Na 24 uur politieke en bestuurlijke ophef trok VVD-leider Yesilgöz donderdag haar oproep aan het kabinet en de Eerste Kamer in om de behandeling van de Spreidingswet te staken. Maar intussen was het punt wel gemaakt.
Van alle verbaasde mensen in de Tweede Kamer was Joost Eerdmans woensdagavond misschien nog wel het meest verbaasd. Toen de JA21-leider vorige week, vlak na de installatie van de nieuwe Tweede Kamer, opriep om meteen even ‘gebruik te maken van de nieuwe politieke werkelijkheid in deze zaal’ en de Spreidingswet in te trekken, kreeg hij een afgemeten nul op het rekest van de VVD-fractie. ‘We gaan hier geen plenair debat houden over een wet die hier al is behandeld’, las Kamerlid Ruben Brekelmans hem de les.
De Tweede Kamer heeft de wet, die betere spreiding van asielzoekers over alle gemeenten mogelijk moet maken, in oktober immers al goedgekeurd. Die ligt nu voor behandeling klaar in de Eerste Kamer. Namens de BoerBurgerBeweging viel Mona Keijzer de VVD bij: ‘Dit is een debat dat in de Eerste Kamer moet plaatsvinden!’
Dat de VVD, gesteund door de BBB, zes dagen later plompverloren hetzelfde voorstel zelf indiende in een ietwat afgezwakte vorm – even pas op de plaats maken met de behandeling totdat er een nieuw kabinet is – was dan ook ‘bijzonder verrassend’, zoals Eerdmans het zei.
Over de auteur
Raoul du Pré is chef van de politieke redactie van de Volkskrant. Hij schrijft sinds 1999 over de nationale politiek.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
Het verschil tussen de VVD van vorige week en die van deze week, is maar door één omstandigheid te verklaren: de rap wijzigende politieke verhoudingen. Vorige week was iedereen nog aan het bijkomen van de verkiezingsuitslag en de eclatante overwinning van de PVV, deze week werd duidelijk dat VVD, BBB en NSC over de ergste schok heen zijn en toch voorzichtig hun tenen in het water steken. Ze gaan in elk geval praten met Wilders om te zien hoe ver ze samen kunnen komen in de kabinetsformatie.
Om zich heen kijkend naar al hun zetels in de Kamer daalde bij de vier deze week het besef in dat zij nu aan zet zijn, mits ze samen optrekken. Het resulteerde meteen in het alsnog optuigen van een parlementaire enquête naar het coronabeleid. Vervolgens in het verzoek om een Nederlandse uitzonderingspositie in het Europese immigratiebeleid op z’n minst bespreekbaar te maken in Brussel. En tenslotte dus in de oproep om de behandeling van de Spreidingswet in de Eerste Kamer voorlopig op te schorten.
De verbouwereerde reacties vanuit de andere fracties (‘staatsrechtelijk vandalisme!’) waren ingecalculeerd, net als de verontwaardiging onder bestuurders in het land. Van burgemeester Velema van het veelgeplaagde Ter Apel, die zich in de steek gelaten voelt, tot aan de Groningse burgemeester Schuiling, die namens vele ambtgenoten sprak toen hij zijn ontsteltenis uitte: ‘Juist met de situatie van afgelopen weken nog vers in ons geheugen, is het verbijsterend en teleurstellend dat de besluitvorming over de Spreidingswet nu op deze manier lijkt te worden gedwarsboomd.’
De vier partijen speelden intussen de vermoorde onschuld. Ze had slechts een ‘oproep’ gedaan, zei Yesilgöz. Wat kon daar mis mee zijn? Voorman Omtzigt van het zo rechtsstatelijke NSC kreeg nu zelf het verwijt dat hij de scheiding tussen beide Kamers niet respecteerde. Maar hij wuifde dat weg: er gaan immers wel vaker verzoeken richting Eerste Kamer om wetsvoorstellen sneller of juist minder snel te behandelen. Zeker na verkiezingen. Maar doorgaans gebeurt dat informeel, achter de schermen. Omtzigt vindt het ‘op zich juist netjes’ om dat nou eens gewoon, transparant, in alle openbaarheid te doen.
Donderdag keerde Yesilgöz alsnog deels op haar schreden terug. Omdat premier Rutte liet weten dat het kabinet onverkort achter de Spreidingswet blijft staan, dreigde haar motie het demissionaire Rutte IV en haar eigen positie in zwaar weer te brengen. Ze is per slot van rekening ook nog minister. En een bewindsvrouw die op een zo wezenlijk punt van mening verschilt met het kabinet, rest eigenlijk slechts één optie: aftreden.
Dat was het haar kennelijk niet waard. De motie werd afgezwakt: de vier partijen spraken nog slechts uit dat zij, zoals bekend, tegen de Spreidingswet zijn, zonder verdere oproepen aan het kabinet of de Eerste Kamer. Daarmee was de politiek kou weer even uit de lucht. Het beoogde effect was toch al bereikt, zal Yesilgöz hebben gedacht: maximale ruchtbaarheid om nog eens te onderstrepen dat de Spreidingswet, zelfs als de Eerste Kamer die in januari goedkeurt, op 22 november door de kiezers is getorpedeerd. Het kamp dat in oktober met volle overtuiging tegen de wet stemde maar toen nog het onderspit delfde, heeft in de Tweede Kamer inmiddels 95 zetels. Dat is de ‘nieuwe politieke werkelijkheid’ van Eerdmans.
Een nieuw kabinet zal op die zetels worden gebouwd, vanuit de overtuiging dat er eerst minder asielzoekers moeten komen voordat over betere spreiding wordt nagedacht. En dus zal dat kabinet, met of zonder Spreidingswet, voorlopig geen dwang gaan toepassen bij het verdelen van asielzoekers onder gemeenten..
Source: Volkskrant