Wekelijks duikt Volkskrant-redacteur Olaf Tempelman in een internationaal fenomeen. Deze week: je kunt niet tegelijk voor én tegen complotten en voor én tegen de rechtsstaat zijn, leert de casus van de in 2023 gekozen en weer afgezette Amerikaanse Huisvoorzitter Kevin McCarthy.
Time heeft singer-songwriter Taylor Swift uitgeroepen tot Persoon van het Jaar 2023, in deze rubriek viel de keuze op Kevin McCarthy.
Op 7 januari werd hij na een record van vijftien o zo moeizame stemrondes gekozen tot voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Op 3 oktober werd hij afgezet, als eerste Huisvoorzitter in de geschiedenis. De afgelopen twee maanden liep hij in Washington rond als de verpersoonlijking van een echec. Vorige week kondigde hij aan zichzelf uit zijn politiek lijden te verlossen en terug te gaan naar Californië, waar hij in de tijd van Ronald Reagan een veelbelovende Republikeinse jeugdleider was.
Of hij ooit weer in Washington terugkeert, valt te bezien. Waar hij zeker terugkeert, is in studies over de omgang van ‘gewone’ of ‘ouderwetse’ politici met de stroming die wordt aangeduid als populistisch rechts of hard-rechts. Politici in flink wat westerse landen die voor het dilemma staan partijen uit deze stroming tegemoet te komen, kunnen met de belevenissen van Kevin McCarthy hun voordeel doen. Alles deed hij om het trumpisten in de Republikeinse Partij naar de zin te maken; zelfs na de bestorming van het Capitool bleef hij Trump likken. Maar toen hij zijn eigen politieke vingers natelde, bleek hij er geen meer over te hebben.
Een paar telefoontjes van Trump aan Afgevaardigden in het Huis die vonden dat McCarthy zelfs geen minimale compromissen had mogen sluiten met de Democraten – ook niet in het landsbelang – waren vermoedelijk genoeg geweest om zijn politieke leven te redden. Trump had hem dan een mooie wederdienst bewezen. McCarthy zorgde als Republikeins leider in het Huis tot twee keer toe dat zijn fractie afzetting van Trump tegenhield. Helaas, wie een vorm van politieke loyaliteit betracht ten opzichte van een deloyaal politicus, kan stank voor dank krijgen. Trump gaat weer aan kop in peilingen, McCarthy is afgezet.
Wat hem funest werd, kun je betogen, is dat je niet tegelijk beschaafd én onbeschaafd, rechtsstatelijk én onrechtsstatelijk kunt zijn. Probeer je tegelijk consensus na te streven én te saboteren, complotten uit te venten én te bestrijden, feiten te ontkennen én te benadrukken, dan eindig je ermee dat je geen van beide doet – dat je zowel wordt gewantrouwd door degenen die het bestel verdedigen als degenen die er de voeten mee aanvegen.
Mensen die zeggen dat je geen medelijden hoeft te hebben met Kevin McCarthy stellen dat hij in 2016 zonder scrupules op de wagen van Trump sprong. McCarthy was niet van ultraconservatieve of evangelische huize. Hij was een carrièrepoliticus in een partij waarin de grenzen van wat geoorloofd was in de strijd tegen Democraten decennia gestaag waren opgerekt, en hij was overtuigd dat de partij Trump zou kunnen gebruiken. Toen het omgekeerde gebeurde, bleef hij niet alleen met Trump meebuigen, hij bleef steeds doen alsof er niets aan de hand was.
McCarthy presteerde het om een extremistische complotvrouw als Marjorie Taylor Greene in zijn fractie welkom te heten en daarna iedereen gerust te stellen dat er voor complotten geen plek is in de Republikeinse Partij. Hij leek even te schrikken van de gebeurtenissen van 6 januari 2021, maar een paar dagen later zat hij alweer bij Trump. Om tot voorzitter van het Huis te kunnen worden gekozen, deed hij vergaande beloften aan het radicale deel van zijn fractie. Om de VS te behoeden voor een ‘shutdown’ van de overheid, sloot hij in september minimale compromissen met de Democraten.
Dat bleek niet samen te kunnen gaan. Tegen CBS News vertelde McCarthy zondag dat hij weliswaar weggaat uit Washington, maar de strijd voor zijn politieke geloofsbrieven voortzet. Welke dat zijn, is een interessante vraag.
Source: Volkskrant