Het zijn een soort tiny houses, zeventien in getal. Die huisjes fleuren de publieke ruimte op in de zakenwijk Shibuya van Tokio, en je mag het gerust een opmerkelijk project noemen: het Tokyo Toilet Project. Ontwerpers en architecten van naam – vooral Japanners, zoals de vermaarde Tadao Ando, maar ook de Australiër Marc Newson – experimenteerden met stijlvolle toiletgebouwtjes, als betrof het een kunstmanifestatie.
Er is een website van (tokyotoilet.jp), maar om ze te zien kun je ook naar Perfect Days gaan, de nieuwe film van Wim Wenders. Daarin volgen we schoonmaker Hirayama voor wie het een dagelijkse routine is om al die huisjes te onderhouden. En ondanks zijn ogenschijnlijk monotone bestaan is Hirayama domweg gelukkig in zijn rol, op het zen-achtige af.
Over de auteur
Rob van Scheers schrijft voor de Volkskrant over film, thrillers, muziek en graphic novels. Hij publiceerde achttien non-fictietitels, waaronder de biografie van regisseur Paul Verhoeven.
Bij zonsopgang staat hij op, kiest hij zijn cassettebandje van de dag voor in de auto, gaat de toiletten af met emmer en dweil, even lunchen, weer verder, en dan naar huis waar hij na een eenvoudige maaltijd pockets van Patricia Highsmith en William Faulkner leest, terwijl hij op een matje ligt.
En de volgende dag weer.
En de dag daarop ook.
Een minimalistisch bestaan, uit vrije keuze.
De Japanse topacteur Kôji Yakusho die Hirayama speelt, met zijn markante kop, won er in Cannes de prijs voor beste hoofdrol mee. Hij zet dan ook een uitzonderlijk personage neer, een die je niet vergeet.
Regisseur Wim Wenders (78), via Zoom: ‘Hirayama beschouwt zijn werk als waardevol en hij houdt van mensen, dus hij doet dat schoonmaken graag. Dat is iets heel Japans, zo heb ik wel geleerd: gemeenschapszin. Je nuttig maken voor een ander. In het Westen wordt nog weleens neergekeken op zulke baantjes, maar in de Japanse samenleving draaien schoonmakers en ambachtslieden volop mee.’
Wenders: ‘Ja, dat klopt. Ik vond dat ook niet noodzakelijk. In zekere zin leidt hij Hirayama het leven van een monnik, en ’s avonds gaat hij tevreden naar bed. Ik vond dat wel een mooi idee. Misschien hoef je ook helemaal niet zoveel van zijn achtergrond te weten.
‘Toch wilden co-scenarist Takuma Takasaki en ik de kijkers wel een hint geven. Daarom hebben we die scène met zijn zus erin geschreven. Zij komt bij hem langs in een grote auto met chauffeur, en brengt hem een cadeautje: chocolade uit een dure delicatessenzaak. Als ze weer instapt, realiseer je je dat zij teruggaat naar een rijke omgeving waarin zij min of meer gevangen zit. En je begrijpt: dat is de wereld waaruit Hirayama doelbewust ontsnapt is.’
Het verzoek van de Japanse overheid, afdeling culturele zaken, om eens naar het Tokyo Toilet Project te komen kijken, arriveerde per brief op Wenders deurmat in Berlijn. Vorig jaar mei reisde hij af, Japan kwam net uit zijn langste lockdown ooit. Aldaar stelden ze hem voor een reeks korte documentaires te maken over de ontwerpen en hun scheppers. ‘Ik vond het bijzonder dat deze architecten, die normaal stadions en wolkenkrabbers bouwen, zich zo uitleefden op deze kleine objecten. Maar ik dacht ook: wie zou dat willen zien? Alleen maar een paar mensen die geïnteresseerd zijn in architectuur.’
Hij deed een tegenbod: we maken er fictie van. Een verhaal over een schoonmaker die al die sanitaire pareltjes onderhoudt. ‘Ik voelde dat er iets groters in zat. Een film over de manier waarop Tokio na corona weer tot leven was gekomen, met die bijzondere toilethuisjes als decor. Juist in speelfilms kunnen steden mooi worden gevangen. Bij mijn eigen Der Himmel über Berlin (1987) dacht ik ook eerst aan een documentaire, maar het werd fictie. En nu wordt de film gezien als een document over een stad die na de val van de Muur niet langer bestaat: West-Berlijn, net na de Koude Oorlog.’
De Japanse opdrachtgevers waren het met hem eens. ‘Wel wilden ze dat ik het binnen de gestelde tijd zou doen, omdat ze budget hadden voor vier minidocu’s in zestien draaidagen. Oké, dat kon. Maar dan moesten we het verhaal wel klein houden en de hoofdpersoon in zijn routines volgen. Zo hebben we de speelfilm in precies zestien dagen gedraaid. ’
‘Dat is precies het gevaar, ja. Hirayama is een door en door Japans personage, en ik ben een Duitse romanticus. Ik kan geen Japanse film maken, ik ben geen Japanse regisseur. Wel heb ik mij zoveel mogelijk proberen te voegen naar het Japanse universum, en alles benut wat ik wist over en waardeerde aan de Japanse cultuur. Zo ben ik een bewonderaar van de grote regisseur Yasujiro Ozu over wie ik in 1985 al eens de documentaire Tokyo-Ga heb gedraaid.
‘Het is waar: Perfect Days is gemaakt door de lens van een Duitser die dol is op Japan. Maar ik kon mijzelf als regisseur ook niet laten verdwijnen. Dus het werd een noodzakelijke samenvoeging. Met uitzondering van mijn Duitse cameraman, Franz Lustig, en mijn vrouw Donata, was de hele cast en crew Japans. Maar ik besef dat het met een Japanse regisseur een andere film was geworden.’
‘Zeg dat maar niet, want de Amerikaanse recensies van Paris, Texas waren destijds rampzalig. Zo van: waarom komen al die Europese regisseurs toch hiernaartoe om ons te tonen hoe wij leven? Hebben we daar een Duitse cineast voor nodig?
‘Ze waren behoorlijk vijandig, en ergens hadden ze ook wel gelijk. Het was een Europese film die werd gedraaid in Amerika. Een romantische visie van cameraman Robby Müller en mij op mythisch Amerika, dat van the Southwest, een gevoel dat wij deelden. Daar ontwikkelden wij ons eigen vocabulaire bij, maar de Amerikanen voelden zich beledigd. Amerikanen vinden dat zij zelf overal ter wereld mogen filmen, maar als je op hun territorium komt, is het al snel foute boel.’
‘Alles wat ik weet van licht, heb ik van hem geleerd. Die kennis draag ik mee. Zijn filosofie was: je kunt de zon niet stoppen, je moet het licht juist volgen. Dan vang je het prachtig op film. Voor Perfect Days heb ik met mijn cameraman Franz twee dagen en nachten doorgebracht in het appartement van Hirayama om te zien hoe het licht daar binnenviel en weer vertrok, zodat we het juiste camerastandpunt konden vinden. Hirayama’s appartement is de microkosmos van de film. We woonden daar, sliepen daar, en ik denk dat Robby het ook zo had gedaan.’
‘Nou... Donata en ik hebben dat appartement in Tokio aangehouden. Ik ga daar niet de hele tijd zitten, maar ik heb wel het idee dat ik er zou kunnen aarden. Gewoon in alle stilte naar muziek luisteren en een boek lezen, en ondertussen nieuwe plannen verzinnen. Doorgaans is mijn leven zo complex dat ik maar weinig van zulke rustmomenten kan vinden. Tegenwoordig heb ik een groot verlangen om eenvoudiger te leven. Na Perfect Days heb ik ook ons Berlijnse appartement flink opgeschoond. Leven met zo min mogelijk spullen en bezit, alleen wat je écht nodig hebt. Ik ben het nog niet, maar ons personage Hirayama is daar een meester in.’
‘Ja, maar dat wisten wij niet toen we het script schreven. Wij dachten alleen: hij rijdt in een heel oude auto, en daar zit nog zo’n cassettespeler in. Zijn lievelingsmuziek heeft hij nooit weggegooid. Die draait hij op weg naar zijn werk: Lou Reed, The Animals, hij is dol op de sixties en seventies. Dat was het idee. Maar toen we extra research gingen doen in Tokio, stuitten we op muziekwinkels die alleen nog cassettes inkochten en verkochten, tegen fikse prijzen.’
‘Ik heb erover nagedacht: het is niet alleen maar nostalgie. De jeugd heeft ontdekt dat je iets kunt doen met cassettes wat niet kan met je iPhone of met Spotify. Binnen die digitale muziekindustrie kun je alleen maar playlists versturen. En als je Spotify binnenlaat, beginnen ze jou playlists te sturen, gemaakt door algoritmen.
‘Een tape kun je zelf samenstellen en er tussendoor wat bij inspreken. Alsof je een brief aan iemand schrijft, het is heel persoonlijk. Ik woonde van 1978 tot 1985 in de VS, en iedere week stuurden mijn broer Klaus en ik elkaar mixtapes. Iedere week! Hij vanuit Duitsland Europese muziek, en ik Amerikaanse bands.
‘Klaus was arts en hij is helaas overleden, dat samenstellen van die tapes mis ik enorm. Ik heb de hele collectie van onze compilaties op cassette met zorg bewaard, maar alle andere cassettes heb ik dom genoeg eind jaren tachtig weggegooid. Daar heb ik spijt van, want in Japan zou ik nu heel rijk zijn, haha.’
De in Tokio geboren Japanse regisseur Yasujiro Ozu maakte vanaf 1927 zo’n zestig films, waaronder komedies. Hij werd geroemd om zijn onorthodoxe camerastandpunten. Als zijn meesterwerk geldt Tokyo Story (1953) over het generatieconflict tussen traditionele Japanners en de jeugd. Wim Wenders: ‘Hij was de regisseur die ik het meest bewonderde. Ik heb hem pas laat ontdekt. Hij had al heel wat films gemaakt, maar de Japanners exporteerden zijn werk niet naar het Westen, omdat ze meenden dat hij té Japans was. Dus toen ik midden jaren zeventig drie van zijn films op een festival in New York zag, werd ik er verliefd op: ik heb door zijn films veel geleerd over de Japanse cultuur. Mijn hoofdpersoon Hirayama uit Perfect Days is vernoemd naar het oudere echtpaar uit Tokyo Story.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden