Home

Leven en dood komen samen in Ankeveen

Uit straatboekenkastjes in heel Nederland haalt steeds een boek, bespreekt het, en geeft het door. Vandaag: de roman Neven.

Ach! Terwijl bij IJsclub Ankeveen een eerste laagje decemberijs blinkt, smelt ik. Amper honderd meter van het water staat in dikke rode letters ‘Boekenhuisje’ op het venster, maar veel sprekender is de sierlijk geschreven boodschap in geel daaronder: ‘In liefdevolle herinnering aan Annelies’. Wat een fraai monumentje en wat een geweldig idee. Is er een mooiere vorm van onsterfelijkheid dan voortleven als boekenkastje, waarbij voorbijgangers af en toe iets moois uit je mogen halen? Ik wil dat later ook.

Maar eerst lezen. Het nadeel van zo’n ontroerend kastje (zou Annelies deze boeken allemaal nog gelezen hebben?) is dat het de vraag is of het boek kan tippen aan het kastje. Ik kies Neven, een nog vrij recente roman (2022) van Peter Middendorp (1971), een fijne schrijver en columnist van De Volkskrant. Hij neemt ons mee op de boot naar Schiermonnikoog met de neven uit de titel, Robert en Arie. Ze lijken, of leken, sprekend op elkaar want ze zijn dubbelneven: hun vaders waren broers en hun moeders waren zussen. „Genetisch zijn we dus bijna broers, zo goed als broers.”

Verteller Robert haalt zijn vader aan: „Als je Robert door de schutting gooit, kun je hem met Arie repareren. Er viel niets tegen in te brengen, al stak het me dat hij ons nooit omdraaide, altijd was ik degene die door de schutting moest.” Middendorp schrijft graag ogenschijnlijk achteloze zinnetjes, die zich met een weerhaakje vastzetten in je achterhoofd. Een heel eind verder wordt dan duidelijk hoe veelzeggend die zinnetjes zijn. Met die vader is iets mis, zo zal blijken – en niet met hem alleen. Méér mis dan dat iedereen in deze roman, zoals Middendorp schrijft, „kort voor de kop” is.

Robert en Arie hebben het grootste deel van hun leven doorgebracht in onafscheidelijk neefzijn, waarbij Arie net wat gespierder, slimmer, handiger en succesvoller was dan Robert – tenminste, zo legt die laatste het uit. Ze speelden samen, probeerden tegelijk de universiteit en belandden samen in de wiethandel. Dat wil zeggen: Arie was de handelaar die Robert betaalde om diens kamer als opslag te mogen gebruiken. Andere elementen zijn de lokroep van het burgerlijk leven, familie, jaloezie, verslaving, persoonsverwisseling, overlevingsdrang, een schimmige handelaar met de naam Eddie Meta, een stoeprand, een ongeluk van Arie waar Robert mee te maken heeft.

Eigenlijk precies wat je kunt verwachten van een roman die begint met een onheilszwangere zin waarin de immer geliefde Waddenzee wordt beschreven als „het rottende, stinkende onland […] waarin je geen stap kunt zetten zonder er tot je liezen in weg te zakken”.

Neven is spannend als een nederthriller, maar dat is de hoofdzaak niet. Middendorps beelden nemen toe in zeggingskracht naar mate je verder in het boek leest of als je – zoals ik – het boek nog een keer leest. Het mooiste beeld is dat van de neven als twee kleppen van dezelfde schelp. Al op die boot naar Schier zegt een man: „Wist je trouwens dat de rechterkleppen met de stroming worden meegevoerd en alleen de linkerkleppen aanspoelen op het strand?” Uiteindelijk is dat het verhaal: het onherroepelijk uiteen vallen van de helften en de wanhoopspoging om ze toch samen te brengen. Scheiden en verenigen in leven en dood, daar gaat Neven over – en dat kwam samen in het herdenkingskastje voor Annelies in Ankeveen.

Source: NRC

Previous

Next