Janine Jansen (45) zit op een bank in TivoliVredenburg, in een kleedkamer die uitkijkt over Utrecht. Ze is net terug van een serie concerten met het Rotterdams Philharmonisch Orkest, waar ze soleerde in het Vioolconcert van Jean Sibelius, een van haar lijfstukken. Voor ze naar Londen vertrekt voor een optreden in de Wigmore Hall, het mekka van de kamermuziek, heeft ze even tijd voor een paar interviews.
Twintig minuten per gesprek, dat is kort. Maar wie een blik werpt op haar internationale tourschema en haar agenda als docent, kan alleen begripvol zijn. De aanleiding is de 20ste verjaardag van haar Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht (IKFU), dat op 27 december begint, waarvan ze weer officieel artistiek leider is. In 2017 droeg Jansen het festival over aan cellist Harriet Krijgh, die er al na twee edities mee ophield.
Met wisselende gastprogrammeurs werken, was vervolgens de bedoeling. Maar een ander gezicht vertrouwd maken (Amihai Grosz: als soloaltist bij de Berliner Philharmoniker ook niet de minste) bleek nog niet zo makkelijk. Voor het publiek bleef het IKFU het festival van Janine Jansen.
Dat is niet zo gek. Geen klassiek instrumentalist uit Nederland (André Rieu buiten beschouwing gelaten) komt in de buurt van haar faam. Geen andere Nederlandse violist heeft een carrière gehad die qua prestige die van Jansen evenaart. Al twee decennia soleert ze bij de beroemdste orkesten ter wereld. En op haar 20-jarige festival presenteert ze nu talenten die ze zelf les heeft gegeven – violisten die zijn geboren toen Jansen al was doorgebroken.
‘O God, wat moet ik zeggen? Het klinkt zo...’ Ze slaat met haar armen in de lucht. ‘Ik ben heel dankbaar dat het zo gaat, dat ik concerten mag blijven spelen, dat mensen willen komen luisteren, dat de passie voor de muziek die ik speel alleen maar groter wordt. Ik laat minder snel los, ik wil verder komen met die stukken. Maar ik ben er niet bewust mee bezig hoe uitzonderlijk mijn carrière is. Ik weet niet anders, dit is mijn léven, ik kan het me niet anders meer voorstellen.’
‘Het zijn er nu tachtig per jaar. Ik wilde toen ontdekken hoe het was om les te geven, maar ik heb ook gemerkt dat ik gewoon heel graag speel.’
‘Ja, de Kronberg Academy (een kleinschalige privéschool in Hessen voor toptalent, red.). Dat werd heel groot aangekondigd, maar ik heb maar één leerling daar. Het is een heel fijne plek met mooie faciliteiten en een fantastische zaal. In Sion (waar Jansen woont, red.) heb ik echt mijn eigen vioolklas, nu voor het vijfde jaar, met zes leerlingen. Ik voelde het afgelopen jaar hoe vol dat al is, daar moet misschien iets aan gebeuren. Ik wil er wel echt voor iedereen zijn.’
‘Pauline komt uit België en is mijn student in Sion. Hana is Amerikaans en studeert nu aan de Kronberg Academy bij Christian Tetzlaff, en haar zie ik nog af en toe. Ze zijn nog heel jong, maar heel begaafde violisten, heel individueel ook. Ze hebben al zo’n eigen stem.
‘Hana is heel subtiel, ze komt wat verlegen over, maar heeft een enorme expressie en een warme klank. En Pauline is... Als ik bij haar ‘heel intelligent’ zeg, dan klinkt het bijna of Hana dat niet is, maar dat zijn ze allebei. Pauline is heel zoekend als speler, heel fantasievol... Jeetje, wat lastig!’
‘Dat denk ik niet. Vooral het technische niveau van de jongere generatie is heel hoog. Ik hoor weleens jonge violisten dingen doen waarvan ik denk: nou, ik geloof niet dat ik dat zo makkelijk vond toen ik zo jong was. Ik ben niet zo van de concoursen, maar hoor vaak van collega’s die in jury’s zitten dat het niveau hoger en hoger wordt.
‘Dan moet je als musicus nog je eigen stem vinden, ik weet niet of dat vaker lukt. Maar je ziet dat er altijd jonge musici verschijnen die een bepaalde kracht hebben, die je meteen raken.’
‘Ik zei van het begin af aan dat ik geen docent wilde worden die een student zijn wil oplegt. Philippe Hirschhorn (Jansens eigen docent op het Utrechts Conservatorium, red.) was ook niet zo. Ik wil dat studenten een verhaal vertellen in de muziek en ik probeer ze te helpen hun verhaal te vinden.’
‘Nou, het is niet dat ik alleen zeg: zou je niet dit, zou je niet dat? Zeker tegen leerlingen die ik regelmatig zie, zeg ik wel wat ik vind. Ik geef niet snel op, ik ben niet snel tevreden. Ik wil dat ze doorzoeken. Vooral in klank. Je moet het gevoel hebben dat de klank doorgaat. Ik kan dat dus niet met praten, ik breek elke zin af. Maar ik heb er een hekel aan als klank wordt onderbroken.’
‘Ja! Sibelius. Die cd is af, over een paar maanden komt-ie uit. Ik heb hem opgenomen met Klaus Mäkelä (de aanstaand chef-dirigent van het Concertgebouworkest, red.) in Oslo. En binnenkort ga ik ook de Brahms-sonates opnemen met Denis Kozjoechin.’
‘Oeh, daar durf ik niks over te zeggen. Dat weten we toch niet? Misschien leefde hij er elke dag mee. Maar het is waar: dit stuk kruipt onder mijn huid.’
Het Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht duurt van 27 t/m 30/12. TivoliVredenburg en andere locaties in Utrecht.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden