Het beste moment om te kijken is op vrijdagnacht rond één uur, maar ook daarvoor zijn de ‘vallende sterren’ al zichtbaar. Daarbij gaat het overigens niet daadwerkelijk om sterren die van het hemelgewelf richting aarde vallen. Dat is maar goed ook: sterren zoals de zon zijn groter dan de aarde en bestaan uit loeiheet plasma. De planeet onder onze voeten zou de ontmoeting met een échte vallende ster dan ook niet overleven.
Over de auteur
George van Hal is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Hij schrift over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart. Van Hal publiceerde boeken over alles van het heelal tot de kleinste bouwstenen van de werkelijkheid.
Vallende sterren bestaan in werkelijkheid uit brokjes ruimtepuin die op grote hoogte (zo’n 100 kilometer) en met grote snelheid (zo’n 125 duizend kilometer per uur) op de aardatmosfeer botsen. Door de hoge snelheid van die brokjes wordt de lucht ervoor samengeperst, waardoor het plaatselijk heel heet wordt en begint te gloeien.
De lichten aan de hemel die zo ontstaan noemen astronomen ook wel meteoren, overigens niet te verwarren met meteorieten, de naam die ruimtestenen krijgen wanneer ze de tocht door de atmosfeer overleven en op het aardoppervlak belanden. Omdat het bij dit soort meteorenregens in de regel om relatief kleine stofdeeltjes gaat, branden ze normaliter op voordat ze het oppervlak bereiken.
De Geminiden zijn vernoemd naar het sterrenbeeld Gemini (Tweelingen) waar de meteoren vandaan lijken te komen. In werkelijkheid zijn de brokstukjes echter achtergelaten door de planetoïde Phaeton, een ruimtesteen met een diameter van 5,8 kilometer.
Phaëthon is in de Griekse mythologie de zoon van zonnegod Helios, waarmee de naam verwijst naar het feit dat de planetoïde een baan heeft die opmerkelijk dicht langs de zon scheert: zo’n 20,9 miljoen kilometer, minder dan de helft van de kleinste afstand tot de zon van planeet Mercurius.
Omdat de aarde met haar baan de door Phaeton achtergelaten wolk van ruimtepuin kruist, zijn de Geminiden ieder jaar rond dezelfde datum te zien. Het beste moment om te kijken ligt dit jaar rond één uur ‘s nachts, zo beveelt de Nederlandse sterrenkijksite hemel.waarnemen.com aan. Als het helder en onbewolkt is, zijn op dat moment in het zuidoosten tussen de 55 tot 75 lichtflitsen per uur zichtbaar.
Ook eerder op de avond kun je de sterren echter al zien vallen. Rond 21 uur zijn in het oosten circa 30 tot 40 flitsen per uur te zien. Bij die schattingen gaat het om een donkere locatie. In een grote stad kun je ongeveer eenderde van de flitsen nog zien. Daarvoor heb je overigens geen speciale apparatuur nodig: de eigen ogen zijn genoeg.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden