Bij zo'n project kan misschien gedacht worden aan een uitgebreid lab met veel computers, maar bij binnenkomst van de koude loods doet de werkruimte voor de studenten van TU Delft vooral denken aan een garage met hardwerkende mensen. Hier is plaats om aan de nieuwe auto, de DUT24, te werken, maar ook genoeg ruimte om de geschiedenis te proeven dankzij alle voorgaande modellen die uitgestald staan. Zo wordt ook al snel duidelijk hoe veranderlijk de projecten voor het zeer competitieve Formula Student zijn, van zeer compacte bolides tot de hoge downforce-monsters die het nu zijn. Uiteraard mag er nog weinig prijsgegeven worden over de DUT24, een project waar veel innovaties voor klaarliggen.
Het team van TU Delft bestaat voor dit project uit zo'n negentig mensen, geeft teammanager Nick Verhoeks aan in een uitgebreid gesprek met Motorsport.com. "We zitten elk jaar rond de driehonderd aanmeldingen", maakt hij duidelijk dat een plek zeker niet gegarandeerd is voor alle geïnteresseerde studenten. Zij moeten een motivatiebrief insturen en worden vervolgens kritisch gevraagd, door het team van het vorige project, naar hun beweegredenen om aan het project mee te willen werken. "Het is uiteindelijk allemaal vrijwillig, je krijgt er geen geld voor", legt Verhoeks uit. "We willen wel mensen hebben die gemotiveerd zijn, die ook daadwerkelijk dat jaar echt afmaken en zich volledig willen inzetten." Die selectie is dus streng, wat ook blijkt uit het feit dat universiteiten voor deze competitie in principe niet beperkt zijn in de hoeveelheid studenten die eraan mogen werken. "Nee, maar er zijn wel technische regels in je ontwerp. Je kunt doen wat er binnen de regels valt op technisch vlak. En hoeveel mensen je daarvoor gebruikt, moet je zelf weten." Wel is er een beperking op de hoeveelheid deelnames: na vijf keer mogen studenten niet meer deelnemen 'om het een eerlijker speelveld te houden'.
Dit team van negentig studenten is onderverdeeld over verschillende afdelingen. Het team dat aan de DUT24 werkt bestaat uit acht technische afdelingen en per afdeling zijn er zo'n tien tot vijftien studenten aan het werk. Naast die afdelingen kan het team ook rekenen op een operationele afdeling voor alle evenementen en is er een afdeling financiën. Verhoeks legt uit dat de studenten bovendien kunnen rekenen op steun van 'een heel leger aan alumni', die onder het strategic board vallen. "Die denken meer aan het meerjarenplan van de vereniging", vertelt de teammanager. "Niet alleen het huidige team, maar hoe blijft het duurzaam. Hoe kunnen we in de top blijven van de wereld met ons team?"
Bovendien is er een technisch comité, oud-studenten die zich in hun tijd bezighielden met de technische aspecten van het project. "Die helpen ons eigenlijk met ons design. Niet met het ontwerpen zelf, maar eens in de zoveel tijd doen we dan concept reviews of design reviews. En dan presenteren onze engineers het aan de alumni. Dan kunnen zij daar feedback op krijgen en vragen stellen aan de mensen om tot een goed design te komen. Uiteindelijk is het design door ons zelf gemaakt. Maar er wordt een beetje advies gegeven. Omdat iedereen een beetje in het diepe springt in zo'n jaar."
Foto: Laurens Stade
De werkplaats van de Formula Student-studenten van TU Delft.
Dit jaar is Lars van der Zwan, Chief Aerodynamics, verantwoordelijk voor het ontwerp van de DUT24. Hij hoopte dit jaar al een nieuw, 'gouden ei' te introduceren in de vorm van actieve aerodynamica, maar dat moest voor nu even losgelaten worden. Wel genieten hij en zijn team van ongekende vrijheid, zo legt hij uit. "Aero heeft anderhalve pagina aan regels in een reglement van 130 pagina's", lacht hij. "Want alles is gefocust op veiligheid. Dus heel veel gaat over de aandrijflijn en het chassis. Wij zijn eigenlijk best wel vrij. Alles wat in autosport wordt verboden, mogen wij wel. Je mag actieve aero [gebruiken], je mag alles doen wat je wil. Je mag alleen geen skirts over de baan laten gaan bijvoorbeeld, want dat is gevaarlijk."
Door die vrijheden die de aerodynamica-afdeling krijgt, gebeurt het volgens Van der Zwan ook regelmatig dat zij bij de concurrentie innovaties vinden die totaal anders zijn dan hun eigen. "Bij de competities doet iedereen geheimzinnig over hun vloer. Dus ik heb ook wel eens mezelf erop betrapt dat ik op mijn buik lig voor andermans pitbox een paar foto's lig te schieten. Het gebeurt veel", benadrukt de Chief Aerodynamics. "Want je bent heel vrij. Het ligt heel erg aan wat je kan. Wij krijgen in principe van de TU Delft veel steun wat betreft rekenkracht. Dus wij kunnen best wel veel en goede CFD's doen. Dus wat dat betreft zitten we goed, maar je wordt gelimiteerd door je creativiteit. Dus inderdaad, soms zie je een team met iets dat je denkt van: 'Had ik dat maar'."
Zo komt het dus ook vaak genoeg voor dat er een soort situatie ontstaat zoals met Brawn GP met de dubbele diffuser. "Wat je dan ook vaak ziet, is dat als één team het doet, het jaar erop iedereen dat heeft", merkt Van der Zwan op. "Je moet er maar op komen. Zo zie je dat heel veel teams al op een gegeven moment een hele grote diffuser hadden. En nu weer helemaal niet, want dat is een beetje weggezakt. Heel het concept shift altijd een beetje. Niet per se door veranderende regels, maar gewoon door een veranderende designfilosofie die dan door heel de paddock verspreidt als het ware."
Iets waar TU Delft dan dusdanig innovatief mee was dat zij zelfs een eigen regel kregen, zijn de banden. Waar de andere universiteiten namelijk met één bandencompound kwamen opdagen, ontwikkelde TU Delft verschillende soorten voor specifieke onderdelen. "We zijn trots op de wielen", glundert Van der Zwan. "Sinds 2014 gebruiken we de kleine banden en een aandrijflijnconcept. Wij zijn eigenlijk het enige team dat dat gebruikt. Wat daar ook bij komt kijken, is wat eromheen zit, namelijk een in-house ontworpen en gemaakt koolstofvezelvelg met daaromheen een band van Vredestein. Deze bandencompound hebben wij ontworpen en is hartstikke goed. Het zit op gelijke hoogte met, of is zelfs beter dan, andere beschikbare banden."
"We zijn de enigen die deze compounds gebruiken", vervolgt hij. "We hebben onze eigen regel gekregen, dat is altijd de ultieme eer." Wat die regel dan precies inhoudt? "Je wil dus op een acceleratie of een skidpad, een heel kort evenement, hele zachte bandjes. Maar op een endurance wil je een hardere band. Dus wat wij dan hebben gedaan is die dan halverwege de competitie switchen. Want wij hadden verschillende compounds, andere teams niet. Toen heeft de competitie gezegd: 'Hé joh, luister eens even, dat mag helemaal niet.' Dus nu hebben onze banden een dubbele compound voor verschillende evenementen."
De Formula Student-bolides zijn zeer compact met een gewicht van zo'n 165 tot 175 kilo, exclusief de coureur. Wat dan opvalt, is dat de voor- en achtervleugels zeer extreem afgesteld zijn en bovendien niet te missen zijn. De auto is, legt Van der Zwan uit, ontworpen voor de bochten. "Hij trekt op van 0 naar 100 kilometer per uur in minder dan 2 seconden, maar de topsnelheid is 130 kilometer per uur. Je hebt net zoveel downforce als in een Formule 1-auto, maar je gaat ook niet heel hard. Dus alles is op bochten gericht. Onze topsnelheid is gelimiteerd door de motoren. Die gaan tot 20.000 toeren." Net als in de Formule 1 tellen niet alleen alle kilogrammen, maar ook alle grammen. Zo is TU Delft naar verloop van tijd overgestapt van verf naar een vinyl wrap, maar wordt nu ook al gedacht aan de volgende stap "Dit jaar zitten we te kijken om misschien geen wrap te doen, want dan bespaar je weer 700 gram. En dat is wel waar engineers aan denken - en veel kleinere getallen dan dat. Als jij 100 gram kan besparen, dan wordt dat gedaan. We gaan echt tot het uiterste."
Wie dan denkt dat de cockpit en het stuur net zo complex zijn als de Formule 1, heeft het mis. In de projecten van TU Delft zijn namelijk zeer lichtgewichte stoeltjes te vinden. Het zoeken naar minder gewicht is zelfs zo ver gegaan, dat er nu slechts twee schuimblokken - vastgeplakt met tape - zijn gemonteerd om de nek van de coureur op zijn plaats te houden. Bovendien valt direct op dat het stuur niet helemaal van koolstofvezel is gemaakt. "Het is inderdaad van hout", wijst Van der Zwan aan. "Met koolstofvezel eroverheen zodat het niet gaat buigen." Bovendien hoeft men hier niet te verwachten dat er een volwaardig dashboard in zit. Slechts twee knopjes zijn bevestigd op het stuur en die zijn er zodat de coureur op het dashboard, dat er dus los van zit, kan navigeren en de parameters kan aanpassen. Daarnaast zijn er twee 'shifters', al zijn deze niet om te schakelen maar om eventuele opvallende zaken te 'flaggen' zodat er in de data naar gekeken kan worden.
Foto: Formula Student Team Delft
De DUT23 in actie.
Aangezien het team in feite ook gerund wordt als een soort Formule 1-team, rijst al snel de vraag of het bereiken van de koningsklasse van de autosport ook meteen een ambitie is voor iedereen die hieraan meewerkt. "Voor veel mensen is het de kleine jongensdroom om die auto te maken", zegt Verhoeks. "Ik denk dat van de 89 ongeveer iedereen wel Formule 1-fan is. Iedereen kijkt het. En er gaan ook elk jaar vijf tot acht [studenten] wel een stage volgen of een jaartje werken in de Formule 1. Sommigen langer, sommigen alleen de stage voor de master. De autosportambities zijn echt wel heel hoog in het team. En dit is het beste opstapje naar die wereld toe", stelt de teammanager.
Dat zo'n Formula Student-project daarbij kan helpen, blijkt uit het feit dat de afgelopen jaren enkele studenten van TU Delft er inderdaad in geslaagd zijn om de stap naar de Formule 1 te maken. "Je ziet heel veel mensen die zitten nu bij Red Bull, Sauber, Mercedes. We hebben eigenlijk overal mensen zitten", voegt Van der Zwan toe. "Zo is bijvoorbeeld een alumnus van de DUT16 nu hoofd aero performance bij McLaren. Dus het zit er wel echt in. Je ziet er ook veel terug die echt langer bij zulke teams blijven hangen. Wat veel mensen leuk vinden om te doen is even kort zijn stage en dan een paar jaar werken, en daarna in andere takken van sport [te werken]. Maar echt veel plekken waar je kijkt, vind je wel alumni van ons." Verhoeks meent dat er 'misschien wel tien' alumni verdeeld zijn over Sauber, AlphaTauri, Red Bull en Mercedes, al vermoedt Van der Zwan dat het er wat meer zijn. Het zijn dan vooral mensen van de aero-afdeling, maar ook van de ophanging en chassis, aldus Verhoeks.
Er komt binnenkort een vijfde team bij die lijst, verklapt Verhoeks. "Een van de huidige [studenten] van het team is aangenomen bij Aston Martin." Van der Zwan: "Ja, die gaat er volgend jaar in juni vandoor. Hij gaat aerodynamic shape design doen bij het Aston Martin Formule 1-team." Als steunpilaren van de DUT24 hebben Verhoeks en Van der Zwan zelf ook ambities om de Formule 1 te bereiken. Laatstgenoemde wil graag wat jaren in de Formule 1 werken en heeft daarbij ook voorkeuren. "Het is geen Red Bull", lacht de Chief Aerodynamics. "En dan om daar een paar jaar te werken. En dan zien we wel. Dat is natuurlijk heel leuk ook. Maar het staat zeker op het lijstje, ja." Verhoeks heeft als teammanager ook ambities om de Formule 1 te bereiken: "Ik zie daar zeker wel wat in. Ik zit natuurlijk als teammanager niet per se in een technisch deel van deze auto, maar ik houd het pad altijd nog open. Want uiteindelijk is er met dit team ergens natuurlijk een opstapje naar die wereld. Ik wil graag doorstromen in de autosport, met Formule 1 natuurlijk als parel. Dat is de droom en het doel."
Foto: Formula Student Team Delft
Het team achter de DUT23.
Om die lijn met de Formule 1 door te trekken, is het voor Formula Student ook van belang dat er een coureur aangewezen wordt die de DUT24 rondstuurt op verschillende circuits, waaronder de Hockenheimring. Net als in de Formule 1 begint dat met de karts. "We zijn anderhalf maand geleden gaan karten met het hele team", vertelt Verhoeks. "En dan zie je een beetje wie er aanleg voor hebben en wie niet." Op de dag van het interview vindt toevallig de tweede ronde plaats. "En daaruit wordt een select groepje gemaakt met misschien nog een coureur van vorig jaar of het jaar daarvoor. En dat select groepje gaat in deze auto rijden."
Die coureurs staan dan wel een heel andere uitdaging te wachten. "Het is totaal anders dan een kart", verklaart Verhoeks. "Een kart is niet te vergelijken qua snelheid en G-krachten. En dan wordt daar eigenlijk een selectie uitgemaakt om te kijken van wie de beste is." Ook daarin wordt dan een onderscheid gemaakt voor de verschillende onderdelen van Formula Student. "Dan hebben we natuurlijk een lichte voor de acceleratie en twee goede voor de autocross en de skidpads. Want dan heb je nog een coureurwissel halverwege. En de endurance ook."
Formula Student zelf bestaat uit meerdere competities, waarbij Van der Zwan en Verhoeks wel een duidelijk hoogtepunt kunnen aanwijzen: Formula Student Germany. "In Europa is Duitsland de grootste en deze wordt een beetje gezien als de grootste van de wereld", stelt Verhoeks. "Degene die die wint, wordt dat jaar gezien als beste team van de wereld. Dus dat is eigenlijk elk jaar ons doel. We hebben 'm zes keer weten te winnen, waarvan vier keer in de elektrische categorie en twee keer in de combustion."
De competitie begint dan al eind januari met toelatingstoetsen. "Om echt te oefenen moet je een toelatingstoets maken en is er dus ook een kans dat je er niet naartoe kunt als je daar niet goed presteert", legt Verhoeks uit. "Dus daar zijn we nu naartoe aan het werken. Iedereen maakt die." Uiteindelijk halen ook niet alle universiteiten de start van het evenement. Vorig jaar waren er 75 auto's in de elektrische klasse, 25 in de combustion-klasse en 15 alumni-auto's toegelaten. Na die toelatingstoets vertrekken de teams naar een locatie, in dit geval de Hockenheimring, om daar een week aan de slag te gaan.
"Eerst mag er een selecte groep naar de pits om alles op te zetten, de auto gereed te maken", geeft Verhoeks een inkijkje in zo'n raceweek. "De eerste paar dagen van de competitie is er dan niks. En dan halverwege dinsdag en woensdag zijn er de scrutineering momenten. Die lopen eigenlijk door tot zaterdag. Maar je wil die zo snel mogelijk klaar hebben. Dan wordt eigenlijk de hele auto doorlopen door scrutineers. Is deze wel volgens de regels? Op donderdag beginnen de eerste evenementen: de skidpad en de acceleratie." Dat gebeurt zowel met als zonder coureur, aangezien TU Delft ook deelneemt aan de competitie voor autonome auto's. "Op zaterdag hebben we nog de autocross. Eigenlijk vier rondjes kwalificatie rijden. En daarop gebaseerd is op zondag de endurance over een afstand van 22 kilometer."
Foto: Formula Student Team Delft
De DUT24 belooft weer een stap vooruit te worden ten opzichte van de DUT23, hier in beeld.
Zo klinkt Formula Student als een heus evenement waarin de techniek vooropstaat en hoewel dat ook grotendeels waar is, zijn er nog veel meer elementen waarop de studenten punten kunnen scoren. In totaal zijn er duizend punten te verdienen, waarvan 675 punten voor de zogenaamde 'dynamic events' - de onderdelen op de baan - en 325 op de 'static events'. Daaronder vallen engineering design en het presenteren van het zakenplan en de kosten en productie. In 2018 kwam TU Delft met 961 punten in de buurt van perfectie op alle onderdelen.
Waar er voor de aero-afdeling maar weinig regels zijn, zijn die er dus wel voor het gebied van veiligheid. Een andere belangrijke factor is het financiële plaatje van zo'n project. Een budgetplafond zoals in de Formule 1 is er niet en dat kan soms voor behoorlijke verschillen zorgen. "Er zitten al heel veel grote verschillen tussen auto's en prijs, ja", geeft Verhoeks toe. "Dat wordt redelijk vrijgelaten. Dat is wel allemaal non-profit, dus iedereen teert op de universiteit en de partners die ze kunnen vinden. Maar de teams met meer geld kunnen vaak ook wel goed presteren." Een verschil in budget is dus goed zichtbaar volgens de teammanager. "Heel erg, ja. Dat merk je heel erg. De duurdere auto's zijn vaak lichter", noemt hij als voorbeeld. "De lichte materialen en sterke materialen zijn gewoon erg duur. Maar uiteindelijk moet de techniek er wel zijn. Dus het kan deels aan het geld liggen natuurlijk, maar uiteindelijk kan je ook natuurlijk gewoon goed presteren met minder geld. Ja, dus na een poosje gaat het geld niet het grote verschil maken."
Wat dan wel het verschil kan maken in deze competitie, waarin knappe koppen van grote universiteiten wereldwijd zoeken naar de beste prestaties? "In principe kan alles doorslaggevend zijn", stelt Van der Zwan. "Elke afdeling heeft de mogelijkheid om dat te doen. Het ding is ook, het is heel erg universiteitsgebonden wat dat betreft. Want het is en blijft een studentencompetitie. Dus onze universiteit biedt lucht- en ruimtevaarttechniek aan. Dus wij zijn relatief goed in aero. Wij herontwerpen het elk jaar. Maar bijvoorbeeld in Eindhoven hebben ze automotive. Dus die zijn goed in elektronica en dat soort zaken. Daar hebben wij vaak moeite mee om mensen voor te werven. Dus zo'n verschil is er per universiteit, maar het verschilt ook in welke partners je kan vinden. Want heel veel teams hebben bijvoorbeeld 3D-geprint titanium, topologie, optimized dingen enzovoorts. Wij niet, want wij hebben daar geen partners voor. Wij hebben die mogelijkheden niet. Dus dan ga je ergens anders zoeken. Dus het is echt inspelen op de sterke punten die je hebt en de partners die je kan vinden. En dan ga je op die vlakken echt verschil maken."
Zo zijn er veel elementen waar het team van zo'n negentig studenten aan moet denken, maar uiteindelijk draait het dan natuurlijk om één ding: winnen. Wat er dan op het spel staat bij Formula Student? "Eer en een trofee", wijst Verhoeks meteen naar de trofeekast van zijn team. Hij wijst naar de bovenste, want die heeft een bijzondere plek binnen het team gekregen. "Dat is die van Formula Student Germany, van de grote competitie. Hij staat hier omdat wij het enige team zijn die hem drie keer op rij wisten te winnen. Dan mag je hem houden. Normaal gesproken is het een wisseltrofee", aldus Verhoeks, die vervolgens droomt van een tweede exemplaar van die bokaal. "Maar er is niet een prijs in prijzengeld. Iedereen is volledig gemotiveerd. En het is gewoon een droom om hieraan mee te doen. Je wint de eeuwige roem."
Met het nieuwe jaar voor Formula Student om de hoek wordt er nu hard gewerkt aan de laatste details in de Delftse loods. Waar Van der Zwan als Chief Aerodynamics het trotst op is na al die maanden? "Ik ben natuurlijk heel trots op het aeropakket. Ik denk sowieso dat wij als team, met deze auto, heel trots kunnen zijn op hoe wij ons top level concept hebben verwezenlijkt. Wij hebben namelijk ergens op ingezet en dat zie je heel mooi terug in het design. De doelen die we hebben gesteld, daar komen we echt van in de buurt. Wat ik heel mooi vind om te zien, is dat het gewoon duidelijk een evolutie van een sterke auto is. En ik denk dat we het heel smaakvol hebben voortgezet in het ontwerp, om echt het beste eruit te halen en de minpunten te verbeteren. De samenhang van de auto wat dat betreft, dat vind ik heel mooi."
Verhoeks: "Buiten de auto om ook het team. Ik vind het echt fantastisch om te zien dat wanneer je hier binnenloopt, er altijd mensen zijn. Dus of het zondag is of het is middenin de nacht, er zijn altijd wel mensen aan de gang. Er wordt altijd nagedacht. En ik vind, ja, het overlapt een beetje met zijn punt. Ik vind het heel mooi hoe iedereen zijn eigen ding heeft. Is het een voorvleugel? Is het een motorcontroller? Uiteindelijk wordt er elke dag met iedereen gecommuniceerd en samen nagedacht over wat er voor het totaalplaatje van de auto nou het beste is. Niet voor mijn onderdeel, maar voor het totaalplaatje van de auto. Dat is goed om te zien."
Wat dan het ultieme doel is voor 2024? "Winnen in Duitsland, dat is het hele doel. En ja, wij zijn lekker op weg. Er staat een mooie auto op CAD. Na de kerstvakantie gaan we beginnen met bouwen. Dan komen we steeds dichter bij het competitie seizoen. Hopelijk doen we het goed", besluit Verhoeks.
Sinds dit jaar biedt het Formula Student-team van TU Delft ook de mogelijkheid om het team te steunen via een GoFundMe-crowdfunding. De top-tien donateurs die meer dan 500 euro schenken, krijgen de kans om zelf in de DUT24 te rijden, iedereen die 100 euro of meer doneert krijgt de kans om een eigen sticker op de accu te plaatsen.
Source: Motorsport