Het ministerie bepaalt het percentage door te kijken naar de inflatie en de gemiddelde loonstijging van het afgelopen jaar. De laagste van die twee wordt als uitgangspunt gepakt en daar komt dan 1 procentpunt bij. Afgelopen jaar was de inflatie lager dan de loonstijging: 4,5 procent tegenover 5,8 procent.
Het is niet zo dat iedereen die een huis in de vrije sector huurt ook meteen op 1 januari een verhoging voor de kiezen krijgt. Vaak is het moment van de verhoging afhankelijk van wanneer het huurcontract is ingegaan.
De verhoging geldt voor alle type woningen in de vrije sector, dus ook voor appartementen en studio's. Verder vallen ook ligplaatsen voor woonboten onder deze regeling.
De maatregel geldt tot begin mei. Of de huren in de vrije sector daarna nog steeds aan banden worden gelegd, is onduidelijk. Demissionair minister Hugo de Jonge (Wonen) werkt nog aan nieuw beleid.
Overigens betekent het besluit niet dat alle huren in de vrije sector daadwerkelijk met 5,5 procent omhooggaan. Verhuurders mogen er ook voor kiezen om de huurprijzen minder op te schroeven.
Met hoeveel de huren van sociale huurwoningen in 2024 verhoogd mogen worden, beslist het ministerie later deze maand. Sowieso gaan de sociale huren pas in juli volgend jaar omhoog.
Source: Nu.nl economisch