Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.
Van het Eurovisie Songfestival 2023 kon Nederland iets leren. Dat het inleveren van een keurig liedje iets anders is dan datzelfde liedje ook keurig live zingen, bijvoorbeeld. Maar vooral dat we wat aardiger moeten omgaan met artiesten die net beginnen aan een poploopbaan.
Mia Nicolai en Dion Cooper werden neergesabeld na een minder vlekkeloze uitvoering van hun Burning Daylight. Dat hakte erin, vertelde zangeres Nicolai deze week in een mooi interview met Het Parool. ‘Wat ik heb gelezen ging soms echt veel te ver’, zei ze. Nicolai ging in therapie. Dion Cooper ontwikkelde een burn-out waarvan hij nog niet hersteld is.
Nu kun je zeggen: als je meedoet aan een wedstrijd, moet je je verlies kunnen dragen. Maar het is dan wel fijn als er sportief wordt gespeeld.
Over de auteur
Robert van Gijssel is muziekredacteur van de Volkskrant en schrijft met name over elektronische muziek, dance en de hardere muziekgenres.
Deze week werd de nieuwe Nederlandse inzending van het Songfestival gepresenteerd. En daar gingen we weer. Maar rapper en entertainer Joost Klein werd dit keer al afgefakkeld nog vóór hij zijn liedje kon presenteren. Dit kon niets worden, wist het halve land. ‘Belachelijk.’ ‘Een misser.’ ‘Kan niet zingen.’
Het opmerkelijke: deze teksten kwamen van kenners, vermoedelijk van een zekere leeftijd, die nog nooit van Joost hadden gehoord en dat waarschijnlijk graag zo hadden wilden houden.
Fascinerend was een ‘debat’ op Radio 1, waarin een eerbiedwaardige musicalzanger (61) zijn mening kwam geven over Joost. ‘Dit is geen zingen’, vond de zanger. ‘Het lijkt meer op praten.’ Hij vertelde er wel bij dat hij nooit naar rapper Joost had geluisterd, dus ook niet even op weg naar het radiodebat. Hij wist het gewoon al.
Dat je het allemaal niet meer zo volgt, is niet erg. Maar zeg dan een keer ‘nee’ als je opinie wordt gevraagd over iets waarvan je aantoonbaar de ballen verstand hebt, zou je denken.
Joost Klein speelt al jaren op de grootste festivalpodia in binnen- en buitenland, voor een publiek van tienduizenden. Hij scoorde een miljoenenhit, tot buiten de grens. Hij speelde dit jaar uitverkochte concerthallen plat, weer voor tienduizenden. Maar voor een compleet bevolkingsdeel – met een plusje achter de leeftijd – was deze behoorlijk grote popster een volslagen onbekende.
Bij de bekendmaking van de selectiecommissie opende zich maandag dus een giga-generatiekloof. Want heel jong Nederland kent Joost wél en draagt hem op handen. Ook omdat zijn werk zo bijzonder is. Onder zijn neurotische gabberbeats zit een diepere laag. Joost voert persoonlijke, bloedserieuze onderwerpen op en brengt die aan de man met grote gebaren. Hij ontroert en speelt met taal. Joost Klein is een kunstenaar, die wordt begrepen door de ene helft van de bevolking en totaal niet wordt begrepen door de andere.
Die culturele kloof wordt kennelijk steeds groter. Logisch ook, want iedereen gebruikt zijn eigen media, in zijn eigen bubbel. De een scrollt manisch door TikTok, de ander leest een dagblad, soms zelfs op papier. Samen tv kijken is er niet meer bij.
Het Songfestival 2024 biedt kansen. Want daar stemmen we nog wel generatie-overschrijdend op af – het is toch een soort Koningsdag. En nu gaat een dagje ouder Nederland straks kijken naar wat die gekke Joost eigenlijk te vertellen heeft. En dus wat een dagje jongere landgenoten zoal bezighoudt.
Deze week zagen we al enige beweging. ‘Die Joost heeft toch wel wat’, erkenden de dapperste senioren die de moeite hadden genomen zich even in hem te verdiepen. Het is al begonnen. Die kloof gaat gewoon gedicht worden.
Source: Volkskrant