een grove afwijzing van de relatie. Maar ook hoe je een cadeau in ontvangst neemt, is van belang. Het ritueel vraagt om wat socioloog David Ekerdt ‘de daad van het aannemen’ noemt. Zonder de gepaste dankjewel-dans blijft het gebaar hangen in de lucht, als een onbeantwoorde handdruk. Ja, óók als je het cadeau in je hoofd al in de kliko gooit, hoor je deze dans te doen.

Maar hoe die dankjewel-choreografie eruit behoort te zien, verschilt per situatie. Van Leggelo: ‘Als een verre kennis de plank misslaat met een cadeau, dan slik je de waarheid in.’ Je verbergt de walging op je gezicht en slikt een ‘ooo, apart!’ in. Als je het echt niet kunt opbrengen om te bedanken voor het cadeau, kun je volgens Van Leggelo het beste vriendelijk glimlachen en zeggen: ‘Bedankt dat je aan mij hebt gedacht!’ Heb je een intieme relatie met de gever, wees dan wel eerlijk. ‘Tegen een familielid kun je best zeggen: wat heb jij nou voor gekke trui gekocht?’ Is het cadeau persoonlijker, bijvoorbeeld een sieraad of parfum, vertel de gever dan op een later moment dat het niet helemaal jouw smaak is.

Mocht de gever niet aanbieden dat je een cadeau kunt ruilen (of zich niet houden aan punt 19), mag je dan vragen om het bonnetje? Dat is afhankelijk van de situatie, aldus Van Leggelo. Een goede vriend kun je makkelijker vragen of ruilen mogelijk is dan een zakenrelatie of schoonmoeder. Ook het product doet ertoe: van een fles olijfolie vraag je niet het bonnetje, voor een tas of handschoenen is dat gebruikelijker. Om de gever een publiekelijke afgang te besparen, kun je beter een dag later terugkomen op het niet zo geslaagde cadeau. Stuur bijvoorbeeld een appje met: ‘Zo leuk dat je er was! En bedankt voor je cadeau! Lief dat je aan me hebt gedacht. Ik wil het misschien ruilen, heb je het bonnetje nog?’

Je wil geen mentaal scorebord bijhouden, maar het gaat toch opvallen als die ene vriendin jaar in, jaar uit met lege handen en grote beloften komt aanzetten. Na het zoveelste fictieve uitje of fantoompakje kan de neiging groot zijn om eens te informeren waar al die cadeautjes blijven. Doe het niet. Zoals Ritsema herhaaldelijk schreef: relaties zijn belangrijker dan materiële zaken. Maar als je frustratie onhoudbare proporties aanneemt, wordt het tijd om te onderzoeken of het gebrek aan cadeaus wellicht symbool staat voor een groter probleem in jullie verhouding.

Mocht je na de feestdagen thuis omringd zijn door ongewenste cadeaus (die paddestoelenlamp past niet in je lichtplan), dan ben je volgens Ritsema vrij om ermee te doen wat je wilt. Schuif het onder je bed, verkoop het op Marktplaats of gooi het weg – jij bepaalt. Duurzamer dan weggooien en gezelliger dan doorverkopen is het doorgeven van cadeaus. Stof de lamp wel even af voordat je ’m als verjaardagscadeau aan je nichtje geeft. En let op aan wie je het cadeau doorgeeft: bijzonder ongemakkelijk als de paddestoelenlamp in het bijzijn van de originele gever door andere handen wordt uitgepakt.

Lena Bril (1992) studeerde filosofie en specialiseerde zich in ethiek. Sindsdien werkt ze als communicatiestrateeg en journalist. Voor dit artikel maakte ze gebruik van de Nederlandstalige etiquetteboeken Hoe hoort het eigenlijk? (1938) van Amy Groskamp-ten Have en Moderne etiquette (2020) van Beatrijs Ritsema. Ze sprak met zelfbenoemd cadeau-expert Jet van Nieuwkerk en etiquette-expert Anne-Marie van Leggelo. Ze luisterde naar de podcastaflevering The Secret to Gift Giving van Hidden Brain en las verschillende onderzoeken en artikelen: van PWC, The New York Times, The Atlantic (over regifting en over de psychologie achter het geven van een cadeau), Sometimes It’s Okay to Give a Blender van Elanor Williams en Emily Rosenzweig (2017) en The Deadweight Loss of Christmas van Joel Waldfogel (1993).

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next