Een kleine schuld die niet kan worden afgelost, kan in korte tijd uitgroeien tot een ondraaglijke last. Een gezonde, weldenkende overheid zou daar op geen enkele manier een bijdrage aan willen leveren.
De Rijksoverheid treedt haar burgers wel vaker met een naar gezicht tegemoet, maar de opstelling van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) op het moment dat iemand een verkeersboete krijgt, is gerust grimmig en intimiderend te noemen. De boetes zijn niet alleen hoog, maar wie niet snel genoeg betaalt wordt geconfronteerd met torenhoge aanmaningskosten.
De overheid incasseert jaarlijks 137 miljoen euro aan inningskosten boven op de oorspronkelijke boete, blijkt uit een analyse van de Volkskrant.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Uit eerder onderzoek van het WODC, het kennisinstituut van het ministerie van Justitie en Veiligheid, blijkt dat deze extra kosten maar beperkt effectief zijn. Na de eerste verhoging blijven vooral Nederlanders over die de boetes eenvoudigweg niet kunnen betalen. Verdere verhogingen hebben geen enkele zin. Ze dragen er slechts toe bij dat Nederlanders met schulden verder in de problemen komen. Een overheid die bestaanszekerheid hoog in het vaandel heeft, zou direct moeten stoppen met deze praktijken.
De Nederlandse schuldenindustrie is volstrekt ontspoord. Een kleine schuld die niet kan worden afgelost, kan door de vele aanmanings- en incassokosten in korte tijd uitgroeien tot een ondraaglijke last. Een gezonde, weldenkende overheid zou daar op geen enkele manier een bijdrage aan willen leveren.
Hoe onrechtvaardig de boetes zijn, blijkt ook uit een vergelijking met het strafrecht. Automobilisten die te hard willen rijden, kunnen beter meer dan 35 kilometer per uur te hard rijden. Dan vallen ze onder het strafrecht en blijven ze verschoond van de aanmaningskosten die het CJIB rekent. 500 euro is dan het maximum, terwijl de boete voor een snelheidsovertreding bij het CJIB kan oplopen tot ruim 1.000 euro.
Bij de laatste verhoging van de verkeersboetes, dit najaar, protesteerde het Openbaar Ministerie omdat de boetes niet meer in verhouding stonden tot de boetes op andere vergrijpen. Dilan Yesilgöz, minister van Justitie, zette niettemin door omdat ze – naar eigen zeggen – anders haar begroting niet rond kreeg.
Boetes zijn bedoeld om ongewenst gedrag af te straffen. De hoogte moet afhankelijk zijn van de ernst van het vergrijp en het beoogde effect. Nu is de hoogte vooral afhankelijk van de grootte van het gat in de begroting. De aanmaningskosten werden ruim tien jaar geleden niet geïntroduceerd omdat boetes niet werden betaald, maar omdat de toenmalige minister van Justitie, Ernst Hirsch Ballin, te weinig geld had.
Dat het ministerie dat de boetes int ook de hoogte mag bepalen, resulteert in een perverse prikkel. Het ministerie laat zich niet leiden door principes van rechtvaardigheid, maar door ordinaire financiële overwegingen. Het gedrag van de CJIB straalt in alles wantrouwen uit. Burgers die niet betalen, doen dat vast uit berekening of kwade wil, is de redenering, en moeten hard worden gestraft. Een overheid die zo’n lage dunk heeft van haar burgers moet niet raar opkijken als ze zelf met eenzelfde lage dunk wordt bekeken.
Source: Volkskrant