Op die zondag in januari 1972 openden Britse militairen het vuur op ongewapende demonstranten in Londonderry. Bij de schietpartij kwamen dertien mensen om het leven. Later overleed nog een veertiende slachtoffer. Het incident ging de boeken in als Bloody Sunday.
De verdachte, die bekendstaat als Soldaat F., is de enige Britse militair die wordt vervolgd voor de massale schietpartij. Hij wordt verdacht van twee moorden en poging tot moord op vijf andere personen. Hij moet voorkomen in Belfast, maar het is nog onduidelijk wanneer.
De broer van een van de slachtoffers riep de autoriteiten op haast te maken met de zaak: "Getuigen overlijden en zijn niet langer beschikbaar."
De vervolging van Soldaat F. leidt al jaren tot juridisch getouwtrek. Aanklagers besloten in 2021 met de zaak te stoppen, omdat een vergelijkbaar proces op niets was uitgelopen. Nabestaanden van slachtoffers wisten daarop het besluit via de rechter terug te draaien.
De Britse regering bood in 2010 excuses aan voor het "ongerechtvaardigde" optreden van het leger op Bloody Sunday. Uit onderzoek bleek dat de slachtoffers onschuldig waren en geen gevaar vormden voor de militairen.
Het bloedbad vond plaats tijdens The Troubles. Dat is een zeer onrustige periode in Noord-Ierland in de jaren zestig. Noord-Ierse protestanten en katholieken kwamen toen vaak met elkaar in botsing en pleegden over en weer aanslagen.
Op verzoek van Noord-Ierland stuurde de Britse regering troepen om de orde te herstellen. Dat leidde tot nog meer geweld, van alle kanten. Het gewelddadige conflict kwam uiteindelijk formeel ten einde met het Goedevrijdagakkoord in 1998. Zeker 3.600 mensen kwamen tijdens het conflict om het leven.
Source: Nu.nl algemeen