Home

Nooit stak Martin Bosma een vinger uit om iets te doen tegen de ontaarding van het parlementaire debat

Martin Bosma is een vaardige, neutrale en ontspannen Kamervoorzitter. Maar zijn er niet wat andere dingen die zwaarder wegen?

In januari 2016 koos de Tweede Kamer, net als nu, een nieuwe voorzitter. PVV-kandidaat Martin Bosma was de favoriet van Geert Wilders, maar die richtte zijn aandacht vooral op de kandidatuur van Khadija Arib. Die had hij eerder al frontaal aangevallen op haar afkomst (‘Het zal nooit wennen, een Marokkaanse als Kamervoorzitter’) maar dat deed hij nog een keer dunnetjes over toen Arib daadwerkelijk werd gekozen. Hij liep boos weg en deelde zijn verontwaardiging op Twitter (‘Het is een zwarte dag voor dit nepparlement’), waarna ook zijn aanhang nog even een paar dagen losging op Arib.

Dat hij daarna een nóg grotere hekel kreeg aan Aribs opvolger Vera Bergkamp, en daardoor zowaar openlijk ging terugverlangen naar Arib, neemt niet weg dat hij er destijds alles aan deed om haar, puur en alleen vanwege haar migratieachtergrond, maximaal te beschadigen. Het was een haatcampagne die het Nederlandse parlement nog niet eerder had gezien.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Nu Martin Bosma opnieuw kandidaat is, gaat het debat vooral over zijn representatieve rol. Kan dat wel, een Kamervoorzitter die de excuses voor het slavernijverleden wil intrekken, straks op de eerste rij bij de slavernijherdenking? Of op 4 mei naast de koning op de Dam, als rechterhand van een partijleider die tot aan de Hoge Raad is veroordeeld wegens ‘onnodig grievende uitlatingen die de grondbeginselen van de rechtsstaat overschrijden’.

Dat kunnen Kamerleden er allemaal bij halen, als ze vandaag moeten kiezen tussen Bosma en Tom van der Lee. Maar ze kunnen het ook overzichtelijk houden: het gaat nu even in de eerste plaats om het aanzien van hun eigen werkplek, de Tweede Kamer zelf. Vertrekkend voorzitter Bergkamp kreeg kritiek wegens haar vaak weifelachtige optreden tegen de steeds frequentere schendingen van de fatsoensnormen, maar het was toch echt de PVV die de hoofdrol speelde in dat patroon: steeds werd de grens een stukje verder verlegd. Nog niet zo lang geleden sprak Bosma’s fractiegenoot Gidi Markuszower in de nationale vergaderzaal over een ‘continue en ongecontroleerde instroom van veelal kansarme, gevechtsklare, mannelijke, westerse cultuur hatende, want uit islamitische landen afkomstige immigranten die Nederland platwalst, zoals een bulldozer dat met gebouwen doet’.

Dat is geen normale kritiek op het immigratiebeleid, maar een stigmatiserende en dehumaniserende aanval op mensen vanwege hun afkomst. En het is slechts één voorbeeld. Politieke tegenstanders zijn ‘knettergek’, doen ‘huilie huilie’ of ‘staan met een pruillip’ bij de interruptiemicrofoon. Regelrechte bedreigingen vanuit de PVV aan het adres van andere Kamerleden (‘Ik zal je najagen’) hebben we ook al gehoord. Vanuit de Tweede Kamer draagt de PVV zo in hoge mate bij aan de opgefokte polarisatie in het maatschappelijk debat.

Het is waar dat Bosma, zodra hij in de voorzittersstoel zit, debatten doorgaans vaardig, ontspannen en volstrekt neutraal leidt. Maar het is ook waar dat hij als lid van de PVV-fractie nooit een vinger heeft uitgestoken om iets te doen tegen de ontaarding van het parlementaire debat.

Het is vandaag een geheime, persoonlijke stemming. Elk Kamerlid kan helemaal voor zichzelf beslissen wat het zwaarst moet wegen.

Source: Volkskrant

Previous

Next