VanMoof was jarenlang een bejubelde start-up, tot de stemming omsloeg en de e-bike de schuld kreeg van alles wat er mis is in de grote stad. Journalist Doortje Smithuijsen constateert dat dat niet toevallig in inflatiepiekjaar 2022 gebeurde. Geld en succes zijn leuk, tot het onszelf minder gaat.
Nederland kon het over weinig eens worden, het afgelopen jaar. We voelden allemaal dat we in een crisis zaten, maar kwamen er niet uit in wat voor een – een stikstofcrisis, een woningcrisis, een klimaatcrisis of toch een VVD-crisis. De vraag of mensen uit Syrië vluchtelingen waren of gelukszoekers verdeelde het land genadeloos. Net als de kwestie of we te woke waren geworden, of toch te behoudend. Waarover we het collectief wel razendsnel eens waren: yuppen op hippe e-bikes, en dan specifiek op VanMoofs. Het enige overgebleven raakvlak van GroenLinks-PvdA-, VVD-, NSC- én PVV-stemmers: een gedeelde afkeer van aluminium designfietsen in lichtblauw, grijs of zwart. En van hun eigenaren. In welke crisis je ook verkeerde, de VanMoofrijder had er op de een of andere manier schuld aan.
Vandaar dat het faillissement van VanMoof afgelopen zomer het enige onbetwiste goede nieuws vormde van 2023. In de provincie lachten ze om die sneue Randstedelingen, van wie het nieuwste onnodig dure speeltje werd afgepakt. In de Randstad werd vanaf de Urban Arrow-, de Cowboy- of Veloretti-e-bike gewezen naar VanMoof-bezitters, onbetwist de asociaalste punt van de elektrische fietspiramide. Ook VanMoof-rijders konden wel lachen om hun failliete vervoersmiddel – een beetje zelfspot staat de economische bovenlaag altijd goed.
Over de auteur
Doortje Smithuijsen is filosoof en journalist. Voor de Volkskrant schrijft ze essays en reportages.
Enige weerzin richting VanMoofs is best begrijpelijk – elk merk dat fietsen van 3.000 euro verkoopt, zich profileert met termen als ‘turbospeed’ en berijders benoemt tot ‘kings of the road’ vraagt natuurlijk om spot. Toch is de heftigheid van de VanMoof-haat opvallend, net als de relatieve snelheid waarmee het aanvankelijke ontzag voor de Nederlandse e-bike omsloeg in collectieve hoon. Recenseerde NRC de fiets in 2016 nog jubelend als eerste design-e-bike tegenover alle degelijke boomermodellen – dit is hoe ‘de toekomst er op de fiets uit kan zien’, aldus de krant; zomer 2023 verkneukelde columnist Youp van ’t Hek zich wekelijks bij al die ‘havermelkyuppen’ die konden fluiten naar hun ‘aanstellerige yuppenfiets’ – ‘heerlijk yuppenleed’.
Oorzaak voor die snelle omslag: de ruimte die de VanMoof het afgelopen jaar innam in (sociale) media. De fiets werd dankbaar onderwerp van online memes, die richting het faillissement van het fietsenmerk steeds talrijker werden. Bepalend voor het gesprek werd een tweet die opmerkte hoeveel mensen op een VanMoof naar Rocycle gingen: 3.000 euro betalen om niet te hoeven fietsen, om vervolgens 14 euro kwijt te zijn aan een uurtje spinnen. Bij Het Parool ging nog net niet de vlag uit toen VanMoof failliet bleek. Maandenlang had de Amsterdamse krant gretig gepubliceerd over de neergang van het fietsenmerk. De collectieve fietshaat vormde een voedingsbodem voor anarchistische organisaties: er ontstond een collectief dat zich de Rode Fiets noemde en in naam van het antikapitalisme ’s nachts tiewraps om VanMoof-banden bevestigde. Een andere criticus richtte de Anti VanMoof Cycling Club op: een kledinglijn met petjes en T-shirts, waarmee de anti-VanMoofs elkaar makkelijk zouden kunnen herkennen op straat.
Terwijl veel Randstedelijke VanMoof-haters met afgrijzen toekeken hoe mensen in de provincie zich verzetten tegen de komst van asielzoekerscentra, en hoe ze al hun problemen leken af te schuiven op vluchtelingen, reageerden ze zelf ongeveer even primair en ongenuanceerd op de hippe e-bikes. Ten overstaan van oncontroleerbare ontwikkelingen die hun leven drastisch beïnvloedden – stijgende huizenprijzen, instroom van toeristen, yuppen en expats; steeds minder sociale huurwoningen en buurtwinkels, steeds meer daklozen en hippe koffiezaken – gingen ze op zoek naar een zondebok.
De VanMoofs waren een makkelijke prooi: goed herkenbaar in het straatbeeld, zelfs hoorbaar voordat ze zichtbaar zijn, dankzij de harde bel en het lichtgeraakte alarm. Berijders kregen dankzij hun ostentatief snelle en overdreven mooie fietsen vanzelf iets hautains. Bovendien waren ze onbetwist rijk – ze zaten op een fiets van rond de 3.000 euro – en daarmee ogenschijnlijk zorgeloos. Als we niet meer weten naar wie we moeten wijzen, wijzen we maar naar wie het beter hebben dan wijzelf, in de overtuiging dat zij op de een of andere manier profiteren van onze malaise.
Een jaar of vijf geleden was de gehate fiets nog een rijdend statussymbool. Rond de oprichting in 2009 publiceerde Het Parool kritiekloos hoe ‘hufterproof’ het eerste model was, en hoe duurzaam, met ingebouwde zonnecellen en een glazen lamp ‘zo sterk dat een Boeing 747 eroverheen kan rijden’. Zeven jaar later volgde het bericht dat VanMoof in New York een winkel had geopend, en een langer stuk over de diefstalbestendige fiets; over ‘slim design’ en een gps-systeem ‘dat zich bewezen heeft’. Een jaar later kopte de Volkskrant ‘De VanMoof-fiets verovert de wereld’ boven een lang stuk over de oprichters en hun ‘internationale fietsenimperium’. In 2020 besloot Het Parool dat VanMoof de fietsenmarkt veranderde ‘zoals Tesla de auto-industrie op zijn kop had gezet’. Nog geen drie maanden later: weer een groot stuk over VanMoof, deze keer over ‘bikehunters’. Dat bleken vlotte jongens die naast hun studie bijklusten als slijptol-cowboys in dienst van de tech-onderneming; een soort start up-Robin Hoods. Het Parool zag bewonderend hoe zij een gestolen VanMoof terugbrachten naar het hoofdkantoor. ‘De zoektocht naar een fiets die al een half jaar gestolen was, heeft maar een kwartier geduurd.’
De jaren daarna veranderde het sentiment waarmee media over VanMoof berichtten. Mochten oprichters Ties en Taco Carlier eind 2021 nog in een Parool-interview verklaren dat ze nauwelijks winst maakten en ‘nog in een huurhuisje’ woonden; begin 2022 kopte de krant dat ‘goedverdienende woningbezitters met een VanMoof en een Tesla voor de deur steeds dominanter’ werden in Amsterdam. Vanaf dat moment werd de VanMoof symbool van alles wat misging. De fiets werd een alom erkend token van ongelijkheid, berijders werd zonder verdere aanleiding verweten alleen rond te zoeven door hun voor de rest onbetaalbare bubbel. Columnisten begonnen en masse tegen de designfietsen aan te schoppen; stelde Volkskrant Magazine december 2021 nog een roze VanMoof voor als kerstcadeau, februari 2022 ergerde Aaf Brandt Corstius zich in haar column ineens dood aan ‘tienertjes op extreem dure, hardgaande VanMoofs’. Ze verlangde terug naar de tijd waarin mensen nog ‘vierdehands, lelijke, rammelende’ fietsen hadden, in plaats van elektrisch aangedreven designmodellen. ‘Vroeger was alles veel slechter, en dat was beter.’
Vermoedelijk zullen veel VanMoof-haters het gevoel hebben zelf op het idee te zijn gekomen dat die designer e-bikes bij nader inzien toch niet hip en cool zijn, maar dom en verwend. In de praktijk is hun oordeel eerder aangestuurd door een nieuw economisch sentiment. Iedereen houdt van start-ups als het financieel voor de wind gaat – tijdens een hoogconjunctuur is elke miljoeneninvestering reden voor een positief krantenbericht en geldt de ‘Tesla onder de e-bikes’ als een complimenteuze omschrijving.
Maar zodra de inflatie stijgt en de levenskosten oplopen, zijn mensen die geld verdienen ineens asociaal en dure designspullen overdreven en onnodig. Naarmate het faillissement dichterbij kwam, werd de VanMoof een fiets om je voor te schamen: kijk jou eens, op je zelfbewuste venture capital-voertuig. Harder kunnen rijden dan de rest was ooit iets nastrevenswaardigs; maar dankzij de kater van 13 jaar liberaal VVD-beleid en de collectieve teleurstelling in de vrije markt, werden degenen die extra betalen voor een voorsprong op de weg in het beste geval gezien als verdacht, in het slechtste geval als schuldig.
Eenzelfde gedraaid sentiment is te zien rond Booking.com. In 2016 startte de bouw van hun nieuwe kantoor aan het Amsterdamse IJ, nadat 270 miljoen euro voor de grond was afgerekend. De gemeente Amsterdam maakte destijds reclame voor Oosterdok als ‘Silicon Island’ – naast Booking zouden ook TomTom, TakeAway en Adyen hun intrek nemen op het stuk grond centraal in de stad. Het moest een walk of fame worden van Nederlandse techbedrijven.
Toen het Booking.com-kantoor afgelopen zomer openging, was de sfeer rond het bedrijf omgeslagen: niemand gunde zo’n techconglomeraat nog zo’n potsierlijk pand – ook al was het ooit opgericht door een Nederlander. Bovendien was het Booking-kantoor niet eens meer van Booking: de reisgigant verkocht het nieuwe pand nog voor de opening voor 566 miljoen aan de Duitse Dekabank, in een leaseback-constructie – een manoeuvre waarmee Booking honderd procent winst maakte op eigen vastgoed. Hondsbrutaal, vonden veel Amsterdammers – kennelijk even vergeten dat ze de afgelopen decennia zelf minstens even veel winst hadden gemaakt op hun eigen huis.
Op dezelfde manier vergeten we het liefst dat we die irritante VanMoofs ergens ook een beetje zelf hebben uitgenodigd in ons straatbeeld. Jarenlang zetten Nederlandse steden volop in op een gunstig vestigings- en expatklimaat. Inwoners vonden de nieuw geopende start-upcentra, tech-hubs en WeWorks vijftien jaar geleden nog hartstikke prima, net als de instroom aan kapitaalkrachtige nieuwkomers – lekker voor de lokale horeca, goed voor de huizenmarkt. Stedelingen zetten hun woning massaal op Airbnb in ruil voor een zakcentje tijdens de zomervakantie.
Totdat de huizenprijzen omhoogknalden, mede dankzij diezelfde start-ups en de vakantieverhuur: toen werd airbnb’en ineens asociaal, verwerden yuppen tot rücksichtslose gentrificeerders en expats tot wereldvreemde big spenders die zo snel mogelijk terug moesten naar hun eigen land. Zodra een fenomeen of ontwikkeling onze portemonnee gevoelsmatig negatief beïnvloedt, plakken we er een negatief moreel oordeel op. Dat we precies diezelfde fenomenen of ontwikkelingen met open armen ontvingen toen ze onze koopkracht nog positief beïnvloedden – daar denken we bij voorkeur niet aan.
Liever denken we aan de nieuwste bliksemafleider van ons collectieve ongenoegen: de fatbike. Deze ‘SUV’s van het fietspad’ zijn ondanks de inmiddels ingeburgerde asociale e-bike-reputatie – EditieNL maakte zelfs een item over hun ‘slechte imago’ – niet aan te slepen. Producent Phatfour zegt te hopen op vijftigduizend verkochte exemplaren in 2024. Onderdeel van de populariteit van de dikkebandenfiets is vermoedelijk de prijs: een gloednieuwe fatbike heb je al voor zo’n 1.200 euro, zo’n 1.800 euro minder dus dan een VanMoof. Iedereen haat de e-bike, tot hij er zelf een kan betalen.
Phatfour-oprichter Mels van Hoolwerff zei afgelopen september in tijdschrift Quote dat de omzet dit jaar keer 3,5 gaat. Een belangrijk deel van die winst heeft hij naar eigen zeggen te danken aan het omvallen van VanMoof. VanMoof, overigens, dat eind augustus – zo’n anderhalve maand na het aangevraagde faillissement – werd opgekocht door het Britse e-stepbedrijf Lavoie. Niemand had het erover, te druk, inmiddels, met wijzen naar die aso’s op fatbikes.
Naast fietsen maakte VanMoof ook reality-tv. Op het eigen YouTube-kanaal deelde de e-bikefabrikant maandelijks een Bike Hunt Report; Kees van der Spek-achtige reportages waarin ‘bike hunters’ wereldwijd gestolen VanMoofs opspoorden, compleet met opruiende voice-over en geblurde gezichten. Sommige afleveringen trokken meer dan honderdduizend kijkers. The New York Times noemde de serie ‘een beetje knullig’, maar concludeerde wel dat je na het kijken meteen ook een VanMoof wilde, inclusief bike hunters.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden