Home

Ik moet nog wel handig worden, maar dat lukt vast; dat lijkt me echt iets wat je rond je 52ste ineens blijkt te zijn

Elke dag fiets ik langs een spandoek; het hangt aan het hek van een park vlak bij mij. Op het doek staan de volgende twee zinnen: ‘Niet ieder kind wordt later arts of advocaat. Leer je kinderen dat het oké is om met je handen te werken en toffe dingen te bouwen.’

Dat spandoek ontroert me. Niet vanwege de inhoud van de boodschap, want die is gewoon noodzakelijk, maar vanwege de bewoording. Degene die ik voor me zie die deze zin zou kunnen zeggen.

Ik zie een man voor me die deze zin zegt. De man is groot, heeft een geblokt overhemd aan, en een baard en een bril. Hij is sociaal werker. Hij geeft alle jongeren die bij hem langskomen een boks of een bro hug. De ouders geeft hij altijd een ferme hand. Hij vindt heel veel dingen oké, en ook veel dingen tof. En hij is zelf ook heel oké en tof. Hij heet Sjoerd, of Jan, of Mo. Dit alles visualiseert zich vanzelf als ik langs dat spandoek fiets.

Dit alles zeg ik zonder ironie: ik vind die tekst geweldig. Juist dat sociaalwerkerige dat ervan afstraalt, doet me goed. Ik verlang terug naar een tijd, voor zover die ooit heeft bestaan, dat heel veel boodschappen sociaalwerkerig waren, en niet hard, akelig of ongezellig.

En het is dus een belangrijke boodschap, want vind maar eens iemand die met zijn handen kan werken en toffe dingen kan bouwen.

Het enige wat ik een beetje onhandig vind aan deze tekst is de eerste zin. ‘Niet ieder kind wordt later arts of advocaat.’ Dat is wel erg gedacht vanuit een bepaald soort mensen. Er zijn zat ouders in Nederland die totaal niet verwachten of denken dat hun kind arts of advocaat gaat worden. Of dat willen. Of een kind hebben dat dat überhaupt zou willen, of kunnen.

Maar goed, het is een beetje flauw om te gaan kniesoren over die zin.

Ik verwacht dat ik nog wel een opleiding ga doen – ik ben momenteel bezig met de opleiding tot docent kunst, die is over vier jaar af, en dan kan ik weer door – en dan lijkt het me geweldig om voor meubelmaker te leren. Daarvoor moet ik dan wel eerst handig worden, maar dat lukt vast nog wel; dat lijkt me echt iets wat je rond je 52ste ineens blijkt te zijn, zonder dat je het ooit had vermoed.

De beoogde doelgroep van dit spandoek zal ik vast niet zijn, want niemand zit te wachten op een vrouw van 52 die zich ineens omgeschoold heeft tot timmerman – alhoewel, misschien wel. Maar ik fantaseer erover dat ik toffe dingen maak. En dat iedereen dat oké vindt.

Source: Volkskrant

Previous

Next