Samenvatting gemaakt met behulp van AI.
Het dichtbevolkte Nederland is erg kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. Droogte, hittegolven en overstromingen nemen verder toe als de opwarming in dit tempo doorzet, zien de wetenschappers. Bovendien heeft Nederland als laaggelegen delta, die deels onder de zeespiegel ligt, baat bij ambitieuze klimaatwetgeving. Zowel op nationaal als op internationaal niveau.
Die feiten schetsen de context van het 75 pagina's tellende advies aan de overheid, die in 2024 met een klimaatplan moet komen. In het advies benadrukken wetenschappers de urgentie van een sterk klimaatbeleid, met een focus op adaptatiemaatregelen en het verminderen van uitstoot. Adaptatie betekent dat een land zich aanpast aan een veranderend klimaat, zoals de stijgende zeespiegel en hogere temperaturen.
Het is voor het eerst dat de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) de overheid adviseert over hoe ze klimaatbeleid moet voeren. De WKR bestaat uit prominente onderzoekers uit de klimaatwetenschap, economie, rechten, bestuurskunde, psychologie en transitiekunde. Dat zo'n gevarieerd team het advies uitbrengt, is volgens WKR-voorzitter Jan Willem Erisman noodzakelijk. Verandering moet in de breedte plaatsvinden, vindt de hoogleraar milieu en duurzaamheid.
Zo drukken de wetenschappers het kabinet op het hart het klimaatdoel te verscherpen. De lidstaten van de Europese Unie hebben afgesproken dat de EU in 2050 klimaatneutraal moet zijn. Versnellen houdt in dat Nederland de uitstoot van broeikasgassen al in 2040 met 90 tot 95 procent heeft verminderd. Daardoor is het 2050-doel makkelijker te halen, ziet de WKR.
"Hoe eerder we beginnen, hoe eerder de eindstreep van 2050 in zicht komt en hoe meer het oplevert", zegt vice-voorzitter en hoogleraar Heleen de Coninck, die de klimaatopgave vergelijkt met een marathon rennen: "De laatste loodjes zijn altijd het zwaarst."
Om het ambitieuze 2040-doel binnen handbereik te krijgen, doet de WKR de overheid een aantal suggesties. Bijvoorbeeld door behalve de uitstoot te verminderen, ook CO2 uit de lucht te halen. Ook adviseert de raad om fossiele subsidies aan banden te leggen, meer aan te sturen op energiebesparing en de landbouw en voedselproductie duurzame perspectieven te bieden.
De wetenschappers stellen dat er in de huidige maatschappij een gedragsverandering nodig is. Ze sporen de overheid aan om groen gedrag te stimuleren. Dat betekent dat de overheid het voor burgers makkelijker maakt om klimaatvriendelijke keuzes te maken, in plaats van dat de consument alleen maar wordt gestraft voor niet-duurzaam gedrag.
Bij zo'n stimulans van de overheid kun je denken aan het aanbieden van betaalbare alternatieven voor vliegen, toegankelijke subsidies voor woningisolatie, het normeren van herbruikbare producten en het aantrekkelijker maken van plantaardig voedsel.
Misschien wel het belangrijkste uitgangspunt in het advies: klimaatbeleid moet rechtvaardig zijn. Het is cruciaal om de samenleving in de volle breedte te betrekken, zeggen de wetenschappers. Dus ook de mensen die zich eerder niet gehoord voelden door de politiek, of huishoudens die niet de financiële middelen hebben om mee te komen in de energietransitie. Iedereen moet kunnen meepraten over zaken die hun directe omgeving of levensstijl beïnvloeden, is het devies.
Nederland kan niet in zijn eentje de wereld redden, maar we kunnen wél een voorloper zijn, schrijven de wetenschappers in het rapport. Als kwetsbaar land en historisch grote uitstoter kan Nederland andere landen inspireren om serieuze inzet te tonen.
Bovendien biedt een ambitieus klimaatbeleid volop kansen, zien de wetenschappers. Bijvoorbeeld dat we met meer hernieuwbare energie minder afhankelijk worden van fossiele energieprijzen, zoals het geval was na de invasie van Oekraïne. Meer stabiliteit zorgt voor betaalbaarheid en lagere inflatie. Ook liggen er kansen voor bedrijven om innovaties op het gebied van energietransitie te exporteren, zoals onderdelen van electrolysers en warmtepompen.
"Versnellen levert uiteindelijk allerlei economische voordelen op", zegt Erisman. "De gevolgen van niets doen zijn vele malen groter. Dan betalen we uiteindelijk allemaal de rekening."
Het is nu aan het nieuwe kabinet om met een klimaatplan voor de komende tien jaar te komen. Of de verkiezingsuitslag sterke invloed heeft op het klimaatbeleid, moet nog blijken. Zo was in het partijprogramma van de PVV te lezen dat de klimaatplannen "door de shredder" moesten.
Erisman ziet geen reden tot paniek: "Welk kabinet we ook krijgen, of het nou links of rechts is, je móét klimaatbeleid voeren."
Source: Nu.nl economisch