Home

Een opt-out maakt harder asielbeleid mogelijk, maar is geen wondermiddel en ook niet zomaar verkregen

De Europese Unie maakt wetgeving over een breed scala aan onderwerpen, van migratie tot natuurbescherming, en van defensie tot economie. In principe zijn alle lidstaten verplicht die wetten over te nemen en zich eraan te houden. Tenzij ze voor een specifiek onderwerp een opt-out hebben, dan hoeven ze zich op dat vlak niet aan de Europese wetten en verdragen te houden.

Op dit moment zijn er drie lidstaten met een of twee opt-outs: Denemarken, Ierland en Polen. Ierland is bijvoorbeeld geen onderdeel van de Schengenzone. Denemarken heeft een opt-out op monetair vlak, waardoor het de euro niet in hoeft te voeren. Andere EU-lidstaten die de euro nog niet gebruiken zijn in principe wel verplicht om dat uiteindelijk te gaan doen. Het Verenigd Koninkrijk had vier opt-outs, en kreeg in onderhandelingen voor het Brexit-referendum zelfs een uitzondering aangeboden op de ambitie van een ever closer union.

Over de auteur
Maarten Albers is algemeen verslaggever van de Volkskrant.

Lidstaten kunnen opt-outs alleen bedingen bij het afsluiten van nieuwe verdragen, die samen een soort grondwettelijke basis vormen voor de Europese Unie. De laatste keer dat dat gebeurde was bij de onderhandelingen over het verdrag van Lissabon in 2007. Toen kregen Polen en het Verenigd Koninkrijk (destijds nog lid) een opt-out voor het handvest van de grondrechten van de Europese Unie, een bijlage bij het verdrag.

Een opt-out is geldig zodra het verdrag is ingegaan. De Ierse opt-outs zijn wel zo geformuleerd dat Dublin ervoor kan kiezen om toch deel te nemen aan beleid waar het eigenlijk van uitgezonderd is. Ook kan een land een opt-out intrekken, zoals Denemarken vorig jaar deed. In een referendum besloten de Denen om voortaan wel mee te doen aan het gezamenlijk defensiebeleid van de EU.

Een opt-out komt doorgaans als oplossing op tafel als een grote meerderheid van de lidstaten een nieuwe stap wil nemen in de ever closer union, maar er één of twee zijn die onder geen enkele voorwaarde bereid zijn zich daarbij neer te leggen. Bij de onderhandelingen over het Verdrag van Maastricht (1992) lag het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld dwars. Dankzij twee opt-outs voor Londen, waaronder een over de euro, kwam er alsnog een akkoord.

De oproep van de Tweede Kamer om ook voor Nederland een opt-out te bedingen, komt niet op een willekeurig moment. Op 22 november riep het Europees Parlement de lidstaten op om een conventie te organiseren over herziening van de verdragen. Deze maand zou er een voorstel moeten liggen, maar veel lidstaten zijn terughoudend.

Een opt-out zou Nederland de mogelijkheid bieden om hardere eisen te stellen aan asielzoekers en hen strenger te behandelen dan afgesproken in de EU. In de praktijk zou de situatie vergelijkbaar worden met Denemarken, dat ook zo’n opt-out heeft.

Dankzij die opt-out heeft de Deense regering onder meer vast kunnen leggen dat vluchtelingen niet meteen, maar pas na twee jaar een aanvraag mogen indienen voor gezinshereniging. Ook nam het Deense parlement in 2021 een wet aan die het mogelijk maakt om asielzoekers tijdens hun procedure in een ander veilig geacht land onder te brengen, zoals Rwanda. Die wet is nog niet in de praktijk gebracht.

Tegelijkertijd is een opt-out geen wondermiddel. Nederland zit nog steeds in de Schengen en kan dus niet zomaar grenscontroles invoeren. Daarnaast zijn veel afspraken over omgang met asielzoekers vastgelegd in het VN-Vluchtelingenverdrag, dat Nederland ook heeft getekend.

Niet heel groot. Ten eerste is het voor VVD en NSC, die de oproep steunden, slechts een achtervang voor als het nieuwe Europese asiel- en migratiepact niet blijkt te werken. Daarnaast is Nederland vermoedelijk niet het enige Europese land dat strengere regels wil invoeren tegen asielmigratie. Maar als veel landen een opt-out willen, is de kans niet erg groot dat iedereen die krijgt; dan is het zinvoller gezamenlijk ander beleid te maken.

Het zou bovendien voor het eerst zijn dat een lidstaat een opt-out krijgt voor beleid waar het eerder wel aan meewerkte. Het einde dus van de ever closer union, en tevens een klap voor het Nederlandse aanzien in Europa. Andere lidstaten willen dan mogelijk een opt-out op beleidsterreinen die voor Nederland belangrijk zijn, zoals de begrotingsdiscipline of de rechtsstaat.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next