Stel: je woont in Rotterdam, je houdt van theater en je zou graag een stuk van Shakespeare, Ibsen, Beckett of Yasmina Reza willen zien. Waar ga je dan heen? Rotterdam is, zeker in vergelijking met andere grote steden, slecht bedeeld als het gaat om theater. Je hebt het grote stadsgezelschap Theater Rotterdam dat in 2017 in de plaats kwam van het Ro Theater, en onder artistieke leiding van Alida Dors nu een geheel eigen koers vaart waarin voor teksttoneel weinig plaats is. En dan houdt het wel zo’n beetje op. Voorheen waren er naast het Ro Theater groepen als Fact, Bonheur en Onafhankelijk Toneel, maar die zijn verdwenen.
Toch lijkt het tij te keren: sinds een paar jaar zijn in de luwte van de stad twee theatergroepen ontstaan die allebei klassiek en modern repertoire spelen. Theater Mooi Weer en Altstadt Rotterdam heten ze, beide gevestigd in een eigen pand in de wijk Delfshaven.
Bijzonder is dat ze allebei mede werden opgericht door Eva Lemaire (Mooi Weer) en Philippe Lemaire (Altstadt), broer en zus en nazaten van de Rotterdamse acteursfamilie Lemaire. Jan Lemaire sr. was een beroemd acteur in Rotterdam en verre omstreken, zijn zoon Louis (de vader van Eva en Philippe) werd ook acteur en richtte in Rotterdam Jeugdtheater Hofplein op. Louis Lemaire had twee oudere broers, Jan Lemaire jr. en Cor Lemaire, die ook in het vak zaten. Jan jr. vooral als acteur, regisseur en schrijver, Cor Lemaire werd bekend als componist en begeleider van onder anderen Wim Kan en Annie M.G. Schmidt, met wie hij het hoorspel De Familie Doorsnee en later ook de tv-serie Pension Hommeles schreef.
Nu is het dus de beurt aan de nieuwe generatie Lemaire: Eva (35) en Philippe (38). De Volkskrant ging bij hen op bezoek: een verslag in drie bedrijven.
Over de auteur
Hein Janssen schrijft voor de Volkskrant over theater en richt zich vooral op toneel en musical.
In de vestibule en op het toilet van Theater Mooi Weer hangen in gouden lijstjes foto’s van allerlei beroemde acteurs. Van Ellen Vogel tot Jeroen Willems, en van Esther de Boer-van Rijk (Kniertje) tot Ko van Dijk. Wat ze gemeen hebben, is dat ze allemaal dood zijn – binnenkort, zo vertelt Eva Lemaire, komt er ook een foto van Helmert Woudenberg bij te hangen.
Die fotogalerij illustreert dat Theater Mooi Weer de traditie koestert, maar het stelt daar wel iets eigentijds tegenover. Zo ook vanavond, als Ibsens klassieke toneelstuk Vijand van het Volk (1882, over hebzucht versus maatschappelijk engagement) wordt gespeeld. In regie van Lemaire gooien de vier acteurs zich er volledig in: ze zijn snel, sexy en erg goed. In deze radicale bewerking van dramaturg Alexander Schreuder wordt Ibsens thematiek bovendien moeiteloos gekoppeld aan het klimaatprobleem van nu.
Eva Lemaire volgde de regieopleiding aan de Toneelacademie Maastricht en liep stage bij Johan Simons. Eerder dit jaar regisseerde ze bij Mooi Weer Dangerous Liaisons over de seksuele losbandige moraal van eind 18de eeuw, en daarin resoneerde overduidelijk het huidige MeToo-tijdperk. Inmiddels is er ook een tweede vaste regisseur actief, Lynn Schutter (29) die wat rauwer te werk gaat, getuige haar enerverende regie laatst van Yasmina Reza’s echtparenruzie-stuk Carnage.
Bij Theater Mooi Weer zit het altijd vol, vrijwel vanaf het begin in 2015, toen na een lange zoektocht een veredelde huiskamer aan de ’s Gravendijkwal werd gevonden. Daarna werd korte tijd gespeeld in de Schiecentrale en nu is een omgebouwd kantoorpand het vaste toneelhuis. Een kaartje voor Mooi Weer is altijd inclusief een vegetarische maaltijd. Lemaire: ‘Mensen vinden het enorm leuk dat ze bij ons kunnen eten, dat de acteurs achter de bar staan en dat ze na afloop met elkaar een glas wijn kunnen drinken.’
Vanavond is ook vader Louis Lemaire (81) aanwezig. Als hij binnenkomt gebeurt er iets: allerlei mensen begroeten hem hartelijk, soms met ferme omhelzing. Onder Rotterdamse theatermakers en publiek is hij een begrip als oprichter van Jeugdtheater Hofplein, de theaterschool waar duizenden kinderen en jongeren leerden vrijer en zelfverzekerder in het leven te staan.
Vraag Louis Lemaire naar het belang van theater en de rol van zijn familie daarin, dan krijg je het hele verhaal. Rustig en bescheiden vertelt hij zijn levensverhaal dat van zijn prille jeugd tot nu toe door het theater wordt beheerst.
Dat verhaal begint bij zijn vader Jan Lemaire sr. (1884-1982). Arm gezin, half-wees, leerling-schoenmaker, trambestuurder. Toen de jonge Jan in Amsterdam affiches zag hangen van het Paleis voor Volksvlijt ging hij daar toneellessen nemen. Dat bleek hij zo goed te kunnen dat hij om wat te verdienen optrad op kermissen, waar hij werd ontdekt door het gezelschap van Louis Bouwmeester. Later speelde hij ook bij het volkstoneel van Herman Bouber en bij het gezelschap van Herman Heijermans.
In de oorlog stopte hij met spelen en ging in het verzet, daarna trad hij een tijdje op met zeemansliederen en gedichten. Ook maakte hij deel uit van de destijds populaire hoorspelkern van de Vara en vanaf 1955 kreeg hij een vast engagement bij Het Rotterdams Toneel (later Het Nieuw Rotterdams Toneel).
Louis Lemaire: ‘Daar speelde hij in klassieke stukken als Medea en De Meeuw, maar ook in komedies als Wie trouwt de weduwe? In die tijd was ik een jaar of 13, 14 en als ik uit school kwam, liep ik altijd naar de schouwburg, sloop via de portier naar binnen en ging in de zaal zitten. Ton Lutz was daar directeur en na een paar jaar vroeg hij me om volontair, zo heette toen een stagiair, bij het gezelschap te worden. Daar speelde ik naast grote acteurs als Guus Hermus en Max Croiset.
‘Mijn vader was een acteur die van zijn vak genoot, en zeker ook van zijn bekendheid. Als hij jarig was werd hij door studenten opgehaald en in een rijtuig naar de schouwburg gereden. Ik herinner me nog dat ik een keertje met hem de bus in stapte en dat iedereen ging staan en applaudisseerde. Ja, hij was absoluut een acteur die gevierd wilde worden. Op zijn 97ste heeft hij zijn laatste rol gespeeld.’
Na een aantal jaren bij het Rotterdamse Toneel had Louis Lemaire het daar wel gezien en begon hij met cabaretgroep In den Twijfelaar. Daarna is hij in het jeugdtheater terechtgekomen en richtte hij kindertheater Wiedus op. De groep maakte snel naam en er volgenden tournees door Europa, Amerika en Canada. ‘Vijftien jaar leven in een vrachtwagen’, zo noemt Lemaire het. ‘Met de tournees van Wiedus hebben we goed verdiend en mede daardoor kon ik in 1985 jeugdtheater Hofplein beginnen. Daar brachten we jongeren uit allerlei Rotterdamse wijken in aanraking met theater. Ze speelden zelfgeschreven stukken en daar haalde ik dan allerlei professionele theatermakers bij om ze te begeleiden. Als je iets leerde over dans, muziek en acteren, dan durfde je jezelf meer open te stellen – dat was onze filosofie. Ik heb gezien hoe mooi dat was: de jongeren voelden zich opgetild, het verrijkte hun leven, ze voelden zich bijzonder.’
Jeugdtheater Hofplein werd een groot succes: jaarlijks meldden zich ruim vierduizend deelnemers aan, de voorstellingen trokken tussen de 70 en 80 duizend bezoekers. Uiteindelijk heeft Louis Lemaire er dertig jaar gewerkt, samen met zijn vrouw Christine Wehrli, een Zwitserse theatervormgever die hij in 1979 tijdens een festival in Berlijn had leren kennen. Opmerkelijk is hoe anders Louis Lemaire tegen het theater aankeek dan zijn vader Jan sr.: de vader de ijdele steracteur die genoot van de beroemdheid die het vak met zich meebracht, de zoon die vooral vanuit een emancipatiegedachte werkte, en het theater inzette om met name jongeren te laten spelen.
Logischerwijs brachten Louis Lemaire’s kinderen Eva en Philippe heel wat tijd door in de kleedkamers en zaal van Hofplein. Eva: ‘Ik was altijd in het theater te vinden. De meeste voorstellingen heb ik twintig keer gezien. Van mijn vader heb ik de liefde voor het vak geleerd, dat je je leven moet vullen met schoonheid en talentvolle mensen. Zoals ik ook probeer bij Theater Mooi Weer: de acteurs een huis geven waar we ons als groep kunnen ontwikkelen. Die zorg voor mensen heb ik absoluut van mijn vader’.
Ook Philippe Lemaire draagt de erfenis van huis uit mee: ‘Ik genoot ontzettend van die theateromgeving. Doordat er naast school een andere omgeving was, met andere wetten en vrijheden, kon ik ontdekken wie ik was buiten de dwingende groepsdruk van de middelbare school waar je als puber gevoelig voor bent. Het theater was daardoor een heel veilige omgeving voor mij.’
Eva Lemaire is de uitbundige van de twee: zij springt voorafgaand aan de voorstelling op de bar om het publiek toe te spreken. Philippe is meer ingetogen, hij opereert het liefst op de achtergrond. Vader Louis ziet de verschillen tussen beiden, en is trots op allebei. Bij Altstadt helpt hij mee als er iets gedaan moet worden, en omdat hij van bakken houdt, bakt hij in de kerstperiode altijd taart voor het publiek van Theater Mooi Weer.
Philippe Lemaire is met zijn zus Eva en een groepje geestverwanten in 2015 begonnen met wat toen nog Mooi Weer & Zo heette. Vier jaar later ging hij daar weg en heeft hij samen met Marijke de Kerf en acteur Délano van den Berg Altstadt Rotterdam opgericht. Gevestigd in een prachtig pand in Historisch Delfshaven, met een theatercafé, een toneelschool, drie repetitieruimtes en een theaterzaal.
Ook hier wordt de traditie in ere gehouden, vooral in de fraaie toneelbibliotheek, én doordat theatermakers als Hans Croiset, Erik Vos, Frans Strijards en Johan Simons er regelmatig komen werken en er dus een uitwisseling tussen verschillende generaties theatermakers ontstaat. In februari 2024 regisseert Johan Doesburg er de voorstelling Aardappelkelder.
Philippe Lemaire: ‘We hebben bij Mooi Weer een geweldige tijd gehad – vanuit het niets zijn we begonnen, heel veel spelen, koken voor het publiek en na afloop met elkaar een biertje drinken. Binnen de kortste keren zat het vol. Maar op een gegeven moment kreeg ik last van de druk van alsmaar produceren, het benauwde me. Ik wilde in een omgeving werken waar veel ruimte is voor experiment en nieuwe samenwerkingen. Uiteindelijk leidde dat tot het oprichten van Altstadt, een toneelbroedplaats waar ook de Toneelschool Rotterdam kon huizen. Voorlopig richt ik me vooral op de ontwikkeling van het grote geheel, daarnaast hou ik me veel bezig met scenografie’.
Rotterdam is volgens Philippe Lemaire een toneelwoestijn – er is nauwelijks aanbod van goed teksttoneel. Dit jaar speelde Altstadt Rotterdam Becketts Wachten op Godot en Delirium naar Mrozek maar ook Ridders, een locatievoorstelling in het voetbalstadion van Sparta. Behalve voorstellingen produceren en in eigen huis spelen, wil Altstadt een theatervoorziening zijn waar van alles door elkaar loopt: opleiding, workshops, lezingen, gastvoorstellingen, buitenlandse producties.
Philippe Lemaire speelde als jongen van 15 in regie van zijn vader de hoofdrol in Peter Pan van Jeugdtheater Hofplein. Volgens die vader was hij toen enorm populair, maar ook erg bescheiden. Bij het applaus halen bleef hij aan de zijkant staan. Nu heeft hij in Rotterdam zijn eigen theater.
De komende maanden worden belangrijk voor zowel Theater Mooi Weer als Altstadt Rotterdam. Beide groepen hopen dat de gemeente Rotterdam de betekenis en kracht van hun culturele ambities en bevlogenheid zal onderkennen en dat ze in aanmerkingen komen voor structurele subsidie. Nu moeten ze financieel alle beetjes bij elkaar zien te schrapen, uit eenmalige subsidies, fondsen en bijdragen van begunstigers.
De droom van Altstadt Rotterdam is een levendige toneelcultuur creëren, waarin toneelpubliek, liefhebbers, studenten en professionals samenkomen. Waar doorgroeimogelijkheden zijn en toonaangevende toneelstukken worden gemaakt. En ook belangrijk: de prachtige theaterzaal die nu al in gebruik is, zal worden uitgebreid en volgend jaar plaats bieden aan 195 bezoekers.
Eva Lemaire wil met Theater Mooi Weer uiteindelijk uitgroeien tot een groot Rotterdamse repertoiregezelschap, zoiets als voorheen het Ro Theater was. ‘Ik hou erg van acteurstheater, de acteur is voor mij het uitgangspunt. Met hen wil ik dat gezelschap realiseren, en veel spelen in ons eigen theater, maar ook op tournee. En volgend jaar gaan we als het lukt locatietheater maken, in de Citrusveiling hier in Rotterdam’.
Vader Louis Lemaire zit intussen ook niet stil: in januari gaat hij met een groep jongeren bij de Toneelschool van Altstadt aan de slag met het zelfgeschreven stuk De verjaardag van Hamlet, over een actrice die haar zoon Hamlet heeft genoemd. Maar eerst gaat hij dus die taarten bakken, zes per dag.
Ook die taarten zijn een traditie in de familie.
In de komende kerstperiode en ook de maand daarna speelt Altstadt Rotterdam Jean Genets Het Balkon (1956) over het wel en wee in het bordeel van Madame Irma, terwijl buiten de revolutie is begonnen. Met onder anderen Elsie de Brauw en Bert Luppes, en in regie van Johan Simons. Theater Mooi Weer speelt de komende weken ook een moderne klassieker: Scènes uit een huwelijk (1973) van Ingmar Bergman, in regie van Lynn Schutter.
In 1985 hebben Louis Lemaire (artistiek leider) en zijn vrouw Christine Wehrli (theaterdirecteur) Jeugdtheater Hofplein opgericht. Scripts werden geschreven door Lemaire zelf, maar ook door artiesten als Youp van ’t Hek, Jules Deelder en Diederik van Vleuten. Masterclasses werden geven door onder anderen Ton Lutz, Helmert Woudenberg, Willem Nijholt en Hans Croiset. Onlangs ontving Jeugdtheater Hofplein de eerste Elja Foundation Award van 75 duizend euro. De prijs zal voortaan elke twee jaar worden uitgereikt aan mensen of instellingen die iets uitzonderlijks doen voor kinderen en jongeren op het gebied van muziek, dans of beeldende kunst.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden