Iedere succesvolle kabinetsformatie vindt zijn oorsprong in een moment waarop de beoogde coalitiepartners elkaar ineens vinden. Een moment waarop het vooruitzicht om samen iets te kunnen bereiken, zwaarder gaat wegen dan het onderlinge wantrouwen. Het leek erop dat we daar deze week getuige van waren, in de vergaderzaal van de Tweede Kamer.
Het begon op dinsdag, toen PVV, NSC, VVD en BBB plotseling samen een motie steunden om een Nederlandse uitzonderingspositie in het Europese migratiebeleid te bedingen in Brussel. Geert Wilders sprak glunderend van een ‘historisch moment’.
Over de auteurs
Natalie Righton is politiek verslaggever van de Volkskrant. Zij schrijft sinds 2013 over de Nederlandse politiek. Daarvoor was zij correspondent in Afghanistan. Righton won meerdere journalistieke prijzen. Avinash Bhikhie is ook politiek verslaggever voor de Volkskrant. Hij schrijft sinds 2014 over de nationale politiek.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
Op woensdag viel in het debat over de kabinetsformatie op hoe de vier partijleiders elkaar niet interrumpeerden, maar eerder juist te hulp schoten. ‘Er is er maar één in deze Kamer die veroordeeld is vanwege rassendiscriminatie. Dat was de heer Rutte, en niet de heer Wilders’, zei Omtzigt na harde kritiek van Denk-leider Stephan van Baarle op de PVV-leider.
Later die avond zetten de vier hun flirt voort door samen alsnog hun steun uit te spreken voor een corona-onderzoekscommissie, die tijdens het vorige kabinet juist een zachte dood leek te sterven. Op donderdag sloegen de vier partijen de handen ineen om duidelijk te maken dat er ‘een pas op de plaats’ moet worden gemaakt met de Spreidingswet, zodat gemeenten straks niet gedwongen kunnen worden om asielzoekers op te vangen.
Het signaal is glashelder: voortaan waait er een andere wind op het Binnenhof. De vier zijn nu aan zet. Ruim drie weken na de politieke aardverschuiving voelen PVV, VVD, NSC en BBB zelfs voldoende onderling vertrouwen om de volgende stap in de kabinetsformatie te zetten. Ze gaan onderhandelen over samenwerking.
Over de vorm daarvan zal nog lang gepraat moeten worden – lang niet alle onderlinge bezwaren zijn al weg – maar toch valt op dat de bedenkingen tegen Wilders’ PVV inmiddels wat zijn verbleekt. Zo maakte Yesilgöz woensdag duidelijk dat Wilders wat haar betreft niet terug hoeft te kijken naar ‘oude tweets en dan moet zeggen: hier vind ik dit van en hier zeg ik sorry voor’.
Dat is een breuk met de lijn van haar voorganger Mark Rutte, die juist wel wilde dat Wilders bepaalde uitspraken uit het verleden terugnam. Voor Yesilgöz telt alleen ‘hoe je er nú in zit’. Ook Omtzigt wilde deze week niet alvast ‘een lijstje’ maken van zaken waarvoor Wilders openlijk sorry zou moeten zeggen.
Het is tekenend voor de houding van VVD en NSC. Hun bezwaren tegen de PVV staan heus deels nog overeind, maar krijgen toch even minder nadruk dan hun weerzin tegen – opnieuw – een coalitie met partijen uit het midden of uit de progressief-linkse hoek, en alle moeizame compromissen die daar in de afgelopen jaren vaak uit voortkwamen.
Het leidde deze week tot verbouwereerde reacties bij de partijleiders Timmermans (GL-PvdA), Jetten (D66) en Bontenbal (CDA). Zij waarschuwden de formerende partijen voor de impact die een radicaal-rechtse partij kan hebben op het landsbestuur. ‘De verzwakking van de democratie gaat meestal stapsgewijs, door stapje voor stapje de instituties uit te hollen die de democratische rechtsstaat overeind houden’, zei Bontenbal. ‘Dan denk ik aan uitspraken waarin rechters laf worden genoemd, het parlement nep en journalisten lakeien van de macht.’
Hypocriet, vonden Omtzigt en Yesilgöz dat. Het samenwerken met de PVV is niemand in de Kamer vreemd, verweten ze hun politieke rivalen. ‘Als links de bankenbelasting wil verhogen, dan bellen jullie Wilders voor steun’, zei Yesilgöz fel. ‘Vervolgens zeg ik: ‘Ik ga kijken of ik een centrumrechtse koers waar kan maken’, en dan ben ik degene die niet deugt. Houd op met die hypocrisie.’
Omtzigt bracht in herinnering dat D66 en CDA zelf deel uitmaakten van kabinetten die de grondrechten van burgers schonden, zoals tijdens de toeslagenaffaire. Ook wees hij GroenLinks en PvdA erop dat ze zich wel zorgen kunnen maken dat Wilders onderscheid maakt tussen Nederlanders en mensen met meerdere nationaliteiten, maar dat de PvdA zelf heeft meegewerkt aan een wet waardoor de Nederlandse nationaliteit mag worden afgepakt van personen die zijn veroordeeld voor terroristische misdrijven (mits ze een tweede nationaliteit hebben). ‘Dat wetsvoorstel is ingediend door een regering waar de heer Timmermans lid van was’, aldus Omtzigt.
Was dat een voorschot op de gesprekken die de partijen komende week met informateur Plasterk gaan voeren, over het respect voor de rechtstaat dat een toekomstig kabinet moet hebben? Omtzigt heeft wederom herhaald dat zijn partij onder geen beding zal meewerken aan voorstellen die indruisen tegen de Grondwet. ‘Maar natuurlijk kun je de Grondwet wel veranderen. Daarover kun je discussiëren.’
Wel benadrukte hij: ‘Zolang je de Grondwet niet veranderd hebt, houd je je aan de Grondwet zoals die er staat.’ Een zinsnede die begin februari zomaar terug zou kunnen komen in een toekomstig regeerakkoord van het nieuwe rechtse blok.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden