Rust Schrijver en dichter Erik Jan Harmens (53) weet sinds vier jaar dat hij autisme heeft. In een serie essays beschrijft hij hoe ineens alles, maar ook helemaal niets meer klopte. Deze week het slot: het niets.
Mijn hoogtepunt van 2023 (tot nu toe) was een moment van niks. Het was afgelopen voorjaar, ik wandelde door het park, nam plaats op het gras. Met een kreet sprong ik op, helemaal vergeten te checken of er kak lag. Vals alarm en weer gaan zitten. Here comes the sun van The Beatles neuriën, want de zon was doorgekomen. Sommige mensen zouden schrijven: ‘de zon begon te schijnen’, maar dat doet hij altijd. Alleen soms achter de wolken. Hoe dan ook genoot ik van de stralen. Ik sloot mijn ogen net niet helemaal, keek tussen mijn wimpers door naar twee mensen verderop. Die zaten daar ook maar een beetje te zitten. Zo ging er wat tijd voorbij, tijd waarin geen bal gebeurde.
Waar ik normaal een miljoen gedachten in mijn hoofd voel rondgaan, waren het er nu slechts een paar. Ik dacht aan een vriend die ik moest terugbellen, maar dat kon ook morgen. Ik baalde een beetje dat ik niet eerst had gecheckt of er kak lag voor ik was gaan zitten, voor hetzelfde geld zat ik helemaal onder, maar aan de andere kant: je kunt niet alles checken. Dat bedacht ik me en dat was het wel, alles bleef rustig en kalm. Natuurlijk bleef dit niet duren, al snel raakte ik weer bevangen door de veelheid van dingen. Toch zal ik me dit moment lang blijven herinneren. Ik denk eraan als ik moedeloos word omdat ik voor de zoveelste keer overprikkeld ben. Als ik als een oude man op de bank moet gaan liggen om te rusten, terwijl ik liever mee zou blijven doen.
Op de serie essays waarvan dit het slot is kwamen veel lieve reacties en soms was er kritiek. Dan vond men dat ik te negatief ben: „Mensen met autisme kunnen ook heel veel dingen wél.” Opvallend genoeg zijn het altijd mensen zonder autisme die dat zeggen. Die met autisme vinden het vaak juist fijn dat ik de dingen opschrijf zoals ze zijn.
De waarheid is dat iemand als ik tot veel in staat is, maar dat ik ook ‘beperkt’ ben omdat ik steeds overweldigd word door wat de wereld van me vraagt. Dat leidt tot eenzaamheid en tot wanhoop. Ik zit op zich vol levenslust, maar hóé te leven vind ik extreem ingewikkeld. Anderen zien geen uitweg meer: mensen met autisme overlijden gemiddeld veel vaker door zelfmoord dan mensen zonder autisme. Het Zweedse Karolinska Institutet komt uit op tien keer zoveel. De University of Iowa noemt met name mensen met autisme in combinatie met een hoger IQ een risicogroep. Als ik zoiets opschrijf ben ik niet negatief, ik geef de feiten.
Achttien jaar heb ik op een kantoor gewerkt en daar presteerde ik best behoorlijk, maar had ik bijvoorbeeld moeite om mee te doen aan de kletspraatjes bij de koffieautomaat. Doe dan niet mee, zou je zeggen, maar dan hoor je er niet bij en voel je je alleen. Vergaderen vrat energie vanwege de ‘bondjes’ die er onderling werden gesloten en die ik allemaal doorzag. Bovendien vond ik al dat gebabbel tijdverspilling. Toch nam ik steeds weer plaats rond de tafel, waarna ik alleen maar weg wilde, weg wilde, weg wilde.
In winkels baan ik me een weg door een woud van stemmen, gebliep en achtergrondmuziek. Met overal aanbiedingen die eigenlijk geen aanbiedingen zijn, maar ‘oor-aannaaiingen’. Ik heb een koptelefoon met noisecancelling, alleen dan hoor ik het niet als mensen me gedag zeggen of iets willen vragen. Bovendien zou ik me liever niet steeds zo van de wereld willen hoeven afsluiten: ik wil er juist bij horen.
Liefde is moeilijk. In een relatie word je geacht het fijn te vinden als iemand de hele dag met de vingers over je arm of been of onderrug heen en weer gaat. ‘Strelen’, heet dat concept, maar ik krijg er de zenuwen van. Lepeltje-lepeltje slapen? De hel op aarde! Ik wil ruimte, maar dat vrijheidsstreven wordt vaak als het tegenovergestelde beschouwd van intimiteit. Terwijl voor mij het afspraken kunnen maken over wanneer je wel of niet wordt aangeraakt juist heel erg ‘samen’ voelt.
Ik werk aan een non-fictieboek en een podcastserie over autisme en interview daarvoor diagnosegenoten. Steeds komt uit de gesprekken dezelfde vraag naar voren: is er plek voor mij? Niet-autistische mensen antwoorden: „Natúúrlijk is er plek voor jou!” Maar wat ze bedoelen is: kom erbij, doe met ons mee.
Om dat te kunnen doen moet ik me aanpassen, maar ben ik ook welkom als ik dat níét doe? Als ik vergaderingen oversla, niet meelunch maar mijn boterhammetje achter mijn bureau opeet, vaker thuis ga werken? Is er nog steeds een plek voor mij als ik iemand midden in een zin onderbreek omdat ik zijn gekakel niet meer kan verdragen?
Een vriendin van mij trekt soms ineens een sprintje over de gracht, tot aan de brug en terug, om overtollige energie kwijt te raken. Een vriend mag graag en plein public een tijdje met zijn hoofd heen en weer bonken, daarbij een brommend geluid makend. Een andere vriend had pas een sollicitatiegesprek en raakte afgeleid door geluiden van buiten. Toen hij vroeg of het raam dicht mocht, was het idee dat een beetje frisse lucht toch geen kwaad kon. Hij kreeg de baan niet.
Is er plek voor deze mensen? Niet echt. Ze worden als raar beschouwd, als onvoorspelbaar en in het geval van het ‘bonken’ soms als potentieel gevaarlijk.
In een van de essays schreef ik dat ik feestjes ingewikkeld vind, waarna ik ineens nergens meer voor werd uitgenodigd. Ik zal het er zelf naar hebben gemaakt, maar voelde me toch buitengesloten. Wat ik heb voorgesteld is samen zoeken naar alternatieven. Dan kom ik bijvoorbeeld de dag na een feestje en help ik met opruimen. Gezellig én nuttig en ik ben er toch een beetje bij. Soms werkt het, soms niet, het is uitproberen. Als er geen plek voor mij is moet ik die misschien zelf creëren.
Er gebeurt meer. Het Stedelijk Museum in Amsterdam organiseert ‘prikkelarme uren’. Sommige bedrijven bieden medewerkers de mogelijkheid om op zaterdag naar kantoor te komen in plaats van op maandag. Ik ben zelf het bewijs dat je in de liefde iemand kunt treffen die om ruimte vragen in bed niet als een afwijzing beschouwt. Instagram-account The Introvert Nation schreef over de ‘Silent Book Club’, waarbij je samen met anderen in stilte een boek leest. Gezelligheid, maar dan behapbaar.
Overigens verlangen mensen met een hoofd zoals ik niet echt naar ‘niets’, maar naar ‘wat vaker even niets’. Zoals eerder dit jaar dat gelukzalige moment in het park, toen ik op het gras zat te zitten. Het was alsof ik de stop uit een bad trok: alles woesjde weg. Daarna kwam het wel weer terug, maar dat het even weg was geweest gaf vertrouwen.
Dinsdag 19 december is Erik Jan Harmens gastheer van de Grote Autisme-Talkshow in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Aanmelden via dezwijger.nl/agenda. Toegang gratis.
Source: NRC