Epic, de Amerikaanse gamesuitgever en gamesdistributeur, heeft Google aangeklaagd wegens schending van de wetten die monopolies moeten voorkomen. Google maakte het bedrijven heel lastig om apps aan te bieden aan bezitters van apparaten met Android, Google’s besturingssysteem voor vooral mobieltjes en tabletcomputers. Toegang tot de app-store, die op elk Android-apparaat staat geïnstalleerd, kost aanbieders een deel van ieder bedrag dat ze voor een app vangen, of voor abonnementen en andere extra’s.
Die gedwongen ‘winkelnering’ vecht Epic aan. Het lokte een rechtszaak uit door spelers van Fortnite de mogelijkheid te bieden om uitbreidingen voor het populaire online-spel rechtstreeks bij Epic te kopen, in plaats van die af te rekenen aan de kassa van Google’s app-store. Met die omleiding schond de gamesuitgever de gebruiksvoorwaarden. Google deed daarop Fortnite in de ban: miljoenen gamers konden het spel niet langer op hun mobieltje of tablet spelen. Misbruik van een monopoliepositie, klaagt Epic.
Omdat er een uiterst lucratief verdienmodel op de tocht staat. De verkoop van apps en abonnementen bracht het techbedrijf vorig jaar ruim 42 miljard dollar (39 miljard euro) in het laatje, zo'n beetje een zevende van de jaaromzet van moederbedrijf Alphabet. Google incasseert 15 procent van elke dollar die app-makers in zijn ‘store’ verdienen en tot 30 procent aan abonnementen, andere diensten en extra's die ze via hun toepassing of game verkopen. Fortnite bijvoorbeeld is gratis te downloaden op een mobieltje, maar cosmetische aanpassingen van de avatar waarmee een gamer het strijdtoneel betreedt kosten wel weer geld. Een ander uiterlijk, oftewel ‘skin’, kan in de honderden dollars lopen. Epic verdient per jaar zo'n 5,5 miljard aan Fortnite. Van dat bedrag strijkt Google dus een deel op.
Het techbedrijf zegt dat het elk jaar miljarden steekt in de verdere ontwikkeling van Android. Het geeft die ‘motor’ voor mobieltjes en tablets gratis weg. Dat geld moet het bedrijf ergens vandaan halen. De app-store zelf kost ook klauwen met geld. Aangezien dagelijks gebruikers miljoenen apps downloaden moet Google veel investeren in een robuust netwerk van internetverbindingen en servers. Ook moet het medewerkers betalen die apps testen en controleren of er geen virussen verstopt in zitten. En ja: ook de verwerking van betalingen in de app-store kost vanzelfsprekend geld.
Epic heeft op alle elf punten van zijn aanklacht tegen Google gelijk gekregen. Zowel de verplichting om via de Google Play - zoals de app-store heet - toepassingen en abonnementen aan te bieden als de eis om een deel van de opbrengsten af te staan zijn in strijd met de monopoliewetgeving, stelt de jury. De spelregels duperen de consumenten, omdat die maar bij één loket terecht kunnen en geen goedkopere prijzen kunnen vinden.
De jury keek ook op van de afspraken die Google maakt met de aanbieders van hele populaire apps: die krijgen geld toe als ze hun toepassingen en games via Google Play aanbieden. Advocaten van Epic omschreven dat als ‘steekpenningen’, Google ontkent dat in alle toonaarden. Ook hekelde de jury de wurgafspraken die Google oplegt aan fabrikanten die Android willen gebruiken op hun mobiele telefoons. Die zijn verplicht om allerlei Google-apps te installeren, waaronder Google Play.
Zo snel gaat dat niet. De jury heeft zich alleen uitgesproken over de vraag of Google zijn monopolie misbruikt, niet over de maatregelen die daar een einde aan moeten maken. Daar gaat de rechter over. Die beslist binnen enkele maanden, nadat er eerst hoorzittingen zijn geweest. Google heeft ook al aangekondigd dat het in beroep gaat tegen het uiteindelijke vonnis. Dan zijn we al weer snel een jaar of twee verder.
Juristen zitten op de wip: de jurisprudentie over monopolies in de VS is ingewikkeld. Google kan misschien troost putten uit een identieke zaak die Epic tegen een andere app-store aanspande: die van Apple. Ook deze techreus staat niet toe dat gebruikers via andere wegen of winkels apps op zijn iPhone en iPad installeren. Ook Apple neemt een flinke hap uit het geld dat makers van apps in de app-store verdienen. In 2021 oordeelde een rechter dat Apple weliswaar andere betalingsmethoden moest toestaan, maar dat het bedrijf geen misbruik maakte van een monopoliepositie.
Dat argument gebruikte Google ook in de rechtszaak tegen Epic: omdat consumenten ook een telefoon van Apple kunnen kopen met een ander besturingssysteem (iOS) is er geen sprake van een monopoliepositie. Om de concurrentie met Apple te kunnen weerstaan, heeft Google ook al een keer de tarieven van zijn app-store verlaagd. ‘Dat is niet het gedrag dat je van een monopolist zou verwachten', voerden de advocaten van Google aan.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden