Zo waren prijzen vorige maand gemiddeld 2,4 procent hoger dan een jaar eerder. In het voorjaar lag dat percentage nog boven de 6 procent en vorig jaar zelfs nog hoger.
Toch is de ECB er niet gerust op dat het inflatieprobleem voorbij is. "Hoewel de inflatie de laatste maanden is gedaald, kan deze op korte termijn weer stijgen", aldus de ECB in een toelichting.
Gemeten over het hele jaar verwacht de Europese toezichthouder dat de inflatie volgend jaar uitkomt op 2,7 procent. Dat is lager dan dit jaar, maar nog altijd hoger dan het ECB-doel van 2 procent.
De centrale bank blijft daarom de inflatie in de gaten houden, maar is overtuigd dat de huidige rentestand voldoende zou moeten zijn om dat doel te halen.
Daarbij gaat het om de depositorente, een rente die banken krijgen als ze geld stallen bij de ECB. Die staat sinds een paar maanden op 4 procent en dat blijft voorlopig zo.
De voorbije twee jaar liepen prijzen van onder meer energie, boodschappen en benzine hard op. Op sommige momenten schoot de inflatie zelfs voorbij de 10 procent.
Om dit een halt toe te roepen, begon de ECB in juli vorig jaar met renteverhogingen. Het idee hierachter is dat commerciële banken zoals Rabobank en ING zelf ook hun rentes verhogen, bijvoorbeeld voor leningen.
Bedrijven gaan daardoor minder geld lenen voor investeringen, terwijl consumenten minder vaak een lening afsluiten om bijvoorbeeld een auto te kopen. Dit alles moet prijsstijgingen afremmen.
Ook moeten de hogere ECB-rentes zorgen dat sparen meer loont. Hierdoor zetten mensen meer geld opzij en geven ze het dus minder vaak uit, waardoor prijzen ook minder hard stijgen.
De laatste tijd is er kritiek dat banken de rentes op spaargeld niet genoeg zouden verhogen. Zo is sinds juli vorig jaar de ECB-rente omhooggegaan van -0,5 naar +4 procent, terwijl de verhogingen van grote banken in Nederland daar niet bij in de buurt komen.
Source: Nu.nl economisch